Uiteindelijk moet de schuldenaar wijzer worden van wat ik doe

Iets betekenen voor mensen die financiële problemen hebben. Dat is wat dr. Nadja Jungmann drijft. Ze is lector Schulden en incasso bij het Lectoraat Rechten, de beroepspraktijk. Daarnaast doet ze als organisatieadviseur opdrachten voor sociale diensten, kredietbanken en crediteuren. Altijd heeft ze daarbij dezelfde drijfveer: het verschil maken voor mensen met schulden.

Nadja Jungmann is zo’n twee jaar lector, in mei 2012 hield ze haar openbare les. Titel: ‘Schuldenproblematiek, een vraagstuk in transitie’. Een van de onderzoekspijlers die haar volle aandacht heeft is de effectiviteit van interventies door schuldhulpverleners en schuldeisers. “Wat werkt er, en wat niet? Daarover is maar weinig bekend. Ik wil hier met het lectoraat meer inzicht in geven, zodat professionals die met schuldenaren werken beter onderbouwd kunnen handelen.” Een van de sleutels: een onderscheid maken tussen mensen die niet kunnen betalen en mensen die niet willen betalen. “Bij de groep die niet wíl betalen, moeten crediteuren al hun middelen inzetten om betaling af te dwingen. Maar bij mensen die niet kúnnen betalen, moeten we zoeken naar het maximaal haalbare.” Een ander terrein waarop het lectoraat inzicht wil geven: “Er bestaan steeds meer verschillende serious games die moeten voorkomen dat mensen in de schulden raken. Vanuit het lectoraat gaan we een clearinghouse opzetten om preventiewerkers daarin wegwijs te maken.”

Kosten-baten

Naast de effectiviteit onderzoekt het lectoraat ook het rendement van interventies. “Een kosten-batenanalyse van de inspanningen van schuldhulpverlening. Mensen met schulden hebben vaak ook op andere terreinen problemen. Die problemen kosten geld: gezinnen doen een beroep op de jeugdzorg, hebben een bijstandsuitkering nodig, raken soms hun woning kwijt. Gemiddeld levert elke euro die een gemeente investeert in schuldhulpverlening € 2,40 op aan besparing op die andere terreinen, maar hier zien we verschillen per gemeente. Daarom hebben we een rekentool ontwikkeld waarmee gemeenten zelf inzicht kunnen krijgen in het rendement van hun interventies.”

Impact

De derde onderzoekspijler gaat over zorgvuldige regelgeving. Daarbij kijkt het lectoraat onder meer naar wettelijke kaders, en wat die betekenen voor schuldenaren. “Als je als lector het verschil wilt maken in de buitenwereld, dan vraagt dat wat van je onderwerpkeuze. Ik word enthousiast als ik zie dat de werkvloer ergens mee worstelt, terwijl ik mogelijkheden zie om beweging te creëren. Ik onderzoek een thema pas als ik echt wat kan teruggeven aan de beroepspraktijk én aan het onderwijs. Mijn grote trots? Dat is mijn boek Paritas Passé. Dit onderzoeksrapport (over debiteuren en crediteuren die in de knel komen door ongelijke incassobevoegdheden) schreef ik met onderzoekers van mijn lectoraat en de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden.

Veel schuldenaren die met verschillende schuldeisers te maken hebben zitten in de problemen. Door meerdere beslagleggingen (denk aan de woningbouwcorporatie, belastingdienst, energiebedrijf, ziektekostenverzekeraar) kunnen gezinnen uitkomen op een inkomen dat lager is dan 90% van de bijstandsnorm. Dat werkt niet, zo komen mensen nooit uit de problemen. Tegelijkertijd willen de schuldeisers hun geld. Daarover gaat dit boek, en ik ben er zo trots op omdat het echt impact heeft. Er zijn vragen gesteld in de Tweede Kamer en moties ingediend. Ook heeft de Nationale Ombudsman vervolgonderzoek ingesteld. De nieuwe kennis draagt bij aan de professionalisering van docenten en aan het onderwijs, want allerlei hogescholen gebruiken het boek in de opleiding. We deden het onderzoek in opdracht van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders. Een van onze aanbevelingen was om een centraal beslagregister in te stellen. Als ‘verkeersregelaar’, zodat er overzicht blijft van de verschillende beslagleggingen die op een huishouden drukken.”

Tweep Jungmann

Nadja Jungmann haalt met haar werk en als expert regelmatig de landelijke pers. Zo deelt ze de opbrengsten van haar lectoraat met een groot publiek. Voor die media-aandacht werkt ze hard. “Wekelijks investeer ik zo’n drie uur in het genereren van publiciteit. Ik ben fervent twitteraar [@nadjajungmann], volg wat er op LinkedIn gebeurt. Ik ken veel journalisten, wethouders en Tweede Kamerleden, en steek tijd in het onderhouden van mijn contacten. Als er iets belangrijks speelt – en dat hoeft echt niet altijd een onderzoek van mezelf te zijn – dan zoek ik journalisten op om hen bij te praten. Ik ga zelfs zo ver dat ik de planning van de Tweede Kamer in de gaten houd: staat er een voor mij relevant onderwerp geagendeerd, dan zorg ik regelmatig dat ik die dag een ingezonden brief heb in een krant. Hiermee geef ik invulling aan de missie van het lectoraat. Uiteindelijk moeten studenten, docenten en schuldenaren wijzer worden van wat ik doe. Daarvoor is het heel belangrijk dat we niet alleen kennis verzamelen, maar ook verspreiden.”