Intersectorale mobiliteit in het hoger onderwijs

Dit project is afgerond.

Hbo-docenten die overstappen naar het wetenschappelijk onderwijs. Universitair docenten die gaan lesgeven aan het hbo. Het klinkt logisch, maar gebeurt opvallend weinig. Terwijl zowel universiteiten als hogescholen het toejuichen als hun medewerkers vaker de overstap zouden maken. Wat kunnen zij doen om die mobiliteit te stimuleren? Dat is het thema van het onderzoek dat het lectoraat OCA en de Radboud Universiteit Nijmegen in 2013 zijn gestart.

Het onderzoek vindt plaats in opdracht van de sectorfondsen Zestor (arbeidsmarkt- en opleidingfonds hbo) en SoFoKleS (Sociaal Fonds voor de Kennissector, waaronder de universiteiten). Zij zien al langere tijd dat de mobiliteit van medewerkers tussen hogescholen en universiteiten gering is. Zo blijkt uit de Arbeidsmarktmonitor voor het personeel in het hbo 2012, dat slechts 4% van de instroom in het hbo afkomstig is van het wetenschappelijk onderwijs. Andersom gaat slechts 7% van de hbo-uitstroom richting universiteiten.

Noodzaak versus belemmeringen

Tegelijkertijd is er zowel binnen de universiteiten als de hogescholen behoefte aan meer uitwisseling van hun personeel. Zo kunnen de universiteiten – onder andere door wisselende studentenaantallen en overheidsbezuinigingen -  hun onderzoekers en docenten geen vaste baan meer garanderen. Vooral medewerkers die net hun promotie hebben afgerond, moeten daarna vaak wijken. Anderzijds zijn hbo-instellingen juist op zoek naar dit soort medewerkers. Zij kunnen immers bijdragen aan de gewenste verhoging van de onderwijskwaliteit.

De vraag is nu waarom de mobiliteit tussen deze sectoren zo moeizaam verloopt. Wat zijn de belemmeringen voor onderzoeks- en onderwijsmedewerkers om de overstap tussen de twee sectoren te maken? Ligt dat aan de cao’s, de organisatiecultuur of misschien aan een gebrek aan kennis van de mogelijkheden? In dit project willen we die belemmeringen in beeld brengen. Daarnaast onderzoeken we welke kansen er zijn om de mobiliteit tussen de sectoren te vergroten, bijvoorbeeld door meer winst te halen uit bestaande samenwerkingsprojecten. Het onderzoek mondt uit in een aantal handvatten waarmee de sector vervolgens zelf aan de slag kan.

Analyse van bestaande samenwerkingsverbanden

Het onderzoek is in februari 2013 gestart met een kwantitatieve analyse van de personeelsstromen binnen het hoger onderwijs. Ook is een literatuurstudie gedaan naar de mobiliteit en het mobiliteitsbeleid binnen de sector. Vervolgens hebben we een inventarisatie gemaakt van bestaande samenwerkingsverbanden tussen hbo- en wo-instellingen. Daarbij ging het om initiatieven die hebben geleid of kunnen leiden tot personele uitwisseling. Dit leverde tachtig samenwerkingsverbanden op, waarvan we er acht als pilots nader bestuderen. We kijken hierbij onder andere naar de motieven om samen te werken, de effecten ervan op de mobiliteit, de knelpunten, voorwaarden en succesfactoren.

Plan van aanpak en conferentie

Deze acht casestudies leiden tot een rapportage met een aantal ‘best principles’. Deze vormen de basis van een plan van aanpak dat de hogescholen, universiteiten en sectorfondsen kunnen gebruiken om de intersectorale mobiliteit te bevorderen. Dit plan van aanpak leggen we in een werkconferentie (februari 2014) voor aan de betrokken partijen in de sector. Dit moet leiden tot voldoende draagvlak om ook daadwerkelijk met het plan aan de slag te gaan. Het onderzoek wordt naar verwachting in mei 2014 afgerond.

Dit onderzoek wordt gefinancierd door het Europees Sociaal Fonds (ESF).

Organiseren van Verandering in het publieke domein

Organisatieconfiguraties en Arbeidsrelaties

Over het lectoraat

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten