Flexibele, bottom-up gebiedsontwikkeling: nieuwe kansen voor co-creatie van toekomstige steden?

Het doel van dit onderzoek is om nieuwe theoretische inzichten alsmede nieuwe strategieën te ontwikkelen voor stedelijke gebiedsontwikkelingen, waarin een bottom-up benadering in de interactie tussen de betrokken (eind-)gebruikers en conventionele professionele partijen centraal staat.

Dit onderzoek zal waardevolle informatie en kennis opleveren voor zowel professionals als niet-professionals, die ernaar streven om bottom-up initiatieven te bevorderen of streven naar nieuwe (gemengde) vormen van gebiedsontwikkeling. Daarbij kan gedacht worden aan partijen zoals bijvoorbeeld beleidsmakers en lokale overheden, die de uitvoering van het landelijke beleid, zoals gepresenteerd in de “actieagenda ruimtelijk ontwerp 2017-2020” (Bussemaker & Schultz van Haegen, 2016) nastreven. Maar óók projectontwikkelaars, investeerders, initiatiefnemers, burgers, etcetera.

Het onderwerp van het onderzoek sluit nauw aan bij actuele onderwerpen en thema’s uit de  opleidingen ‘Bachelor of Built Environment’ (BBE) en de ‘Master of Urban Area Development’ (MUAD) van Hogeschool Utrecht. Studenten van deze opleidingen zullen – op verschillende manieren - actief betrokken worden bij de uitvoering van deelonderzoeken en –opdrachten in het betreffende onderzoek. 

Voor dit promotieonderzoek is een promotievoucher beschikbaar gesteld door de HU. De promotie zèlf zal plaatsvinden aan de TU Delft (de promotor is werkzaam aan de TU Delft). Daarnaast is er nauwe betrokkenheid van een aantal casussen uit de beroepspraktijk en is een aantal (overheids)instellingen betrokken.

De huidige praktijk van bottom-up gebiedsontwikkeling kenmerkt zich door hoofdzakelijk intuïtieve, trial-and-error processen, waarbij sprake is van weinig of geen theoretische grondslag. Dit onderzoek zal deze praktijk voorzien van een theoretische, wetenschappelijke basis. Deze basis zal onder andere bestaan uit een model, waarin de bepalende factoren voor het succes of falen van ontwikkelingen uiteengezet zal worden. Deze verkregen inzichten – de “status” van de huidige aanpak – zullen gebruikt worden om de theoretische inzichten verder door te ontwikkelen richting nieuwe “cross-over” -  of gecombineerde strategieën tussen een bottom-up en meer conventionele aanpak.

Meer specifiek zullen de opbrengsten voor de (beroeps)praktijk bestaan uit: 

  • Adviezen. Over hoe bijv. private partijen en professionele partijen aan elkaar gekoppeld kunnen worden. T.b.v. bijvoorbeeld toekomstig beleid en procedures; 
  • Tools. Zoals matrices met overzichten van succes- en faalfactoren van casussen. 
  • (Proces)modellen. Waarin de adviezen verder uitgewerkt worden en de tools een “plek” krijgen. Dit kunnen bijvoorbeeld financiële-, organisatie- of samenwerkingsmodellen zijn ten behoeve van toekomstige projecten. 

De resultaten van dit onderzoek zullen verder bestaan uit ten minste vier gepubliceerde (of voor publicatie geaccepteerde) artikelen of papers en een proefschrift waar deze artikelen deel van uitmaken.

Building Future Cities

Nieuwe Cultuur in de Bouwketen

Over het lectoraat

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten