Interview met Ivo Opstelten - Energieneutrale woningrenovatie breed zien (oktober 2013)

De verduurzaming van de woningmarkt gaat lector Ivo Opstelten van het Lectoraat Nieuwe Energie in de Stad te voorzichtig: ‘We moeten grotere stappen maken!’ Daarom zit hij met bedrijven, overheden en banken om de tafel. En werken studenten in het One-Stop-Shop afstudeeratelier van het lectoraat, samen met bedrijven, kant-en-klare renovatieprototypes uit voor particuliere huiseigenaren.

Ivo OpsteltenEr wordt te vroeg gejuicht over de verduurzaming van de woningmarkt, zeg je.
‘De laatste jaren worden er veel woningen gerenoveerd naar energielabel B. Iedereen is blij als een gerenoveerde woning 20 tot 35% minder energie verbruikt, maar ik niet! Bij renovaties moet je streven naar minimaal 75% energiereductie en dat haalt label B bij lange na niet. Zulke label B- woningen zijn in feite verloren voor de komende dertig jaar, tot ze aan hun volgende renovatie toe zijn.

We moeten veel grotere stappen maken. Als ons doel is om de hele woningvoorraad energieneutraal te maken in de komende vijftig jaar, betekent zo’n kleine energiereductie dat andere woningen nóg grotere sprongen zullen moeten maken. Je legt de reductielast op die manier bij een steeds kleiner aantal woningen. Die moeten zelfs netto energie gaan leveren, als je het einddoel van de nationale of lokale roadmap tenminste serieus neemt. Zulke rekensommen worden voor lokale roadmaps nooit gemaakt. We kunnen dus beter grote stappen maken met minder woningen, dan kleine stappen met meer woningen.’

Wat wil je van de banken en de overheid?
‘De banken zouden meer mogelijkheden voor een lening moeten bieden voor eigenaren die hun woning energieneutraal willen maken. En het Nibud (Nationaal Instituut budgetvoorlichting) zou de regels moeten aanpassen voor het bepalen van iemands woonlasten. De rekenregels van het Nibud gaan ervan uit dat alle woningen hetzelfde zijn, maar een energieneutrale woning heeft een heel andere woonlast als een label G-,D- of zelfs B-woning. De maandelijkse energiekosten zijn 100 tot 180 euro lager. Energie is de grootste factor in vaste woonlasten na de financieringslasten van de woning zelf.

Als programmaregisseur Energiesprong bij Platform31 zijn we in gesprek met meerdere grote banken. We zijn bezig een woningdeal te ontwikkelen voor particuliere huiseigenaren. In juni hebben we al de 111.000-woningendeal met woningcorporaties gesloten voor huurwoningen; die is onderdeel geworden van het SER-akkoord. Maar ook particulieren die duurzaam willen renoveren moeten de ruimte krijgen om gezond te investeren in hun woning. Voor een hypotheek die geen hogere totale woninglasten oplevert dan de huidige woonlasten; dan hebben we het dus over financieringslasten plus energielasten.

Woningverduurzaming moet niet alleen product-technisch mogelijk zijn, maar ook financieel. Banken willen dan natuurlijk garanties dat de eigenaar zo’n lening inderdaad kan terugbetalen. Onze bedoeling is dat bouwers garanties gaan geven op de effecten op de energiemeters van de woning en daarmee in feite op de energierekening. Dat is echt heel nieuw!’

Een prestatiegarantie op de energierekening?
‘Als de energiereductie minder groot is dan beloofd door de bouwers, en het is aantoonbaar dat dit met de bouwkeuze te maken heeft, dan moet de bouwer het bedrag dat niet gehaald wordt aan energiereductie compenseren. Prestatiegaranties zijn normaal voor elk product, behalve tot nu toe voor woningen. Dat is vreemd en daar moet dus nodig verandering in komen. Een aantal (grote) bouwers gaan hier nu al mee werken voor die 111.000-woningendeal. Voor de banken is dat allemaal nog erg nieuw, maar ze willen er wel graag meer over horen. De overheid vindt prestatiegaranties een goed idee: door introductie van een verplichte verzekerde prestatiegarantie is immers ook minder regelgeving nodig.’

Wat gebeurt er in het One-stop-shop afstudeeratelier?
‘Voor particuliere woningeigenaren worden momenteel in het One-stop-shop-afstudeeratelier van het lectoraat totaal concepten ontwikkeld. We werken samen met drie bedrijven die een economisch verantwoorde woningrenovatie kunnen uitvoeren. Niet alleen zoeken we uit hoe dit technisch haalbaar is, maar ook kijken we hoe we particulieren kunnen bereiken en overhalen om hun woning duurzaam te renoveren. Op dit moment wordt gebouwd aan een volledige demonstratie woning met deze bedrijven, waar geïnteresseerden kunnen komen kijken. Het is iets volkomen nieuws waar we mee bezig zijn en daarom heel spannend.

In het One-stop-shop afstudeeratelier verbinden we meerdere disciplines, want het gaat bij woningverduurzaming niet alleen om bouwen, maar ook om communicatie en bedrijfskundige aspecten. Het afstudeeratelier is vorig jaar begonnen met studenten uit technisch georiënteerde studies. Zes van de elf studenten zijn intussen afgestudeerd en er komt nieuwe aanwas bij. We proberen het atelier nu verder te verbreden door ook studenten te werven uit andere afstudeerrichtingen. Behalve architectuur, bouwtechnische bedrijfskunde, bouwfysica en procestechniek, dus ook communicatie & journalistiek en maatschappij & recht. Maar het moet nog verder verbreden.’

Hoe wil je het afstudeeratelier interdisciplinair maken?
‘De komende maanden ga ik gastcolleges geven op andere faculteiten van Hogeschool Utrecht, zodat ook daar studenten aanhaken bij het afstudeeratelier. Bijvoorbeeld uit de hoek van de creatieve industrie en de communicatie. Dit vraagstuk vraagt om interdisciplinair samenwerken. Met als doel: een integraal technisch concept omkleden met een integraal communicatieconcept en een integraal businessconcept, op zo’n manier dat de particuliere woningeigenaar zonder gedoe een energieneutrale renovatie kan realiseren.

In het afstudeeratelier werken studenten onder andere allerlei vragen uit om tot prestatiegarantie en standaardcontracten te kunnen komen. Hoe ga je om met niet-normaal gebruik van de woning en hoe zorg je voor bewijslast? Hoe waarborg je de privacy op het moment dat een gebruiker een klacht heeft? Wat zijn andere belemmeringen bij eigenaren? Welke technische oplossingen geven meer zekerheid dan andere?’

Je werkt ook aan nieuwe minoren over duurzaamheid.
‘Waarom leren wij dit niet in de opleiding, vragen studenten van het afstudeeratelier me regelmatig. Er ontstaat dus een groeiend besef, ook bij docenten, dat nieuwe kennis en vaardigheden nodig zijn. Minoren zijn daarvoor geschikt, dan kom je in elk geval al in het derde studiejaar in aanraking met kennis uit andere disciplines.

We werken trouwens ook aan de ontwikkeling van 10 ece-projecten in het tweede jaar. Ik ben bezig de minorstructuur te helpen veranderen, waardoor er meerdere aan duurzaamheid gerelateerde cursusblokken ontstaan. We zijn in september met een proefjaar begonnen. Zo werken we samen met het werkveld aan onderwijsvernieuwing én aan verduurzaming van de woningvoorraad.’

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten