SKeNT2: Screening in de Kliniek en Nederlands Tweede Taal

Looptijd: 2017-2019
Project coördinatie: dr. Lizet van Ewijk
Betrokkenen: Ilvi Blessenaar, Emmy van Bommel, dr. Lizet van Ewijk, Leonoor Oonk Msc, pre-bacheloropleiding HBO-ICT

Doel en Doelgroep

In 2015 was 21,7% van de Nederlandse bevolking van allochtone achtergrond en dit percentage blijft naar verwachting groeien (Centraal Bureau voor Statistiek, 2017). Dit betekent dat er in Nederland een groeiende groep is die het Nederlands als tweede taal op latere leeftijd leert; NT2-leerders. De gehanteerde definitie van NT2-leerders is: “Mensen die zich binnen de Nederlandse taalgemeenschap het Nederlands als tweede taal eigen maken, omdat ze een andere moedertaal hebben” (Appel & Kuiken, 2006). Voor een deel van de migranten levert de uitspraak van het Nederlands dusdanige problemen op, dat dit hen belemmert in hun functioneren en participeren. Dit project richt zich op de uitspraak en de verstaanbaarheid van deze groep. Veel NT2-leerders gaan in de beginfase flink vooruit in hun uitspraak en taalbeheersing. Het blijkt echter dat de taalbeheersing vaak verder uitgroeit, terwijl de uitspraakvaardigheden een plafond bereiken (Neri et al, 2006).

In het onderwijs Nederlands als Tweede taal (NT2) wordt in bijna alle onderwijsprogramma’s aandacht besteed aan de uitspraak. De taal en de uitspraak worden integraal aangeboden: bij het aanleren van nieuwe woorden, komt ook de uitspraak hiervan aan bod. De didactische principes onder het uitspraakonderwijs zijn echter niet altijd navolgbaar. Zij lijken vooral gebaseerd te zijn op intuïtie en ervaring, en minder op evidentie uit onderzoek (Derwing & Munro, 2005).  NT2-docenten hebben een beperkte kennis van de fonologie en de fonetiek waardoor zij weinig specifieke hulp kunnen bieden (Foot et al, 2016; Derwing & Munro, 2005). Daarnaast is er een grote groep NT2-leerders die geen onderwijs (meer) volgt, maar door eisen van werk of omgeving kan deze groep in een bepaalde levensfase hinder ondervinden van hun accent. Indien de verstaanbaarheid van deze tweede taal onvoldoende is, heeft dit aanzienlijke sociale en professionele nadelen voor deze migranten. Het hebben van een voldoende verstaanbaarheid van het Nederlands heeft dus zowel een persoonlijk als een maatschappelijk belang (Eisenstein, 1983; Morley, 1991; Munro & Derwing, 1995).

Een deel van de groep NT2-leerders met verstaanbaarheidsproblemen vraagt hiervoor hulp bij de logopedist. In de HU kliniek Logopedie melden zich bijvoorbeeld regelmatig cliënten aan met verstaanbaarheidsproblemen ten gevolge van het op latere leeftijd leren van het Nederlands.

Resultaat en producten

Het doel van dit project is tweeledig: Het ontwikkelen van een op het ICF gebaseerd onderzoeksinstrument, het Logopedisch Onderzoeksprotocol NT2 (LONT), bestaande uit een anamnese, een laagdrempelige (online) screening en een diagnostisch logopedisch onderzoek. In eerste instantie zal dit project het LONT implementeren in de HU kliniek Logopedie en het curriculum van de opleiding Logopedie, om het uiteindelijk ook toegankelijk te maken voor het werkveld waarbij er onderzoek gedaan wordt naar de validiteit en de betrouwbaarheid van het instrument. Daarnaast zal dit project de ‘state of the art’ over didactiek en evidentie voor het verbeteren van de uitspraak bij NT2-leerders in kaart brengen.

Dit project brengt onderzoek en onderwijs samen, waarbij het maatschappelijk belang hoog in het vaandel staat. De studenten van de pre-bachelor ICT en de studenten van logopedie komen met elkaar in aanraking en wisselen ervaringen en kennis uit. Het blikveld van beide groepen wordt op deze manier verbreed en het verder kijken dan de grenzen van het eigen vak wordt gestimuleerd.

Logopedie: Participatie door Communicatie

Logopedie

Over het lectoraat

Nieuws

Meer

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten