Variatie in individuele grof motorische trajecten van zuigelingen zichtbaar maken met een videomethode en identificeren van factoren die de variatie (deels) verklaren

Looptijd: 1 januari 2016 tot 31 december 2020
Betrokken lector: Harriët Wittink
Promovendus: Marike Boonzaaijer

Maatschappelijke relevantie en relevantie voor het onderwijs

De beroepsgroep kinderfysiotherapie krijgt mogelijk een wetenschappelijk onderbouwde videomethode voor het testen en monitoren van de grof motorische ontwikkeling, als aanvulling op de bestaande methoden.

Een ander doel van het GODIVA project ligt op het gebied van onderwijs en is het realiseren van een beelddatabank. De filmbeelden laten het spectrum aan variatie in de motorische ontwikkeling van baby’s zien. De beelddatabank wordt ingezet bij het opleiden van studenten (kinder-)fysiotherapie en voor het betrouwbaar leren afnemen van de AIMS. Alleen filmbeelden van kinderen waarvan beide ouders toestemming hebben verleend worden opgenomen in de beelddatabank.

De ontwikkeling van nieuw onderwijs is in 2014 al gerealiseerd. De Minor Kind en Ontwikkeling Motoriek wordt 2 maal per jaar aangeboden als keuzevak voor bachelor studenten. Kennis opgedaan in het onderzoek wordt direct gedeeld met het onderwijs binnen de Masteropleiding Kinderfysiotherapie.

Tot slot biedt het GODIVA project studenten de mogelijkheid te participeren in praktijkgericht onderzoek. Vanaf 2013 hebben al ca. 40 studenten meegewerkt in het kader van onderwijs en afstuderen.

Theoretisch kader

Longitudinaal onderzoek naar individuele ontwikkelingstrajecten van de zuigelingenleeftijd tot de schoolleeftijd laat echter zien dat het voorspellende vermogen van de uitkomsten van de vroege (motorische)ontwikkeling op later motorisch functioneren zeer gering is. Deze observatie past bij de recentere Dynamische Systeem Theorie. Daarin staat naast de fysieke ontwikkeling van het kind de relatie tussen het kind en de omgeving centraal. Deze theorie impliceert de aanwezigheid van inter- en intra-individuele variatie in de grof motorische ontwikkeling van het jonge kind. Dit wordt ondersteund door recent longitudinaal onderzoek naar de motorische ontwikkeling van zowel op tijd geboren als vroeg geboren kinderen. Voor de praktijk zou dit kunnen betekenen dat het monitoren in de tijd de voorkeur heeft boven het eenmalig screenen van de motorische ontwikkeling.

Variatie in grof motorische ontwikkeling wordt idealiter in kaart gebracht d.m.v. longitudinale onderzoeksdesigns. Dit type onderzoek is echter schaars en uitkomsten zijn niet eenduidig. Opvallend is dat de meeste longitudinale studies de kinderen observeren in tijdsintervallen van zes tot twaalf maanden waardoor het identificeren van belangrijke transitiemomenten in de grof motorische ontwikkeling mogelijk gemist wordt. In het huidige onderzoek zal de grof motorische ontwikkeling daarom iedere twee maanden geobserveerd worden.
Naast het vaststellen van variatie is het van belang om kind- en omgevingsfactoren te identificeren die deze variatie (deels) kunnen verklaren. Zo blijkt, bijvoorbeeld, dat een hoger opleidingsniveau van moeder en inkomensniveau positief gecorreleerd zijn met de motorische ontwikkeling. Kind factoren zoals temperament hebben waarschijnlijk ook invloed op de motorische ontwikkeling maar zijn nog weinig onderzocht.

Vraagstelling

Welke, longitudinaal gemeten, grof motorische ontwikkelingstrajecten van gezonde Nederlandse jonge kinderen zijn te onderscheiden, kijkend naar snelheid en volgorde van de ontwikkeling? En welke omgevingsfactoren kunnen deze variatie (deels) verklaren?

Doelstelling

Meer inzicht in longitudinale grof motorische ontwikkelingstrajecten en in omgevingsfactoren die de variatie hierin kunnen verklaren draagt bij aan het meer op maat screenen en behandelen van baby’s die in de ontwikkeling bedreigd worden.
Implementatie
De kennis die voortkomt uit het onderzoek wordt direct geïmplementeerd in het onderwijs (zowel bachelor als master). Ook is een bijscholingscursus ontwikkelt voor kinderfysiotherapeuten in het werkveld: Ontwikkelingsgericht Onderzoek met de AIMS. De producten die voortkomen uit het onderzoek, zoals de gevalideerde videomethode, zullen stapsgewijs geïmplementeerd worden in zowel de 1e als 2e lijns kinderfysiotherapie (zie SIA RAAK project GOAPP).

Samenwerking

Voor het GODIVA project is een consortium gevormd om input te krijgen en kennis te delen met de volgende partners: HU Lectoraat Architectuur van Digitale Informatie Systemen, Faculteit Sociale Wetenschappen van Universiteit Utrecht, UMCU/Wilhelmina Kinderziekenhuis, VU Medisch Centrum, St. Antonius Ziekenhuis, Werkgroep Kinderfysiotherapie Midden Nederland, Nederlandse Vereniging voor Kinderfysiotherapeuten. Dit faciliteert een wisselwerking tussen onderwijs, beroepspraktijk en onderzoek. Tijdens het jaarlijkse GODIVA symposium en op werkveldavonden werd kennis gedeeld met het werkveld. Daarnaast zijn er nauwe banden met zowel de bachelor opleiding (studenten van de minor Kind en Ontwikkeling) en de master opleiding Kinderfysiotherapie. Studenten kunnen participeren voor excellentie trajecten en afstudeerprojecten.

Promotoren

Prof. Dr. MJ Jongmans (FSW UU)

Co-promotoren

Dr. MJM Volman (FSW UU)
Dr. J Nuysink (LLG, HU)

 

Logo Godiva project

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten