Interview met Vincent Gruis - Onderwijs en praktijk bouw spelen samen in op crisis (maart 2013)

De crisis in de bouwsector vraagt om creatieve oplossingen. De nieuwbouw ligt bijna stil, maar renovatie is booming. Betere samenwerking tussen vastgoedbedrijven in de verbouwketen is echter hard nodig. Net als hbo-ers die daar iets van afweten. Lector Vincent Gruis boekte met zijn Lectoraat Vernieuwend Vastgoedbeheer in bijna vier jaar mooie resultaten. Beroepensector en docenten zijn enthousiast.

Vincent Gruis‘Vanwege de economische crisis is het aantal nieuwbouwprojecten de laatste jaren bijna tot nul gedaald’, vertelt Vincent Gruis. ‘Vastgoedbedrijven, zoals onderhoudsbedrijven, woningcorporaties, architecten en aannemers, richten zich steeds meer op renovatie en beheer. Een ontwikkeling die trouwens al gaande was. Maar hbo-opleidingen zijn van oudsher nog sterk op nieuwbouw georiënteerd. Dat moest anders, vond het beroepenveld. Hard nodig was ook een efficiëntere samenwerking tussen al die partijen.’

Lector Vincent Gruis van het Lectoraat Vernieuwend Vastgoedbeheer ging bijna vier jaar geleden van start met een dubbele missie. Een betere afstemming tussen onderwijs en beroepenveld in de bouwsector bereiken. En tevens de samenwerking in de verbouwpraktijk verbeteren. ‘De urgentie van die missie is sindsdien alleen maar toegenomen. De nieuwbouw ligt op zijn gat. Er is veel behoefte aan creatieve oplossingen om iets te doen met al die leegstaande kantoren. In de woningmarkt zie je dat er geen nieuwe betaalbare woningen worden gebouwd. Dus blijven mensen vaak zitten waar ze zitten, maar ze hebben wel behoefte aan woningverbetering.’

Het lectoraat wil een betere samenwerking in de verbouwketen stimuleren. Dat deed je via kennisontwikkelingsprojecten. Hoe ging dat in zijn werk?
‘We hebben zeven koppels van opdrachtgevers en -nemers bij elkaar gebracht. Die zijn allemaal ieder aan één woningrenovatieproject gaan werken; dat waren huurwoningen in onder meer Tilburg, Amsterdam, Amersfoort en Almere. Niet via de traditionele aanbestedingsmethode, waarbij de opdrachtgever het plan bijna helemaal uitwerkt en dan de opdracht geeft aan degene die de laagste prijs biedt. Nee, ze zijn al in een heel vroeg stadium als partners samen gaan nadenken over de uitvoering van het woningrenovatieproject. Dat is ketensamenwerking. Alle koppels zijn unaniem enthousiast over deze vorm van samenwerking. Als lectoraat hebben we dus een belangrijke impuls gegeven aan de totstandkoming van de nieuwe werkwijze.’

Wat is de rol van praktijkonderzoek in dit geheel?
‘Wij als lectoraat hebben de kennisontwikkelingsprojecten opgezet en volgen het verloop ervan nauwgezet. Daaruit kunnen we weer lessen leren en dus kennis opbouwen en verspreiden. Het praktijkproject als zodanig is dus het onderzoek. Onderzoek naar ketensamenwerking en ketenintegratie in de bouw gaat tot nu toe vooral over nieuwbouw. Op het gebied van renovatie is het ontwikkelen van nieuwe kennis nog hard nodig. Op 12 april presenteren we onze resultaten in het boekje Even anders tijdens het HU-congres Samenwerking in de lift over ketensamenwerking in de bouw.’

Hoe kreeg je de vernieuwing van het onderwijsprogramma voor elkaar?
‘Het beste werkt het als je docenten direct in contact brengt met vertegenwoordigers uit de praktijk die een vraag hebben. Want zij hebben ook een aanbod: de bedrijven helpen de docenten bij de uitvoering van het vernieuwde onderwijs. Ik heb beide partijen bij elkaar gebracht. Zo ontstaat er chemie tussen docenten en bedrijven en stappen ze over hun vooroordelen heen. Docenten ontdekken: die praktijkmensen vertellen ons niet alleen hoe wij het moeten doen, maar ze helpen ons ook. En vanuit de praktijk ontdekt men: die docenten willen écht wel vernieuwen.’

‘Als je docenten en professionals op een goeie manier bij elkaar brengt, worden docenten echt enthousiast en zijn ze bereid om het onderwijs te vernieuwen. En de professionals worden ook blij, zij krijgen waar ze behoefte aan hebben. Het is in ons geval heel goed gelukt, daar ben ik heel trots op. Ik krijg daar ook veel waardering voor van docenten en professionals. Terwijl ik niet eens zo zichtbaar ben, ik ga er niet de hele tijd tussen zitten. Maar ik breng ze wel bij elkaar.’

Het curriculum van twee opleidingen is nu aangepast, zodat alle studenten bouwkunde en bouwtechnische bedrijfskunde worden voorbereid op de nieuwe ontwikkelingen. Bij Bouwkunde gaat het vooral om de bouwtechnische component en de mogelijkheden voor nieuwe gebruiksfuncties van bestaande gebouwen. Bij Bouwtechnische bedrijfskunde gaat het om de strategie, doelgoep, financiering en samenwerkingsprocessen in de bouw. In september 2013 gaan de vernieuwde opleidingen van start, is de bedoeling.

Je bent behalve lector op de HU ook hoogleraar aan de TU Delft. Wat is het voordeel van deze combinatie?
‘Beide leeropdrachten hangen heel erg samen. In Delft heet mijn leerstoel Housing management. Die gaat over de wijze waarop woningen kunnen worden aangepast aan een veranderende vraag in de maatschappij. En ook hoe je daarop kunt sturen. Dat sluit mooi aan bij het HU-lectoraat. Ik ondersteun als hoogleraar ook vier HU-docenten bouwkunde en bouwtechnische bedrijfskunde die promotieonderzoek doen. Wat ik vanuit de TU meebreng is dat ik weet hoe je wetenschappelijk onderzoek doet.’

‘Aan de andere kant leer ik op HU trucs die we ook op de TU steeds vaker nodig hebben. Het wordt steeds lastiger om geld voor fundamenteel onderzoek te krijgen. Bouwkunde staat met de voeten in de maatschappij. Ook op de TU doen we daarom steeds vaker onderzoek in nauwe verbinding met de praktijk. Maar financiers willen alleen geld geven als ze er zelf ook wat aan hebben. Universitair en hbo-onderzoek groeien dus naar elkaar toe.’

Vernieuwend Vastgoedbeheer

Vernieuwend Vastgoedbeheer

Over het lectoraat