Safire

Als het overheidsbeleid bij een deel van de bevolking zorgt voor een verminderd gevoel van rechtvaardigheid en verminderd zelfvertrouwen, zal bij die mensen de kans op radicalisering toenemen. Het is daarom beter de radicalisering te bestrijden met acties die zijn gericht op psychologische factoren dan met acties die primair vanuit het oogpunt van staatsveiligheid worden uitgevoerd.

Radicalisering van jongeren jihadstrijders in Syrie

Foto: Patrick Wells.

Dit blijkt uit een groot Europees onderzoek naar radicalisering (Safire) van met name jongeren, gefinancierd door de Europese commissie. Het Lectoraat Kennisanalyse Sociale Veiligheid van Hogeschool Utrecht (HU) heeft daaraan meegewerkt.

Onderzocht zijn diverse vormen van radicalisering bij jongeren, van links tot rechts en van nationalistisch/separatistisch tot religieus. Centraal stond de vraag hoe dat proces het beste voorkomen kan worden.

Goed onderwijs

Jongeren zijn minder gevoelig voor gewelddadige radicalisering als ze goed onderwijs volgen en toegang hebben tot stages, meldt het rapport. HU-onderzoeker Anke van Gorp, die was betrokken bij dit onderzoek, benadrukt dat het beter is om de positie van de jongere vanuit een breder perspectief van zorg en welzijn te bekijken. “In hun adolescentie zijn jongeren bezig met het ontwikkelen van een eigen identiteit. In dat licht kan je radicalisering dus zien als een extreme versie van dit hele normale proces van identiteitsvorming.” Dat is volgens haar een beter vertrekpunt om hen te ondersteunen.

Volgens haar zijn ingrepen, die geweld moeten voorkomen, in sommige gevallen ethisch gerechtvaardigd. “Die moeten in ieder geval de jongeren helpen om kritisch na te denken over hun leven en om zelf te beslissen wat goed is voor hen is.”

Sociale veranderingen

Culturele factoren bepalen of een samenleving vatbaar is voor radicalisering, claimen de onderzoekers. Zo zijn er in een welvaartsstaat minder aanslagen, omdat het vertrouwen in de overheid groter is en er meer rijkdom is. Maar hoe herken je individuen of groepen die toch dreigen af te glijden? Dat gebeurt volgens dit onderzoek meestal als bepaalde sociale veranderingen plaatsvinden. Als iemand bijvoorbeeld andere kleding draagt, zegt dat niet zoveel. Maar als meerdere veranderingen tegelijkertijd worden waargenomen, soms over een langere periode, zijn de indicaties duidelijker.

Voor dit probleem bestaat volgens de onderzoekers geen uniforme aanpak. Verschillende soorten geradicaliseerde groepen hebben verschillende kenmerken en vereisen daarom elk een andere aanpak.

Het project Safire, dat drieënhalf heeft geduurd, kent een vervolg onder de noemer ‘IMPACT’. Dat onderzoek ontwikkelt een methode om programma’s te evalueren die worden ingezet om radicalisering tegen te gaan. Anke van Gorp is vanuit het HU-Lectoraat Kennisanalyse Sociale Veiligheid ook daar bij betrokken.

Wilt u meer weten over dit onderzoek? Ga dan naar de site van het project Safire.

Kennisanalyse Sociale Veiligheid

Regie van veiligheid

Over het lectoraat

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten