Transitie van AWBZ naar Wmo

Project ‘Gevolgen van de transitie van AWBZ extramurale begeleiding naar Wmo voor gebruikers en professionals’.

Afgerond 

Sinds 1 januari 2015 liggen veel zorgtaken op het bordje van de gemeente. Het HU-lectoraat Participatie, Zorg en Ondersteuning onderzocht gedurende twee jaren welke effecten de overheveling van de zorgtaken naar de gemeenten heeft voor cliënten, mantelzorgers en hulpverleners in de regio Utrecht. Bij de cliënten gaat het om kwetsbare burgers in de regio Utrecht: mensen met een verstandelijke beperking, een psychiatrische achtergrond, met dementie en dak- en thuislozen. Studenten van de opleidingen Sociaal Pedagogische Hulpverlening en Maatschappelijk Werk en Dienstverlening van de HU interviewden de mensen voor de transitie in 2014, en een jaar later in 2015 nogmaals. In het onderzoek stonden de volgende doelstellingen centraal:

  • Inzicht krijgen in de hulpvraag van mensen met een beperking die zich als gevolg van de transitie vanaf 2015 melden bij het Wmo-loket;
  • Inzicht krijgen in de wijze waarop gemeenten invulling geven aan de transitie, en dan specifiek de inzet van professionals vanuit de Wmo;
  • Inzicht verkrijgen in de mogelijke effecten van de transitie op de zelfredzaamheid, participatie en sociaal isolement van mensen met een verstandelijke of psychische beperking.

Aan dit onderzoek verleenden Axion Continu, Careyn, De Tussenvoorziening, Kwintes, Reinaerde hun medewerking.

Wat zijn nu de verschillen met de situatie voor de transitie?

Uit het onderzoek blijkt dat cliënten die voorheen vanuit de AWBZ door het Rijk werden ondersteund nog met rust wordt gelaten: hun zorg en begeleiding bleven intact gebleven en ze behielden hun eigen zorgverlener. Geen enkele cliënt heeft een keukentafelgesprek gehad met de gemeenteambtenaar. Dat heeft er ook mee te maken dat 2015 een overgangsjaar was. Zorggebruikers met een indicatie van voor 2015, zouden die voorlopig behouden, zo beloofde staatssecretaris Van Rijn. De veranderingen gelden vooral voor de mensen die zich nu aanmelden voor ondersteuning. 2016 wordt volgens een jaar waarin ook de kwetsbare burgers wat gaan merken van de transformatie.

Mensen met dementie merken al wel het nodige: ze krijgen minder uren huishoudelijke hulp, waardoor hun mantelzorgers zwaarder worden belast. Verder moeten cliënten een hogere eigen bijdrage betalen, waardoor sommigen afzien van zorg en ondersteuning.

Ondersteuning bij financiën

De cliënten die de HU-onderzoekers interviewden, krijgen soms niet meer dan een uurtje ondersteuning.  Het merendeel leidt een gewoon leven. De meesten zijn echter niet zelfredzaam als het gaat om financiën. Op dat vlak hebben ze bijna altijd ondersteuning nodig van een hulpverlener of een mantelzorger. Als ze niet bij de financiën worden geholpen, lopen ze de kans dat ze alsnog schulden maken en het overzicht verliezen.

Voor zorgverleners heeft de transitie tot gevolg dat zij een hogere caseload krijgen waardoor de werkdruk behoorlijk toeneemt. Ook veranderen sommige zorgorganisaties de werkwijze. Zo wordt aan cliënten gevraagd voortaan naar kantoor te komen in plaats van dat ze thuis worden bezocht. Dat gebeurt onder het motto: straks moeten ze zelf bij de gemeente aan de bel trekken, als er wat aan de hand is. Op zich is dat een vreemde ontwikkeling. Vanuit de Wmo is de gedachte juist dat wijkteams de cliënten thuis opzoeken, en niet wachten tot ze zelf aan de bel trekken.

Voor meer informatie over dit onderzoek, kunt u het rapport downloaden. Dit project maakte deel uit van de Wmo Werkplaats Utrecht.

  • Projectleider: Els Overkamp
  • Onderzoekers: Sascha van Gijzel, Simona Karbouniaris
  • Lector: Jean Pierre Wilken

Participatie Zorg en Ondersteuning

Participation, Care and Support

Over het lectoraat

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten