Werken voor jeugd, ja?!

Looptijd: januari 2018-januari 2019
Betrokken lector: Saskia Wijsbroek
Betrokken onderzoekers: Loes Houweling & Bregje Spaans
Betrokken opleidingen: Voltijd bachelor pedagogiek

Doel en doelgroep

Met dit onderzoeksproject willen we inzicht krijgen in de redenen van professionals om hun werk te blijven doen of om er mee te stoppen.

Professionals in het jeugddomein en hun organisaties
Pedagogische professionals in opleiding

Relevantie beroepspraktijk en onderwijs

Via diverse kanalen (zoals de gemeente Utrecht, NIP, NVO) komen geluiden dat professionals vaker dan voor de transitie in de jeugdzorg van baan wisselen en zelfs de jeugdzorg verlaten. Dit kan de continuïteit van de begeleiding van gezinnen in gevaar brengen en heeft ook zijn weerslag op de duurzame samenwerking tussen professionals uit verschillende organisaties. Daarmee komen belangrijke transitiedoelen mogelijk in gevaar. Er zijn allerlei ideeën over de oorzaken hiervan. Zo wordt bijvoorbeeld gedacht dat jeugdzorgprofessionals vaker alleen zware problemen tegen komen en daardoor minder succeservaringen hebben. Een andere suggestie is dat professionals het gevoel hebben dat ze meer met veranderingen bezig zijn dan met de kern van hun werk. Ook blijkt uit onderzoek dat ze zich steeds vaker voor ethische dilemma’s geplaatst zien door lange wachtlijsten, financiële problemen of door de manier waarop de jeugdhulp georganiseerd wordt. De vele tijdelijke contracten lijken eveneens een rol bij te spelen bij het grote verloop. Vele mogelijke factoren, maar eigenlijk weten we niet goed wat er aan de hand is. 

Waarom zien professionals om naar een andere baan? Jeugdprofessionals werken over het algemeen vanuit een grote intrinsieke motivatie, maar het lijkt er op dat dit niet meer voldoende is. Is hun motivatie om voor jeugdigen en hun gezin te werken verminderd? Hoe komt dit dan? Wat zijn andere mogelijke overwegingen? Wat zou er in hun ogen moeten gebeuren om hen te behouden voor dit belangrijke werk? Dit zijn een aantal vragen die naar voren komen. 

Met dit inzicht willen we bijdragen aan het verminderen van het grote verloop binnen het jeugddomein door bijvoorbeeld adviezen te geven aan organisaties of aan (begeleiders van) professionals. Opleidingen kunnen op basis van deze inzichten hun aankomende professionals beter voorbereiden op het complexe en steeds veranderde werkveld.

Hoe ziet het project eruit?

In totaal hebben 13 studenten in het kader van hun afstudeeropdracht aan het onderzoek mee gedaan. Zij hebben elk 8 professionals gevraagd naar hun verhalen over gebeurtenissen in hun werk die ervoor gezorgd hebben dat ze gingen twijfelen of zeker wisten dat ze binnen het jeugddomein wilden blijven werken. De studenten hebben de (narratieve) interviews uitgewerkt en narratief geanalyseerd. Daarin zijn ze begeleid door hun coaches van de opleiding. De onderzoeker van het lectoraat (Loes Houweling) heeft een aantal workshops gegeven over het doen van narratief onderzoek. De coaches zijn ook door Loes begeleid, zodat zij zich verder konden scholen in het begeleiden bij narratief onderzoek. Loes en Bregje Spaans (ook onderzoeker van het lectoraat) maken een meta-analyse van de verhalen die het resultaat zijn van het onderzoek van de studenten. Op basis hiervan schrijven zij een artikel voor het tijdschrift Pedagogiek in Praktijk en een handzame publicatie voor het werkveld.