Interview met Ad van Dooren

Hoe kunnen farmaceutische vernieuwingen terechtkomen bij zorgverleners en patiënten? Dat is het onderzoeksterrein van dr. Ad van Dooren, lector Disseminatie van farmaceutische innovaties. “Bij therapietrouw vergroten spelen wel zestig factoren een rol.”

Ad van Dooren is apotheker. Nee, hij heeft nooit met een witte jas achter de balie van een apotheek gestaan, vertelt hij. Voordat hij docent en later lector werd bij de HU, werkte hij in de farmaceutische industrie. Research & Development, marketing, sales, export: in ruim een kwart eeuw zag Ad van Dooren alle hoeken en gaten van de branche. Daarna was het tijd om al die kennis over te dragen aan HU-studenten van de gloednieuwe studie Farmakunde. Als stagecoördinator hield hij zijn contacten met het werkveld warm, zoals met de branchevereniging KNMP en Nefarma. Uit datzelfde werkveld komen de vragen waarop hij sinds 2011 als lector een antwoord zoekt. Zijn lectoraat staat met drie onderzoekslijnen en vier onderzoekers al stevig in de steigers.

Therapietrouw

Achter dit alles klopt nog steeds het apothekershart van lector Van Dooren. De branche heeft het moeilijk, vertelt hij. “Vooral in de openbare farmacie is veel financieel leed. Jarenlang verdienden apothekers met hun ogen dicht. Die tijd is voorbij. Zorgverleners bepalen welk medicijn van welk merk wordt vergoed en de marge per doosje moest omlaag. Gevolg: de service staat onder druk. Aan de apotheekbalie staan minder assistenten die meer moeten doen. Discussiëren met patiënten bijvoorbeeld, over welk doosje ze dit keer weer meekrijgen.” Terwijl het aan die balie over iets heel anders zou moeten gaan, vindt de lector. Namelijk: het volgens voorschrift innemen van de medicijnen. ‘Therapietrouw vergroten’ – brancheorganisatie KNMP benoemde dit tot speerpunt van alle apotheken en het is een sleutelbegrip van zijn lectoraat, vertelt Van Dooren: “Wij gaan de theoretische basis leveren. ‘Niet-therapietrouw zijn’ kan heel duur zijn, terwijl de gevolgen vaak niet direct zichtbaar zijn. Neem iemand die zijn bloeddrukverlagende medicijnen vergeet. Dat gaat echt niet meteen mis. Maar op den duur wel, en dan zijn de gevolgen en kosten enorm.”

Daarom onderzoekt promovendus Rik Ensing bij het lectoraat hoe het beter kan. “Specifiek richten we ons op het verbeteren van therapietrouw bij patiënten die na een ziekenhuisopname terechtkomen bij hun eigen apotheek. Als mensen uit het ziekenhuis komen, staat hun hoofd vaak niet naar medicatie-instructies. Maar bij verkeerd medicijngebruik dreigt nieuwe opname in het ziekenhuis. Ensing onderzoekt met welke interventies de apotheker dat kan voorkomen. Nabellen of huisbezoek bijvoorbeeld.” Therapietrouw vergroten, dat lijkt niet zo’n ingewikkelde opgave. Toch wel, legt Van Dooren uit. “Het gaat over gedrag. Bij gedragsverandering spelen wel zestig tot zeventig factoren een rol. Factoren in de persoon zelf en zijn omgeving, maar ook in het geneesmiddel.” Daar komt bij dat de patiënt de verplichting heeft om zijn zorgverlener alle relevante informatie te geven. Dat staat sinds 2007 in de Geneesmiddelenwet. “Zelfmanagement. Empowerment van de patiënt. Communicatie. Daar gaat het dan om. Maar veel zorgverleners moeten hier nog aan wennen.

Daarom loopt er een tweede promotieonderzoek bij het lectoraat, onder de naam Empowerment van de oudere patiënt. Een belangrijke doelgroep, want voor veel ouderen is dit moeilijk.” Esther du Pon onderzoekt hiervoor hoe ouderen tijdens een consult over het gebruik van chronische medicatie beter kunnen communiceren met hun zorgverlener.

Diabetes voorkomen

Het lectoraat maakt zichtbaar: een farmakundige is geen veredelde apothekersassistent. Farmakunde gaat over communicatie, computerinterventies, innovaties. Én over business. Van Dooren: “Een ander project behelst taakherschikking, als manier om de omzet van apothekers op te krikken. We willen bijvoorbeeld kijken of apotheken een rol kunnen spelen in de preventie van diabetes type 2. Als mensen in de apotheek kunnen checken of ze een verhoogd risico lopen, kan de apotheker hen helpen hun levensstijl te verbeteren, als dat nodig is.” De kosten? Die zouden voor de zorgverzekeraar zijn. Daarover is Van Dooren optimistisch: “Ik denk dat de druk op de zorgpremies zal verminderen en dat de verzekeraars zich weer op de lange termijn kunnen richten.”

WAIT-time

Naast de onderzoekslijnen rond het empowerment van de patiënt en de farmaceutische processen (therapietrouw, taakherschikking) gaat de derde (meer industriële) onderzoekslijn over de ontwikkeling van geneesmiddelen. Belangrijk onderzoeksthema: de WAIT-time. Of: hoe lang duurt het voordat een nieuw geneesmiddel bij de patiënt komt? Van Dooren: “Testen, registratie, de opname in het verzekeringspakket: vaak duurt dit wel 12 jaar. Veel te lang, al was het maar omdat de octrooitijd dan voor de industrie erg kort wordt om nog wat te verdienen. Costs en benefits, daarover gaat de discussie. Wat mag iemand met een zeldzame ziekte kosten? Hoe ver ga je bij bijwerkingenonderzoek? Als 1 op de 100.000 patiënten een zeldzame en ernstige bijwerking krijgt, kom je dat niet tegen bij de ontwikkeling van geneesmiddelen. Daar kunnen die 99.999 anderen niet op wachten. We willen die nieuwe geneesmiddelen juist zo snel mogelijk bij de patiënt, want die moet er beter van worden. Vooral op dit vlak, de implementatie, is nog veel te winnen.”