Werkplaats Onderwijsonderzoek werkt aan onderwijskwaliteit

02-06-2016

De opleiding leraar basisonderwijs (HUPabo / Instituut Theo Thijssen) van Hogeschool Utrecht participeert in een nieuwe Werkplaats Onderwijsonderzoek, waarin diverse partijen zullen samenwerken aan de verbinding tussen onderwijs, onderwijsontwikkeling en -onderzoek. Het uiteindelijke doel is de kwaliteit van het onderwijs verder te verbeteren op basis van kennis over wat wel en niet werkt in de praktijk.

Werkplaats OnderwijsonderzoekOok in Amsterdam komt een Werkplaats Onderwijsonderzoek. De werkplaatsen zijn een gezamenlijk initiatief van de PO-Raad (sectororganisatie voor het primair onderwijs) en het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). Het NRO steunt de werkplaatsen met elk 372.000 euro subsidie. In Utrecht bestaat het consortium Werkplaats Onderwijsonderzoek uit drie Utrechtse schoolbesturen (KSU, PCOU en SPO Utrecht), twee Pabo’s (HU Pabo/Instituut Theo Thijssen, Marnix Academie), de Hogeschool voor de Kunsten, de Universiteit Utrecht en de Universiteit voor Humanistiek. Zij zullen in een tweejarige pilot bouwen aan een structurele, duurzame verbinding tussen onderwijs, onderwijsontwikkeling en -onderzoek. Het consortium gaat op vijftien basisscholen leergemeenschappen inrichten die zich op specifieke thema´s gaan richten: onder andere burgerschapsvorming, tweetalig onderwijs en hoogbegaafdheidsdidactiek. Per basisschool wordt een zogeheten ‘broker’ aangesteld die zich beweegt tussen onderzoek en onderwijs; dit zijn hoofdzakelijk leraren die masteronderwijs volgen of die promotieonderzoek doen. De subsidie zal voor een groot deel worden ingezet om deze leerkracht-onderzoekers te faciliteren.

Kennisdeling

In beide werkplaatsen vormen vragen uit de onderwijspraktijk  de basis voor onderzoek. Het uiteindelijke doel is de kwaliteit van het onderwijs verder te verbeteren op basis van kennis over wat wel en niet werkt in de onderwijspraktijk. Beide consortia zorgen dat de ontwikkelde kennis beschikbaar komt via het Utrechtse respectievelijk Amsterdamse regionale kennisknooppunt. Ook zal de kennis worden gedeeld via landelijke activiteiten.

Bron: NRO