"Journalisten moeten politici vaker om verantwoording vragen"

21-04-2016

Politieke journalisten moeten politici in verkiezingsdebatten vaker om verantwoording vragen over wat ze de afgelopen vier jaar hebben gepresteerd. Dat gebeurt nu zelden. Dat stelt Remko van Broekhoven, politiek filosoof en docent Journalistiek aan Hogeschool Utrecht, in zijn proefschrift ‘De Bewakers Bewaakt’, dat hij vrijdag 22 april verdedigde bij de Universiteit Utrecht.

Remko van Broekhoven

Van Broekhoven onderzocht de rol van politieke journalisten omtrent verkiezingsdebatten op tv. Hij koos dit onderwerp omdat de rol van de journalistiek in een democratie nog meer zelden door politiek filosofen is beschouwd. Hij analyseerde oude tv-debatten en de berichtgeving daarover in de kranten. Daarnaast hield hij diepgravende interviews met tien politiek journalisten, onder wie vier debatleiders: Paul Witteman, Frits Wester, Ferry Mingelen en Dominique van der Heyde. Hij sprak vijf schrijvende journalisten van onder meer De Telegraaf en NU.nl.

Onverwachte ontdekking

Dat journalisten bij tv-debatten politici zelden om verantwoording vragen, vond Van Broekhoven een onverwachte ontdekking. “Ik was ook wel bezorgd toen ik dit ontdekte. Het is immers niet de bedoeling dat politici in verkiezingstijd alleen maar roepen wat hun toekomstplannen zijn. Het gaat in verkiezingsdebatten vaak om de vraag: wie wil met wie regeren? Het draait heel weinig om de vraag: waarom heeft een politicus eerder zo gehandeld?”

Hij erkent dat journalisten vaak wel tactieken hanteren waarmee ze politici indirect ter verantwoording roepen. Bovendien zeiden veel debatleiders die hij interviewde: ‘politici roepen elkaar ook wel ter verantwoording’. Daarin geeft hij hen deels gelijk.

Waarom vragen ze politici zelden om verantwoording?
“Journalisten vinden dat politici een free fight met elkaar moeten aangaan. Maar politici doen dat altijd vanuit hun eigen belangen en niet altijd om de kiezer openheid te geven. Journalisten moeten zich daar bewust van zijn. Veel journalisten vrezen ook dat dan het level playing field verdwijnt. Het ligt voor de hand om politici van de regeringspartijen ter verantwoording te roepen, en minder de parlementariërs van de oppositiepartijen. Dat is onterecht, want ook die parlementariërs kunnen met wetsvoorstellen komen en moties indienen, en daarop worden afgerekend. Dus eigenlijk kunnen alle politici tijdens de campagne ter verantwoording worden geroepen. Ik zie dat als een democratische plicht van de journalist om kiezers te helpen.”

“Veel krantenjournalisten klagen dat alle tv-debatten op elkaar lijken. Denk aan de afgang van Roemer in een tv-debat met Rutte in 2012. Op die afgang werd eindeloos voortgeborduurd, er kwam geen eind aan. Het was beter geweest als het volgende tv-debat een compleet ander format had gehad.”

Wat was jouw algemene conclusie na jouw jarenlange promotieonderzoek?
“Die conclusie is dat de rol van waakhond - dat journalisten politici controleren en daarmee burgers in staat stellen die politici te beoordelen - nog steeds noodzakelijk is. En dat die rol door journalisten ook nog steeds goed te vervullen is. Een hoopgevend verhaal, dus. Ik onderzoek dit onderwerp al vele jaren en zie dat digitalisering leidt tot een afnemende rol van de journalist als intermediair. Niettemin biedt internet heel veel mogelijkheden, dat hebben we onlangs weer ontdekt met de kwestie van de Panama Papers, waarbij de journalist flink kan grasduinen in data en daarover kan publiceren.”

“We hebben ook te maken met de commercialisering van de journalistiek. Dat is deels onvermijdelijk. Als de commerciële doelen, zoals kijkcijfers en adverteerders, de ideële doelen - zoals het dienen van de democratie - gaan overheersen, dan heb je een probleem. Dat komt nu vaak voor en is een bedreiging voor de journalistiek. Veel journalistieke ondernemingen zijn een soort nieuwsfabrieken geworden, waar zo goedkoop mogelijk ‘content’ wordt gemaakt. Dat gaat in veel gevallen ten koste van de kwaliteit.”

“Een berucht voorbeeld van commercialisering was het Soundmixshow-debat in 2002. Toen koos RTL ervoor om het debat tussen de Soundmixshow en de uitslag daarvan te proppen. Kijkers konden via sms aangeven wie de Soundmixshow had gewonnen en politici mochten in vijftien seconden statements maken. Ze werden aangekondigd door ronkende voice-overs. Dat was eens maar nooit meer.”

Je doet een aantal aanbevelingen in het proefschrift. Zo pleit je voor meer publieksparticipatie bij de debatten.
“In de VS heb je zogeheten town hall-debatten, waarbij gewone mensen politici kunnen ondervragen. In Nederland bestaat dit concept niet. In het laatste verkiezingsdebat van de NOS in 2012 zat een element van publieksparticipatie: drie kiezers konden vragen stellen aan de politici. Dat leidde meteen tot een interessante situatie. Een vrouw vroeg: ‘hoe weet ik dat jullie gaan doen, wat jullie beloven?’ Daarop zei PvdA-leider Samson: ‘Nederland is nu eenmaal een coalitieland, waarin we compromissen moeten sluiten. Dus ik kan u niets beloven’. Zijn bekende, eerlijke verhaal. Ik vond het knap dat hij dat durfde te zeggen.”

“Ik weet dat de NOS nadenkt over andere formats dus ik sluit niet uit dat we bij de volgende campagne in 2017 een volledig town hall-debat gaan zien met kijkersvragen. Bij de NOS zijn ze de rondjes rechtsom ook een beetje beu, is mijn indruk. Ik zie ook mogelijkheden voor fact-checking bij debatten. Daarbij kan iedere debater een feitencheck aanvragen bij vermeende onwaarheden van de opponent. Dit voorkomt dat politici teveel uitspraken doen die door de kijkers niet de controleren zijn. Voor een dergelijke aanpak moeten redacties van debatten vooraf heel goed geïnformeerd zijn.”

Crossmediale Kwaliteitsjournalistiek

Crossmediale Kwaliteitsjournalistiek

Over het lectoraat

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten