ZINnig

Looptijd: juni 2018 - juni 2020
Projectcoördinatie: Sonja Barends
Betrokken onderzoekers: Ellen Gerrits, Inge Klatte, Johan Versendaal en Rob Zwitserlood

Relevantie voor de beroepspraktijk en het onderwijs

Een taalontwikkelingsstoornis (TOS) is de meest voorkomende ontwikkelingsstoornis bij kinderen. Kinderen met TOS hebben moeite met praten en met het begrijpen van de ander. In iedere Nederlandse schoolklas zitten gemiddeld twee kinderen met TOS. Taalproblemen hebben een grote impact op het dagelijks functioneren van een kind. Al op heel jonge leeftijd is er miscommunicatie met ouders en broertjes en zusjes. Hierdoor kunnen gedragsproblemen en faalangst ontstaan. Op school ontstaan leerproblemen, omdat het onderwijs gebaseerd is op leren via mondelinge en schriftelijke (talige) instructie. Kinderen met TOS ervaren minder schoolsucces, hebben minder vriendjes, en jongvolwassenen verliezen vaker hun baan.
Een van de hardnekkigste symptomen van TOS is het zeer zwak formuleren van zinnen. De incorrecte zinsbouw en grammatica zorgen voor onbegrip bij de luisteraar. Professionals die kinderen met TOS begeleiden, erkennen het belang van therapie gericht op dit taalaspect; zij ervaren hier echter ook grote handelingsverlegenheid. Ze geven aan dat er onvoldoende behandelmateriaal is om zinsbouw en grammatica te remediëren, daarnaast zijn bestaande evaluatie-instrumenten niet altijd toepasbaar in de klinische praktijk, bijvoorbeeld omdat het gebruik te tijdsintensief of te complex is. Om deze problemen op te lossen, is samen met behandelaars in het mkb-logopedie het consortium ZINnig opgezet.

Doel en doelgroep

Het doel van het project is om de zorg en begeleiding voor kinderen met TOS te verbeteren, zodat zij beter kunnen participeren in onze talige maatschappij. Het project ZINnig draagt bij aan de Strategische onderzoeksagenda hbo 2016-2020 (Onderzoek met Impact), over het creëren van een gezonde en inclusieve samenleving (thema 1 Zorg, en 2 Onderwijs en talent). De doelstelling van het project past daarnaast in de onderzoeksprogrammering van het HU kenniscentrum Gezond en Duurzaam Leven, thema zelfredzaamheid en innovatie van zorg via technologie.
Dit project richt zich op kinderen met TOS van 7 tot 10 jaar met grammaticale problemen. Voor deze doelgroep bestaan nog weinig therapiematerialen en -programma’s. Logopedisten geven aan zich handelingsverlegen te voelen wanneer zij werken met deze doelgroep. Zij hebben behoefte aan meer kennis over grammaticale ontwikkeling bij TOS, tools voor het slim en snel uitvoeren van spontane taalanalyses, het eenvoudig selecteren en evalueren van behandeldoelen, en meer effectieve behandelprogramma’s voor kinderen van 7-10 jaar, met digitale ondersteuning voor transfer (apps).

Resultaat en producten

De beoogde opbrengst van het project is drieledig: 1) kennis over mijlpalen in grammatica, 2) best-practices en een digitale applicatie voor spontane taalanalyses, 3) een nieuw therapieprogramma. De tools worden in co-design met het mkb ontwikkeld waarbij slimme technologie wordt ingezet zodat monitoring van taalvaardigheid van kinderen, efficiënt en doelgericht uitgevoerd kan worden.

Projectpartners

Het consortium bestaat uit onderzoeksinstellingen (Hogeschool Utrecht, Hanzehogeschool Groningen en Universiteit Utrecht), een kennispartner (Koninklijke Auris Groep), 12 mkb-bedrijven (logopediepraktijken) en de beroepsvereniging (Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie).

Cofinanciering

Financiering voor het project is beschikbaar gesteld door het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht onderzoek Sia Raak.

 

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten