SPEECH – Spraakontwikkelingsstoornissen en de ernst van de communicatieve handicap

Looptijd: December 2015 - verwachte einddatum is eind 2019
Betrokkenen: prof dr. Ellen Gerrits, Hogeschool Utrecht en Universiteit Utrecht, prof. Sharynne McLeod, PhD., Charles Sturt University, Bathurst, Australië, dr. Hayo Terband, Universiteit Utrecht, Anniek van Doornik-van der Zee, Hogeschool Utrecht

Relevantie voor de beroepspraktijk en het onderwijs

Kinderen met een spraakontwikkelingsstoornis hebben veel moeite met verstaanbaar spreken wat kan leiden tot frustratie en miscommunicatie. Dit kan een negatieve invloed hebben op de sociaal-emotionele ontwikkeling en het volgen van onderwijs. Juiste herkenning van de problematiek en een adequate behandeling zijn belangrijk om de ontwikkeling van deze kinderen op juiste wijze te kunnen ondersteunen. Het kunnen vaststellen van de ernst van een spraakontwikkelingsstoornis speelt hierin een belangrijke rol, omdat dit het mogelijk maakt om te bepalen welke kinderen logopedie nodig hebben. Daarnaast maakt een betrouwbare ernstmaat het ook mogelijk om het effect van behandeling te kunnen meten, zodat bepaald kan worden of de gekozen interventie het beoogde effect heeft. Het onderzoek richt zich op verschillende factoren die invloed hebben op de ernst van spraakontwikkelingsstoornissen. Dit sluit aan bij het idee dat de ernst van een probleem nooit alleen maar kan bestaan uit de stoornis (in dit geval moeite met het spreken), maar ook wordt bepaald door de mate waarin het kind er in het dagelijks leven door gehinderd wordt.

Doel

Het uiteindelijke doel van de studie is het ontwikkelen van een betrouwbare ernstmaat voor spraakontwikkelingsstoornissen. De weg daar naar toe levert inzicht in de normale ontwikkeling van de verstaanbaarheid en de specifieke kenmerken van de spraak en mogelijke andere factoren die de ernst van een spraakontwikkelingsstoornis bepalen. Een concrete opbrengst van dit onderzoek is de normering van de Schaal voor Verstaanbaarheid (ICS-NL) die al door veel logopedisten wordt gebruikt.

Vraagstelling

De hoofdvraag van het onderzoek is: ‘Hoe kan de ernst van een spraakontwikkelingsstoornis op betrouwbare wijze worden vastgesteld bij kinderen van 4 tot 6 jaar?’ Belangrijke deelvragen hierbij zijn bijvoorbeeld hoe de ernst van een spraakontwikkelingsstoornis wordt gedefinieerd door logopedisten, hoe de normale ontwikkeling van de verstaanbaarheid verloopt en hoe de beoordelingen van de verstaanbaarheid en ernst door verschillende groepen (ouders, logopedisten) zich tot elkaar verhouden. Het bestuderen van de correlaties tussen allerlei kenmerken van de spraak en de verstaanbaarheid moet een antwoord gaan geven op de vraag hoe de ernst van de spraakontwikkelingsstoornis vastgesteld kan worden. Om de vragen te beantwoorden worden twee deelstudies uitgevoerd: een normeringsstudie en een correlationele studie.

Normeringsstudie

Bij 480 kinderen wordt de spraakontwikkeling en verstaanbaarheid aan de hand van vragenlijsten in kaart gebracht. Het doel hiervan is te ontdekken hoe de verstaanbaarheid van kinderen met een normale ontwikkeling zich ontwikkelt en wanneer de ontwikkeling dus niet normaal verloopt. Het resultaat is een Nederlandse normering voor de Schaal voor Verstaanbaarheid (ICS-NL).

Correlationele studie

Voor de correlationele studie naar de ernstmaat worden 160 kinderen van 4 tot 6 jaar onderzocht. De kinderen worden in 6 leeftijdsgroepen ingedeeld. Van deze kinderen hebben 64 kinderen een normale spraakontwikkeling en 96 kinderen een spraakontwikkelingsstoornis. Het onderzoek bestaat uit het afnemen van een plaatjestest om de spraak uitgebreid in kaart te brengen, een gesprekje over een favoriet onderwerp en een aantal aanvullende onderzoeken bijvoorbeeld voor luistervaardigheid en het begrijpen van woorden. De vierjarigen worden na een half jaar opnieuw onderzocht om de vooruitgang in de spraakontwikkeling en verstaanbaarheid vast te leggen. Uit de gesprekjes worden fragmenten van de spraak aangeboden aan een panel van luisteraars die het kind nog niet eerder hebben gehoord. Zij geven een oordeel over hoe goed zij de kinderen kunnen verstaan. Het uiteindelijke resultaat is een model om de ernst van een spraakontwikkelingsstoornis te bepalen met instrumenten die voor alle logopedisten beschikbaar zijn en dus direct toepasbaar is in de praktijk.

Samenwerking

Het onderzoeksproject wordt uitgevoerd in samenwerking met verschillende instellingen voor zorg en onderwijs voor kinderen met spraak- en taalontwikkelingsstoornissen. Daarnaast wordt samengewerkt met een instelling voor kinderopvang en verschillende scholen voor basisonderwijs in de regio Groene Hart. Er wordt eveneens samengewerkt met logopediepraktijken in de vrije vestiging.

Begeleiding

Prof. dr. Ellen Gerrits, promotor, Universiteit Utrecht, Faculteit Geesteswetenschappen, Utrecht Institute of Linguistics OTS, Hogeschool Utrecht, Faculteit Gezondheidszorg, Lectoraat Logopedie: Participatie door Communicatie
Prof. Sharynne McLeod, PhD., promotor, Charles Sturt University, Bathurst, Australië, faculty Teacher Education
Dr. Hayo Terband, Universiteit Utrecht, Faculteit Geesteswetenschappen, Utrecht Institute of Linguistics OTS

Financiering

Het promotieonderzoek wordt gefinancierd met de promotiebeurs voor leraren van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk onderzoek (NWO).

Logopedie: Participatie door Communicatie

Logopedie

Over het lectoraat

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten