Eerste hulppost voor praktijkgericht onderzoek HU

24 september 2013

Een EHBO-post voor onderzoekers. Dat is wat het nieuwe Lectoraat voor Methodologie van praktijkgericht onderzoek wil zijn. Ook gaat de nieuwe lector Daan Andriessen verder bouwen aan de theorie voor methodes van praktijkgericht onderzoek. “Een logische stap in de ontwikkeling van het onderzoek aan Hogeschool Utrecht.”

Wie cynisch wil zijn, kan zeggen dat het nieuwe Lectoraat Methodologie van praktijkgericht onderzoek, dat per 1 september officieel van start is gegaan, wel erg lang op zich heeft laten wachten. Want dat praktijkgericht onderzoek is er al jaren aan Hogeschool Utrecht. Vier jaar geleden werd al landelijk afgesproken dat hogescholen het onderzoek moeten inbedden in het onderwijs. Na al die tijd komt er nu als eerste in ons land bij de HU een lectoraat dat zich over alle faculteiten heen bezighoudt met onderzoeksmethodes – zo’n beetje de basis voor goed onderzoek.

Onderzoeksambities HU ondersteunen

Lector Daan Andriessen en hogeschoolhoofddocent René Butter zien het als een logische volgende stap in het hogeschool-onderzoek.  ‘Juist als een praktijk goed loopt, gaan ze zich zorgen maken over de professionalisering ervan’, meent Butter. ‘Het gaat al goed met het onderzoek bij de HU, wij zijn er om het nog beter te maken.’

Andriessen was tot voor kort lector aan Hogeschool Inholland, maar maakt de overstap naar de HU ‘juist vanwege de ambities hier.’ Hij noemt het ‘moedig’ van de hogeschool om zo’n lectoraat te starten. ‘Er is geen hbo-instelling die de bijdrage van onderzoek  zo serieus neemt als deze. Onze bijdrage aan het onderwijs is altijd indirect. Via beter onderzoek, een betere didactiek van het onderzoek. Dus dan moet je visie hebben als je dat wilt verantwoorden. Je moet erin geloven.’ En dat is bij de HU op centraal niveau het geval, constateert Andriessen tevreden.

Meedenken

Maar aan die tevredenheid gaat een duidelijke waarschuwing van hem vooraf: denk niet dat dit hogeschoolbrede lectoraat nu gaat bepalen hoe onderzoek moet worden uitgevoerd of hoe dat moet terugkomen in het onderwijs. Zo centralistisch gaan zij het niet uitvoeren. Andriessen: ‘Ik wil ons primair neerzetten als meedenkende onderzoekers. Het was een beetje de angst onder lectoren: gaat hier nou iemand vertellen hoe wij onderzoek moeten doen - en wat we allemaal fout doen? Maar ze zouden geen lector zijn als ze geen verstand hadden van onderzoek. We worden geen methodenpolitie of een rechter die zegt wat er fout en goed is.’

‘Vraaggestuurd’ moet het lectoraat gaan werken. Waarbij Andriessen en Butter spelen met het idee een heuse EHBO-post op te richten: Eerste Hulp Bij Onderzoeksproblemen. De korte uitleg van Andriessen: ‘Als onderzoeker heb je wel eens een idee maar vraag je je af hoe je dat moet aanpakken. Dan bel je de EHBO en dan kunnen wij meedenken.’

Methoden in kaart

Naast die faciliterende kant is er nog een tak binnen het lectoraat: de theorievorming over praktijkgericht onderzoek. En die moet vooral tot stand komen door een kruisbestuiving met de kennis en ervaring van alle HU-onderzoekers. Ofwel, zoals Butter zegt: ‘We doen praktijkgericht onderzoek naar praktijkgericht onderzoek.’
Andriessen merkte tijdens een bijeenkomst van lectoren dat er onder lectoren behoefte is aan een overzicht van mogelijke methoden: ‘Ze willen dat graag. Want als je het hele spectrum in kaart hebt, kun je beter de mogelijkheden zien.’

Fijn voor de lectoren: een EHBO-service en een methoden-overzicht. Bedoeling is dat het leidt tot meer internationale publicaties en meer succesvolle subsidieaanvragen. Want nu loopt de HU soms projectaanvragen mis door ‘onvoldoende methodologische consequenties’. Dat kan beter en het lectoraat kan daarbij helpen.

Bijdragen aan het onderwijs

Het lectoraat wil ook bijdragen leveren aan het onderwijs. ‘Iedere opleiding moet aan kunnen tonen dat ze bachelors aanleveren met onderzoeksvaardigheden’, legt Andriessen uit. ‘Als lectoraat willen we helderheid bieden over wat dat dan is, dat onderzoekend vermogen. En hoe hoog ligt daarbij de lat? Daarover willen we transparantie bieden.’

Dat is noodzakelijk, want de arbeidsmarkt verwacht ook van hbo-ers dat ze onderzoeksvaardigheden hebben en dat ze bijvoorbeeld in staat zijn om een goede centrale onderzoeksvraag op te zetten. ‘In de kenniseconomie van tegenwoordig werkt dat nu eenmaal zo’, meent Andriessen. En hij geeft een concreet voorbeeld: ‘Als ik een apparaat ontwerp en eerst goed bedenk welke vragen ik moet stellen, dan wordt dat uiteindelijk een beter apparaat. En daar draait het om in onderzoek: het methodisch beantwoorden van een vraag. Dat zit al in het onderwijs, maar je kunt er meer uit halen en tot bloei laten komen.’

Tegelijkertijd waarschuwt de lector ervoor dat hogescholen niet moeten doorschieten in die onderzoeksvaardigheden. ‘Ik kom ook veel bij andere hbo-opleidingen en daar zie ik ze soms een move maken, van: “oh jee, we moeten onderzoek doen. Weet je wat? We laten studenten afstuderen op een onderzoek.“ Ik ben zelfs een opleiding tegengekomen, die heeft vastgelegd dat je niet meer mag afstuderen op een beroepsproduct. Je moet op een onderzoek afstuderen. Maar dat vind ik zonde. We zijn een beroepsopleiding en je test studenten door ze beroepsproducten te laten maken. Daar zijn we goed in.’

Dit is een bewerking van een interview dat Marc Janssen schreef voor Trajectum, het Hogeschoolmagazine van Hogeschool Utrecht, september 2013

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten