Journalistiek is geen groeimarkt, communicatiesector wel

De wisselwerking tussen onderwijs en beroepspraktijk houdt lector Crossmedia en Journalistiek Piet Bakker nauwlettend in de gaten. ‘Soms bedenken we nieuwe vakken. De journalistiek bestaat immers nog steeds, de manier van werken is alleen sterk veranderd.’

Door Binja Mager
juli 2013

Wat betekenen die veranderingen voor de eisen die gesteld worden aan studenten Journalistiek?
‘Het grootste deel van wat we hier tien jaar geleden onderwezen behoort nog steeds tot de vaardigheden die we studenten willen meegeven. Je moet goed kunnen schrijven of een verhaal kunnen vertellen, en vooral een kritische houding hebben ten opzichte van je bronnen en de samenleving. Daar is technologische kennis bijgekomen. Je moet niet alleen je Facebookpagina kunnen updaten, maar ook begrijpen hoe je zaken wijzigt in de veiligheidsinstellingen. Je moet begrijpen hoe je Twittervolgers krijgt, en dat kunnen beheren. Je moet niet alleen een blog kunnen schrijven, maar hem ook zelf kunnen bouwen. Even in de HTML van een site duiken en een twitter-functie toevoegen. Je moet eigenlijk een beetje kunnen programmeren. Daarnaast moet je snappen hoe je je eigen netwerk in kan zetten voor een bepaald vraagstuk, en dat allemaal opnemen in je producties. Echt een stukje community-management. En dat allemaal in een hoger tempo dan voorheen.’

Een van de onderzoeksprojecten waar u leiding aan geeft heet Every picture tells a story en speelt in op de groei van datajournalistiek. Welke vaardigheden zijn daar van belang?
‘Als je, als journalist, een stuk moet schrijven over de opkomst van breedband in Nederland  dan moet je weten waar je de informatie vandaan moet halen. Maar vooral hoe je daar een verhaal van maakt. Het is belangrijk om daarbij kennis te hebben en die toe te kunnen passen van hoe je dergelijke informatie tot een goede infographic kan omtoveren. Je hoeft nooit alles zelf te kunnen, maar wel genoeg  om iemand aan te kunnen sturen.’

Een vaste aanstelling bij een krant of een tijdschrift zit er voor de meesten niet in. Althans, niet meteen. Wat is er dan wel mogelijk?
‘Als je goed bent in het bouwen van blogs moet je bedenken of je daar geld voor kan vragen, om mensen dat uit te leggen. Als je heel goed foto’s kan maken kun je gaan werken voor HP/ De Tijd, maar je kunt ook kijken of je niet meer verdient in de bedrijfsjournalistiek. Je moet echt je eigen vaardigheden kunnen omzetten in geld, je eigen klantenkring beheren, je eigen bedrijfje runnen. Dat zijn allemaal nieuwe dingen.  Alles wat je vroeger leerde op deze opleiding moet je nog steeds kunnen, maar daarnaast nog veel meer. Het lectoraat probeert op die wijze aan de opleiding toe te voegen zodat studenten met een breder pakket aan vaardigheden de arbeidsmarkt op kunnen.’

Het ministerie wil gaan snijden in opleidingen die leiden tot werkloosheid. Denkt u dat deze opleiding daarvoor in aanmerking komt?
‘Nee, dat denk ik niet. Zoals hierboven aangegeven komen veel studenten journalistiek terecht bij banen die veel raakvlakken vertonen met de journalistiek. We voeren om de paar jaar een onderzoek uit om te toetsen waar onze leerlingen terecht komen. Dit zorgt soms voor verrassende antwoorden, maar het meest geruststellende is dat ze allemaal wel betaald werk hebben, een aantal uitzonderingen daargelaten. Of ze altijd even goed gebruik blijven maken van de vaardigheden die ze hier geleerd hebben is de vraag. Je loopt met zo’n opleiding altijd achter de praktijk aan. Dat geldt voor elke opleiding. En we proberen ervoor te  zorgen dat dat niet te veel is. We veranderen  dingen in het aanbod, zonder dat de hele opleiding op de schop moet. Onderwijs loopt niet voorop op de praktijk, nee, onderwijs past zich aan. En we doen er alles aan om de achterstand die we van nature hebben op de beroepspraktijk, niet te groot te laten worden. En dat is niet eenvoudig, want dingen veranderen razendsnel. De opleiding bestond overigens al voordat het lectoraat bestond, tientallen jaren zelfs. Het lectoraat brengt intern discussies op gang en praat mee over de invulling van het onderwijs en curriculumontwikkeling. Naar buiten toe zijn we een uithangbord.’

Hoe zorgt u ervoor dat de kennis die bij een dergelijk project wordt opgedaan weer terecht komt bij studenten?
‘De docenten die verbonden zijn aan de kenniskring van mijn lectoraat zijn ook de docenten die de minor Editorial Media Design verzorgen. En als het onderzoek is afgerond zouden we graag zien dat die kennis ook voor anderen toegankelijk is, zoals mensen die al in de praktijk werkzaam zijn en graag hun kennis willen vergroten. Niet alleen van dit project, maar bij alles wat we doen. Bij het vak social media research treed ik regelmatig op als gastdocent. Er wordt ook zeer actief geblogd door de docent-onderzoekers van de kenniskring. Soms bedenken we nieuwe vakken, en soms kijken we of we iets kunnen toevoegen aan een bepaald vak. Of aan de praktijk. De journalistiek bestaat immers nog steeds, de manier van werken is alleen sterk veranderd.  En de journalistiek mag dan geen groeimarkt zijn, de communicatiesector in haar geheel is dat absoluut wel.’

Zoeken jullie daarnaast ook naar methodes om de resultaten van jullie onderzoek door te spreken met mensen uit de praktijk?
‘Jazeker.  De opleiding organiseert om de paar maanden een bijeenkomst waar we onder anderen met mensen spreken van het NOS journaal, van RTL, en van Sanoma.  Daar praten we over eindtermen. Daarnaast bespreken we met alle opleidingen journalistiek de bevindingen. Hoe is het beroepsprofiel? Hoe is dat aan het veranderen, en hoe gaan we kunnen we daar vanuit het lectoraat aan bijdragen? Tijdens de studiedag op school praten we over hoe we de opleiding opnieuw gaan inrichten. Het vak Krant van de toekomst bijvoorbeeld ziet er nu heel anders uit dan een jaar geleden. Maar een nieuw leerplan maken, het introduceren van een vak als het eerdergenoemde social media research, dat kost ongelooflijk veel tijd voor docenten. En voordat je daar als student iets aan hebt  ben je een paar jaar verder. ‘

In de driedelige documentaire ‘Iedereen Journalist’ komt Piet Bakker aan het woord.