Onderzoek invulling pilot motie van Velzen

Dit is een afgerond project.

Het Lectoraat Werken in een Justitieel Kader onderzocht, samen met de Universiteit Utrecht, hoe reclasseringswerkers hun professionele ruimte benutten. De reclassering in de regio Eindhoven/Den Bosch kreeg een jaar de tijd om te werken met meer professionele ruimte dan normaal. Reclasseringswerkers werden op verschillende manieren in staat gesteld om ‘te doen wat volgens hun professionele oordeel nodig’ is om de recidivekans bij hun cliënten te verminderen, zonder zich te laten beperken door de gebruikelijke regels en procedures van de organisaties. Met deze pilot voerde de reclassering de motie Van Velzen uit, die in 2008 kamerbreed werd aanvaard.

In deze motie riep het parlement het ministerie van Justitie en de reclasseringsorganisaties op na te gaan of reclasseringswerkers effectiever zijn als zij meer professionele ruimte krijgen.

Extra ruimte

Het onderzoek, gedaan in samenwerking met het Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht, is uitgevoerd gedurende het eerste half jaar van de pilot. Een belangrijke conclusie is dat reclasseringswerkers zowel verantwoordelijk als voorzichtig met de ruimte omgaan. Het bleek moeilijker dan gedacht om van gebaande paden af te wijken. En waar zij afweken, deden ze dat met een goede en expliciete professionele onderbouwing. Zij benutten de geboden extra ruimte vooral voor het verbeteren van de continuïteit en de samenhang in het reclasseringstraject. En zij investeerden meer tijd in mensen die niet bij andere instanties terecht kunnen. Ook kwam een deel van hen tot de conclusie dat er ook in de gebruikelijke manier van werken, met de geldende regels en procedures, al veel meer ruimte is te creëren dan men voorheen dacht.

Het onderzoek is afgerond in april 2010.

Werken in een Justitieel Kader

Werken in Justitieel Kader

Over het lectoraat

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten