Anti-terrorisme maatregelen: meer, meer, meer?

Andrea DonkerIk hoorde de minister van Binnenlandse zaken, Ronald Plasterk op de dag van de democratie iets politiek heel slims zeggen bij Tros Kamerbreed. Hij sprak tegen Sophie in ’t Veld, europarlementarier voor D66. Zij toonde haar afschuw over alle maatregelen die na 11 september ‘als een dolle’ zijn genomen. Maatregelen die ons onze vrijheid ontnemen in reactie op de angst voor vrijheidsverlies door terroristen. Maatregelen die de burgerrechten aantasten. Elke stap die we zetten is nu zichtbaar voor de NSA en het is volstrekt onduidelijk wat ons dat oplevert, aldus Sophie in ’t Veld.

“Ik begrijp niet helemaal wat nu het betoog is van mevrouw in ’t Veld, is nou het betoog dat er meer of minder zou moeten gebeuren?”, zei minister Plasterk. Het idée! Pleiten voor mínder maatregelen tegen terrorisme in een tijd waarin elke dag weer een nieuw onthoofdingsfilmpje door IS kan worden gepost. Dat kan dus niet. En dus krabbelde Sophie in ’t Veld terug tot ze in het midden uitkwam tussen meer of minder maatregelen: het moest vooral effectiever. “Ja, pffft, effectiever”. Dat vond Plasterk natuurlijk ook.

Een stapje terug is een politieke no-go area. Als het gaat om anti-terrorisme maatregelen, werken alle partijen altijd toe naar de conclusie: handhaven of opvoeren. Kijk maar naar de conclusies die worden getrokken uit evaluatiestudies naar cameratoezicht. Wat het effect volgens die studies ook lijkt te zijn, altijd past het bij de conclusie dat de camera’s moeten blijven hangen. Wel zo prettig voor een gemeente die ze al heeft opgehangen. Als ze geen effect blijken te hebben, is de redenering: ‘ze hangen er nog niet lang genoeg, nog even laten hangen’. Reductie van criminaliteit is uiteraard altijd dankzij de camera’s, dus zeker laten hangen. Bij stijging van criminaliteit is enige creativiteit geboden. Een mogelijke redenering is dan, dat het besef dat de camera’s er hangen nog niet voldoende is doorgedrongen. Dus ook dan is de conclusie: nog even laten hangen.

Maatregelen genomen in naam van onze veiligheid zijn blijvend, zeker als ze onderdeel zijn van terrorismebestrijding. Dat blijkt ook uit de vele kritische studies die inmiddels zijn verschenen over de rechtstaatondermijnende effecten van post 9/11 maatregelen. Nu we die ondermijnende effecten kennen, is grote terughoudendheid en zorgvuldigheid bij het opleggen van nieuwe maatregelen geboden. Die conclusie staat in schril contrast met de tsunami aan ‘rechtsgang-omzeilende’ maatregelen tegen jihadisme, die minister Opstelten van Veiligheid en Justitie begin september aan de Tweede Kamer presenteerde.

In juni verscheen het eindrapport van Europees onderzoek naar radicalisering - een project waaraan ook het Kenniscentrum Sociale Innovatie van de HU deelnam. Wat blijkt: Ingrijpen in het radicaliseringsproces is veel effectiever als je dit doet vanuit een zorg- en welzijnperspectief dan als je dit doet vanuit het oogpunt van staatsveiligheid. Overheidsbeleid dat bij een deel van de bevolking zorgt voor een verminderd gevoel van rechtvaardigheid en verminderd zelfvertrouwen, zal bij die mensen de kans op radicalisering juist doen toenemen. Een programma gericht op jongeren die dreigden het contact met de maatschappij te verliezen en al redelijk sociaal geïsoleerd waren door schooluitval, werkloosheid en problemen thuis, bleek echter juist radicalisering te voorkomen.

Radicaliseren effectiever bestrijden vereist dus een draai, weg van de staatsveiligheidsfocus. Zolang zelfs weldenkende politici op de dag van de democratie niet in staat zijn zich uit te spreken over een dergelijke draai, ben ik banger voor onze eigen regering dan voor de terugkeer van wie dan ook.

Andrea Donker, lector Regie van Veiligheid
september 2014

Noot: De redactie van de onderzoeksnieuwsbrief nodigt elke maand één van de lectoren van de HU uit om op basis van de eigen expertise een visie te geven op actuele issues in onze samenleving.