NC3R Crackit: PreDART: An integrative Dictyostelium, C. elegans and zebrafish approach to assess DART

Looptijd: 2013-2016
Betrokken lectoren: Cyrille Krul, Raymond Pieters
Betrokken onderzoekers: Johanna Louter, Marc Teunis, Marjolein Wildwater (PL)
Betrokken opleidingen: Life Sciences, Chemie

Doel en doelgroep

Het doel van het project PreDART was om methoden op te zetten om effecten van stoffen op de voortplanting en ontwikkeling (ook wel ontwikkelings- en reproductietoxicologie, ook wel Development And Reproduction Toxicologie (DART) genoemd) vast te stellen. 

De doelgroep bedrijven die producten ontwikkelen die getest moeten worden ten aanzien ontwikkelings- en reproductietoxicologie. Een andere doelgroep zijn contract-onderzoeksinstellingen zoals Charles River, die ook op zoek zijn naar dierproefvrije methoden voor toxicologie. 

Het project is gesponsord door de Britse organisatie voor dierproefalternatieven, National Council 3R, vanuit het zogenaamde Crack-it programma. Dit specifieke project werd ondersteund door Shell en Syngenta. De prestigieuze Crack-it projecten worden verkregen middels precompetitie en een Dragon Den’s achtige finale. De precompetitie is met 3 partijen en omvat 100BP en een half jaar om proof-of-concept neer te zetten. Het uiteindelijke project (fase 2) omvat 1M BP en 3 jaar onderzoek.

Relevantie voor de beroepspraktijk/maatschappelijke relevantie

De beroepspraktijk maar ook overheden willen graag goede dierproefvrije testmethoden om ontwikkelings- en reproductietoxicologie vast te kunnen stellen. Voor dit type toxicologie worden momenteel de meeste proefdierexperimenten uitgevoerd, die bovendien langdurig en kostbaar zijn. 

In dit project is uitgezocht of simpele organismen geschikt zijn om relevante effecten van stoffen vast te kunnen stellen. Het gaat om het slijmdiertje Dictyostelium, de nematode C. elegans en embryos van de zebrafish. Het onderzoek betrof het testen van stoffen met een bekend effect op parameters die betrekking hebben op ontwikkelingsbiologie. De resultaten van het project laten zien dat alledrie de soorten het meerendeel van de stoffen identificeren, en dat de combinatie van de 3 species toegevoegde waarde heeft. De voorspelbaarheid is vooralsnog identiek of hoger dan die van standaarddierproeven. 

Vervolgonderzoek is nodig en daartoe zijn 2 vervolgprojecten aangevraag en gehonoreerd; het EFRO TOX-FLOW project en het NC3R DARTPaths project.  

Relevantie voor het onderwijs

C elegans werd al voor dit project ingezet bij het Farmacon prakticum, waarin studenten zelf een medicijngerelateerd onderzoek formuleren en uitvoeren met dit organisme.
Meerdere studenten vanuit bachelor en docenten zijn betrokken geweest bij verschillende onderdelen van het projectonderzoek. 

Consortium/projectpartners

Partners in dit project waren naast HU:

  • IRAS-UU
  • Hogeschool Arnhem Nijmegen
  • Oxford University
  • de mkb-ers ZF Screens en Pamgene.

Cofinanciering

Het project werd volledig vergoed, met support van Shell en Syngenta.

Resultaat/producten

Producten zijn:

  • Standaard procedures voor verschillende test methoden
  • Vivaltes BV als commerciele spin-out van dit project (commercialisatie is een van de deliverables van NC3R projecten)
  • Wetenschappelijke artikelen en abstracts voor wetenschappelijke bijeenkomsten

Implementatie

  • Standaard procedures zijn gedeeld met projectpartners.
  • Twee nieuwe vervolgprojecten

Innovative Testing in Life Sciences and Chemistry

Innovative Testing in Life Sciences and Chemistry

Over het lectoraat