In memoriam Geert van der Laan

prof. dr. Geert van der LaanOp 4 oktober 2017 overleed prof. dr. Geert van der Laan, van 1994 tot 2009 bijzonder hoogleraar ’Grondslagen van het maatschappelijk werk’ namens de Marie Kamphuis stichting. Geert was al enige tijd ziek. Hij werd 71 jaar. Dit bericht heeft ons diep geraakt. Anneke Menger was tijdens haar studie in Groningen midden jaren zeventig student-assistent van Geert van der Laan en hield daarna nog lange tijd contact. Zij is momenteel lector ‘Werken in justitieel kader’ van Hogeschool Utrecht. 

Met het overlijden van Geert van der Laan verliezen we een belangrijke erflater van het hedendaagse sociale werk.

Zijn proefschrift, Legitimatie problemen in het Maatschappelijk Werk (1990) en andere publicaties vonden veel weerklank onder maatschappelijk werkers. Zijn werk bood steun en onderbouwde hun vakmanschap. Zowel de beroepsgroep als beleidsmakers hadden ook een flinke kluif aan zijn werk. Niet alleen omdat zijn verhandelingen sterk conceptueel van aard waren. Ook vanwege de spiegel die hij hen voorhield, de confrontaties die hij aanging en de gedrevenheid waarmee hij dat deed. 

Ten eerste riep hij de beroepsgroep op tot zelfbewust argumenteren in het publieke debat over het nut van maatschappelijk werk. In de zakelijkheid van de jaren negentig domineerde de vraag ‘wat is de harde kern’ van het maatschappelijk werk? Geert werd getergd door de diverse pogingen binnen en buiten het werkveld om de ‘hardheid’ van het vak aan te tonen, bijvoorbeeld door het maatschappelijk werk meer volgens het medisch model in te richten. Het was hem eigen om de kracht van argumentatie te zoeken in het hart van de verwijten. Zo ook nu. Hij begon een missie onder de geuzenvlag van ‘de boterzachte kern van het maatschappelijk werk’. Boterzacht, want per definitie interactief. Boterzacht, want per definitie specifiek en maatwerk. Maatschappelijk werk is geen bedrijfsproces dat leidt tot vastliggende ‘harde’ producten. Het is een vak, een ambacht, een kunst met onverwachte wendingen en onzekere uitkomsten. Anno 2017 zijn termen als ‘vakmanschap’, ‘professionele ruimte’ en ‘professionele verantwoordelijkheid’ gemeengoed, ook binnen organisaties. Geert was van deze benadering een vroege vertegenwoordiger. 

Ten tweede daagde hij de beroepsgroep uit tot een meer actieve, directieve en maatschappelijk georiënteerde benadering van hun cliënten. Hem viel de aarzeling op om cliënten in maatschappelijk isolement actief te benaderen, waar nodig tijdelijk tegenover hen te staan en in te grijpen waar gevaar dreigde voor mensen zelf of hun omgeving. Hij ontwikkelde een denkmodel met behulp waarvan maatschappelijk werkers in alle zorgvuldigheid konden afwegen of ingrijpen al dan niet te rechtvaardigen zou zijn. Het model was gebaseerd op het idee dat eenzijdige gerichtheid op het vermijden van fout type 1 (ten onrechte ingrijpen, bevoogding) de kans vergroot op het maken van fout type 2 (ten onrechte niet ingrijpen, nalatigheid). En omgekeerd. Volgens hem gaat ingrijpen niet per definitie ten koste van autonomie. Hij vond dat ingrijpen juist gelegitimeerd moest worden door investeringen in de autonomie, en als dat niet zou lukken, door instemming achteraf van de cliënt. Rond de eeuwwisseling werd ‘vermijden van nalatigheid’ meer gemeengoed. Dat ging hem te makkelijk, hij kon getergd worden wanneer de door hem bepleite zorgvuldigheid verbleekte in nieuwe vormen outreachend werken, bemoeizorg en ingrijpen ‘achter de voordeur’. Maar juist dat maakt hem tot een niet te vergeten erflater voor moderne varianten van outreachend werken en ingrijpen.

Ten derde agendeerde hij met verve het belang van de wetenschap voor maatschappelijk werkers. Als hoogleraar wilde hij een vorm van wetenschapsbeoefening die maatschappelijk werkers in hun praktijk zou versterken. Hij beschouwde hun dagelijkse praktijk, en systematische reflecties hierop, als belangrijke bron van kennis. Leren van gevallen, zo heette zijn oratie in 1995. Practice Based Evidence was een leidraad voor zijn onderzoek. Maar mensen die dit tegenover het belang van kennisgestuurd werken wilden plaatsen konden net zo goed rekenen op zijn weerwoord, met uitspraken als: ”evidence based practice en practice based evidence zijn als schering en inslag”. 

Hij wilde, eveneens in zijn eigen woorden, ‘twee heren dienen’: de praktijk en de wetenschap. Dat vond hij niet altijd even gemakkelijk, beide heren waren veeleisend en hij leek al tijdens zijn destijds nogal eenzame missie uit te zijn op volledige erkenning door beide heren. Momenteel beoefenen vele lectoren deze tak van wetenschap en ze trekken hierbij riant gezamenlijk op.  Geert was een wegbereider voor dit huidige praktijkgericht onderzoek. 
Geert zelf ging zich steeds meer toeleggen op de ene heer van de wetenschap. Dit ging gepaard met meer distantie en meer geduld met de weerbarstige werkelijkheid, die zich niet altijd gedroeg zoals hij hoopte. 

Als je je altijd achter je cliënt opstelt, moet je niet zeuren dat niemand je ziet staan’. Deze onvergetelijke uitspraak illustreert zijn missie en zijn stijl, waarbij goed gevonden one-liners en onderkoelde humor zijn genuanceerde publicaties vleugels gaven. Op deze vleugels kregen zijn missie en nuances vaste voet aan de grond van het hedendaagse sociale werk. Het is aan de toekomstige generatie sociale werkers om op deze grond verder te bouwen.    

Namens het Kenniscentrum Sociale Innovatie en het Instituut voor Social Work van Hogeschool Utrecht,
 
Anneke Menger
Lector Werken in Justitieel Kader

Lees ook: ‘In Memoriam Geert van der Laan’ door dr. Lies Schilder, algemeen directeur van de Beroepsvereniging van Professionals in het Sociaal Werk (BPSW) Geert van der Laan is in 2014 opgenomen in de Canon maatschappelijk werk.

Dit in memoriam is tevens gepubliceerd in Nieuwsbrief 23 van de Canons Sociaal Werk. 

 

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten