Meer gezondheid, minder proefdieren

Gezond en vitaal ouder worden, dat is een groeiende maatschappelijke uitdaging. Natuurlijke stoffen kunnen hierbij helpen, mits hun veiligheid en werking op overtuigende en efficiënte wijze kan worden aangetoond met methoden die gemakkelijk vertaalbaar zijn naar de mens. En liefst zonder proefdieren. Het lectoraat Innovative Testing werkt eraan, samen met bedrijven zoals Danone.

Het is al eeuwenlang bekend dat planten en andere natuurlijke stoffen een medicinale werking kunnen hebben, en een deel van de reguliere medicijnen is daadwerkelijk afgeleid van natuurlijke stoffen. De voedingsindustrie is zeer geïnteresseerd in de mogelijke gezondheidseffecten van natuurlijke stoffen, bijvoorbeeld bij het voorkomen van obesitas of allergieën. Twee vragen strijden om voorrang bij het beoordelen van natuurlijke stoffen: werken ze en zijn ze veilig? Traditioneel worden deze vragen na elkaar beantwoord. Dat is zonde, want tijdens het ontwikkelingsproces valt zo’n dertig procent van de producten af omdat ze onvoldoende veilig blijken.

Daarom onderzoekt het lectoraat Innovative Testing in Life Sciences & Chemistry (INT) in het RAAK-PRO project NAT-TEST of het mogelijk is natuurlijke stoffen in een en dezelfde testmethode zowel op veiligheid als op werking te testen. De nadruk ligt op testen die als alternatief kunnen dienen voor proefdierexperimenten, en waarvan de uitkomsten direct vertaalbaar zijn naar de mens.

Testbatterij

Verschillende testen samen leveren veel meer kennis op dan wanneer je een stof zou testen op een proefdier, aldus lector Raymond Pieters: “Een muis is vaak ook maar een black box, die toch ver van de mens af staat.” Aan het begin van de testbatterij vindt al een grote schifting plaats, als de onderzoekers de natuurlijke stoffen screenen op een aantal cruciale aspecten: “Je wilt geen product ontwikkelen met stoffen die DNA-schade veroorzaken of ingrijpen op de voortplanting”, zegt lector Cyrille Krul. Zijn de stoffen geslaagd voor deze eerste test, dan volgt de rest van de testen. Met name de inwerking op het afweersysteem van de darm is hierbij van belang: via dit orgaan komt het merendeel van de stoffen in het lichaam. De darm heeft daarom sterke invloed op de gezondheid van mens en dier. Daarnaast analyseert de testbatterij met innovatieve methoden de chemische samenstelling van natuurlijke stoffen.

Pionieren en vlechten

De twee lectoren die aan het lectoraat zijn verbonden hebben hun wortels in de toxicologie. Krul is bijzonder lector met een aanstelling van een dag per week. Verder werkt zij bij TNO als programmamanager Verfijning, Vermindering en Vervanging van dierproeven binnen het thema Gezond Leven. “Bij TNO doe ik ook onderzoek naar alternatieven voor dierproeven. Natuurlijk loopt dit werk en mijn lectoraat door elkaar heen; dat maakt het zo’n goede combi.” Raymond Pieters is drie dagen per week actief als lector en daarnaast als toxicoloog verbonden aan de Universiteit Utrecht. In zijn werk als lector voelt hij zich in zijn element. “We zijn in 2008 begonnen met een leeg vel papier, en nu hebben we een goedlopende onderzoeksgroep.” Het geheim? Open innovatie, kennis delen, netwerken, faciliteren en enthousiasmeren.

Bovendien zoekt het lectoraat vervlechting met het onderwijs, waarbij thema’s uit het beroepenveld via het lectoraat in het onderwijs landen. “Een mooi voorbeeld is de minor Food & Pharma waarbij studenten eerst in het lab werken om de benodigde technieken te leren en vervolgens stage gaan lopen bij een partner. Dat is voor beide partijen interessant: de partner krijgt een voorbereide student die meteen aan de slag kan, en de student kan meer bereiken tijdens de stage”, vertelt Pieters.

Kennisconferentie

Open innovatie krijgt alleen een kans als je je netwerk intensief betrekt bij je activiteiten, is de overtuiging van Krul en Pieters. Daarom hebben zij in 2012 een kennisconferentie georganiseerd. “We hebben het thema van het lectoraat gepresenteerd en onze samenwerkingspartners gevraagd om hun verhaal te vertellen. Vervolgens hebben wij mensen die interessant voor elkaar zouden kunnen zijn in groepen bij elkaar geplaatst om thema’s uit te diepen“, vertelt Pieters. Maar het lectoraat doet meer op dit gebied. Zo kunnen medewerkers van partnerbedrijven een of twee dagen per week het lab gebruiken en daarbij ondersteuning krijgen van de onderzoekers.

Concurrentie is bij de ontwikkeling van methoden geen issue. Krul: “We valideren hier methoden, zoals het meten van biomarkers. Het bedrijfsleven heeft belang bij uniforme en geaccepteerde manieren om de veiligheid en werking van natuurlijke stoffen aan te tonen. Tegelijk is dit risicovol onderzoek, dus iedereen is erbij gebaat hierin gezamenlijk te investeren.”

Erkenning

De aanpak van het lectoraat werkt. Onderzoekers en docenten werken graag in het lab en prijzen de coöperatieve sfeer, en de lijst met deelnemende bedrijven – waaronder grote bedrijven zoals Danone,  GSK en Shell, maar ook veel MKB-bedrijven – is lang, net zoals die met de externe projecttoekenningen. De meest recente is een prijs: de RAAK-award (eerste prijs), uitgereikt op 21 november 2013 door de Stichting Innovatie Alliantie (SIA) voor het RAAK-PRO project NAT-TEST.