Samenwerken aan een delictvrij bestaan: werkalliantie in het gedwongen kader

Looptijd: september 2015 - november 2019
Betrokken lector: Vivienne de Vogel 
Betrokken onderzoeker: Annelies Sturm
Meer informatie: video 'De werkalliantie'

Doel

Het onderzoeken van het effect van de kwaliteit van de werkalliantie tussen de reclasseringsclient en –werker op voorkomen van recidive. 

Omschrijving

De reclassering heeft als doel het voorkomen dat delinquenten weer opnieuw in de fout gaan. Dit doet de reclassering door een dader of verdachte te stimuleren crimineel gedrag te veranderen en te kiezen voor een leven zonder criminaliteit. Tegelijk controleert de reclassering ook de dader of verdachte om risico op herhaling zoveel mogelijk te voorkomen. De wijze waarop het contact verloopt tussen de reclasseringwerker en diens client speelt hierbij een belangrijke rol. Tijdens het reclasseringtoezicht bouwen de reclasseringswerker en de client een samenwerkingsrelatie op. Deze relatie maakt het mogelijk om te werken aan gedragsverandering en verbetering van levensomstandigheden, zoals aanpakken van een verslaving en of verbeteren van sociaal netwerk.

In de vrijwillige psychotherapie wordt deze samenwerkingsrelatie werkalliantie genoemd. De werkalliantie is uitgebreid onderzocht en is effectief bevonden, maar over het belang ervan is in justitieel kader veel minder bekend. In 2009 is het lectoraat ‘Werken in Justitieel Kader’ gestart met het onderzoeksprogramma Werkalliantie in gedwongen kader. In dit longitudinaal onderzoeksprogramma zijn de kenmerken van de werkalliantie in de context van de reclassering onderzocht. In de eerste fase is het concept van de werkalliantie in gedwongen kader ontwikkeld en een monitor, de Working Alliance with Mandated Clients geconstrueerd (WAMCI; Menger & Donker, 2016).

De werkalliantie in het gedwongen kader bestaat uit vier kenmerken. Het kenmerk binding betekent steun en respect voor elkaar hebben en het idee dat beide, de werker en de cliënt zich verbonden voelen met elkaar en met de doelen. Vertrouwen is het kenmerk dat gaat over het vertrouwen in elkaars bedoelingen en inzet. In een gedwongen setting worden doelen opgelegd en is er sprake van een justitiële opdracht. Dit is de richting en het kader. Deze doelen en dit kader moeten helder worden gecommuniceerd, zodat de cliënt weet waar hij aan toe is en er gewerkt kan worden naar overeenstemming over de doelen. Tenslotte moet er bij gedwongen hulpverlening rekening gehouden worden met het negatieve kenmerk stroefheid. De cliënt is niet altijd eerlijk, gaat soms tegen de werker is en de werker reageert dan te veel met controle.

Dit promotieonderzoek wil de relatie leggen tussen deze verschillende kenmerken van de werkalliantie en de uitkomst van het reclasseringtoezicht: het voorkomen van terugval in criminaliteit.

De hoofdvraag van dit  onderzoek is: Hoe verlopen de kenmerken van de werkalliantie gedurende het reclasseringstoezicht, welke factoren zijn hierop van invloed? Is er een relatie tussen het verloop van de kenmerken van de werkalliantie en de terugval in criminaliteit?

Consortium/partners

In dit promotieonderzoek wordt nauw samenwerkt met de drie reclasseringsorganisaties:

Het onderzoek wordt begeleid door prof. dr. Marcus Huibers van de VU Universiteit Amsterdam. Vanuit het lectoraat Werken in justitieel kader wordt het onderzoek begeleid door lector Vivienne de Vogel.

Betrokken opleidingen

Het onderwerp ‘werken in gedwongen kader’ komt op verschillende manieren terug in het curriculum: als module ‘Hulpverlening in gedwongen kader’ in de hoofdfase van het programma van de opleiding MWD, als minor ‘Werken in gedwongen kader’ van het Instituut voor Social Work. 

De werkalliantie is een gemeenschappelijke factor van de methodiek van het sociaal werk. Daarom is dit onderwerp onderdeel van de werkplaats ‘Zelfregie’ in het tweede jaar van de opleiding Social Work. In de Master Forensisch Sociale Professional van het Instituut voor Recht wordt aandacht besteed aan de werkalliantie in het gedwongen kader.

Relevantie voor beroepspraktijk

Door dit onderzoek ontstaat meer inzicht in de factoren die de kwaliteit van de werkalliantie in gedwongen kader bepalen. Het onderzoek gaat in op vragen uit de praktijk zoals;  ‘Is het van belang  eerst een relatie op te bouwen voordat ik kan controleren?’. ‘Raak ik het contact met deze cliënt kwijt als ik grenzen stel aan grensoverschrijdend gedrag?’  ‘ Ben ik bij bepaalde groepen cliënten meer terughoudend in het opbouwen van een persoonlijke band?’ ‘Is het van belang om veel aandacht te besteden aan het formuleren van gezamenlijk doelen van de begeleiding? Deze vragen spelen een grote rol in de dagelijkse praktijk van de reclasseringswerkers. Kennis hierover is relevant voor professionals die in praktijk werkzaam zijn. De werkers krijgen hierdoor meer instrumenten in handen waarmee ze hun toezicht op effectievere wijze vorm kunnen geven.

Werken in Justitieel Kader

Werken in Justitieel Kader

Over het lectoraat