Onderzoekend vermogen in de opleidingen van de Hogeschool Utrecht

Looptijd: afgerond
Betrokken lector: Daan Andriessen 
Betrokken onderzoekers: Lisette Munneke, Pieter Schilder en Anke van Gorp

In de afgelopen jaren zijn opleidingen in het hbo hard bezig geweest met het plek geven aan onderzoekend vermogen in het curriculum. Afgelopen voorjaar heeft het lectoraat MPO, op verzoek van het CvB, onderzoek gedaan naar de stand van zaken binnen de opleidingen van de HU. 23 bachelor- en masteropleidingen participeerden in het onderzoek.

De vragen die daarbij centraal stonden waren:

  • hoe opleidingen onderzoekend vermogen definiëren;
  • welke functie onderzoekend vermogen heeft in de context van een specifiek beroepsdomein; en
  • hoe dat bij een opleiding vervolgens vorm krijgt in het curriculum en het afstuderen.

Uit het onderzoek bleek dat alle opleidingen een heldere visie hebben op de functie van onderzoekend vermogen en een meer of minder expliciete leerlijn in hun curriculum hebben verweven. Zij werken zeer betrokken aan het thema onderzoekend vermogen, in sommige gevallen zelfs bepalend op landelijk niveau. Binnen het grootste gedeelte van de opleidingen is het thema belegd bij één of meerdere hoofddocenten en/of zijn er nauwe samenwerkingsrelaties met lectoraten.

Resultaten/producten

Een aantal zaken vallen op:

  1. Bij veel opleidingen zijn er nog onduidelijkheden over bachelor- en masterniveau als het gaat om de functie van onderzoekend vermogen voor het beroep en de mate van grondigheid die nodig is in relatie tot de relevantie voor de beroepspraktijk. Het kost vaak nog moeite om heel concreet te maken welke bijdrage onderzoekend vermogen kan hebben aan specifieke beroepsproducten en wat dan een passende methodologische grondigheid is.

  2. Veel opleidingen zijn bezig met een herontwerp in kader van flexibilisering en nemen daarmee ook het afstuderen opnieuw onder de loep. Daarbij rijst voor hen de vraag welke andere vormen er zijn voor afstuderen dan het traditionele onderzoeksverslag en aan welke beoordelingscriteria studenten dan zouden moeten voldoen. Wat opvalt in het onderzoek is dat de beroepspraktijk vaak wel betrokken wordt bij de beoordeling in de vorm van een beoordelingsadvies maar weinig tot geen zeggenschap heeft over de daadwerkelijke criteria waarop er beoordeeld wordt.

  3. Opleidingen geven aan goede progressie te maken als het gaat om het niveau waarop studenten afstuderen. Wel geven ze hierbij drie inhoudelijke aandachtspunten wat betreft schrijfvaardigheid, informatievaardigheid en kritisch reflecteren op bronnen en resultaten van een onderzoek. Ze geven hierbij aan handelingsverlegen te zijn in hoe deze vaardigheden te verbeteren in samenhang met de rest van hun curriculum.

De resultaten van dit onderzoek zijn vastgelegd in een intern HU-rapport dat voor HU-collega’s in te zien is. Op dit moment zijn er twee artikelen in voorbereiding waarin ook voor externen de resultaten na te lezen zijn.

Methodologie van Praktijkgericht Onderzoek

Methodologie van Praktijkgericht Onderzoek

Over het lectoraat