Neck pain 'a pain in the neck' (promotieonderzoek)

Dr. Jan Pool is in 2007 op dit onderzoek gepromoveerd.

Maatschappelijke relevantie

Nekklachten komen vaak voor, deze klachten gaan vaak gepaard met pijnklachten en of een beperkte beweeglijkheid van de nek. Omdat men vaak niet weet wat de achterliggende oorzaak is worden deze klachten wel als niet specifieke nekklachten bestempeld.
Ongeveer 67% van de mensen maakt in zijn leven wel eens een periode met nekklachten mee. Een derde van de bevolking kent zelfs jaarlijks een periode van nekklachten. De meeste klachten gaan vanzelf weer over maar zo’n 10% ontwikkelt zich als chronische nekklacht. De meeste mensen gaan daarvoor toch naar de huisarts en die verwijst onder andere naar de manueel therapeut of fysiotherapeut.

Vraagstelling

De vraag is nu: is nekpijn een “pain in the neck” ofwel een probleem voor clinici en therapeuten om te diagnosticeren en te behandelen?

Uit een groot onderzoek naar met name chronische nekklachten onder andere uitgevoerd in Zoetermeer bleek dat manuele therapie, uitgevoerd door geregistreerde manueel therapeuten een goede behandeloptie was, significant beter dan fysiotherapie en de zorg door de huisarts.
Een nieuwe vraag is: zijn therapieën in staat te voorkomen dat patiënten chronische klachten ontwikkelen.

Om deze vraag te beantwoorden is een onderzoek gedaan naar de effectiviteit van opnieuw manuele therapie en een therapie die gebaseerd is op principes vanuit de psychologie waarbij vooral adviezen en actief oefenen op de voorgrond staan. Daarnaast is onderzoek gedaan naar de eigenschappen van veelgebruikte testen en vragenlijsten die betrekking hebben op nekklachten en die huisartsen en therapeuten vaak gebruiken in de dagelijkse praktijk.

Van 2002 tot 2005 is een gerandomiseerd onderzoek gedaan naar de effecten van een gedragsmatige graded activity programma vergeleken met manuele therapie bij patiënten met subacute nekklachten. Deze patiëntengroep is interessant omdat in die tijdsperiode ook de overgang van acute naar chronische klachten plaatsvindt. Als achterliggende reden van deze overgang wordt gedacht aan de invloed van psychologische en sociale factoren. Door 35 huisartsen in Zoetermeer, Ypenburg, Gouda en Waddinxveen werden 146 patiënten met subacute nekklachten ingesloten in de studie. Patiënten werden na loting toegewezen aan of een graded activity-programma of een manuele therapie behandeling. De conclusie uit het onderzoek was dat er niet veel verschil bleek tussen beide therapieën, en dat beide therapieën het wel goed deden, zo’n 90% verbetering na een jaar.

Resultaat

De betekenis voor mensen met nekklachten zou kunnen zijn dat mensen met nekklachten in combinatie met bijvoorbeeld veel stressklachten beter af zijn bij een therapeut die bekwaam is in het uitoefenen van een gedragsmatige interventie ( een psychosomatische fysiotherapeut) en dat mensen met nekklachten die met name worden geforceerd door bewegingen van de nek beter af zijn bij een manueel therapeut.

Samenwerking

Het onderzoek is uitgevoerd door het onderzoeksinstituut EMGO van het VU medisch centrum in Amsterdam door Dr. Jan Pool.

Promotoren

1e promotor: Prof. dr. L.M. Bouter Vrije Universiteit Amsterdam
2e promotor: Prof. dr. H.C.W. de Vet, Vrije Universiteit Amsterdam
Copromotor: Dr. R. Ostelo , Vrije Universiteit Amsterdam

Leefstijl en Gezondheid

Leefstijl en Gezondheid

Over het lectoraat

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten