Evaluatie EYOF 2013

Dit is een afgerond project.

Op 12 februari 2014 is tijdens een feestelijke bijeenkomst in het stadhuis van Utrecht het overall eindrapport gepresenteerd over het Europees Jeugd Olympisch Festival (EYOF), dat zomer 2013 in Utrecht plaatsvond. Het Lectoraat Participatie en Stedelijke Ontwikkeling van Stijn Verhagen verrichtte onderzoek naar de maatschappelijke impact van de side events rond EYOF. De Universiteit Utrecht evalueerde het bestuurlijke proces van het evenement en het Mulier Instituut voerde een deelonderzoek uit naar de economische impact van het toernooi. De gemeente Utrecht en stichting EYOF Utrecht 2013 waren opdrachtgever van de studies.

EYOF

Lees het eindrapport ‘European Youth Olympic Festival: Olympisch sportfeest onder de Dom’.
Lees het HU-rapport ‘Klaar voor de start!’.

EYOF trok in totaal 60.000 bezoekers en werd door de deelnemende atleten gewaardeerd met een 7,7, zo blijkt uit de rapporten. In de stad Utrecht is vanwege EYOF 4,8 miljoen euro extra besteed. De side events die rond het festival werden georganiseerd, hebben in totaal 20.066 jeugdigen bereikt.

Maatschappelijke betekenis

De side events vonden verspreid over 2013 plaats, onder de noemer ‘Achmea High Five Challenge’. Het deelonderzoek van de HU naar de maatschappelijke betekenis daarvan is uitgevoerd door onderzoeker Froukje Smits en lector Stijn Verhagen, samen met negen afstudeerstudenten Social Work. Voor het onderzoek hebben duizend deelnemers van de events enquêtes ingevuld en zijn er ter plekke honderd korte interviews afgenomen.

Doel van de side events was om de jeugd kennis te laten maken met sport en hun eigen talent, zodat ze aan het sporten blijven. Het onderzoek van het lectoraat was gericht op de twee grootste side events, waaronder de ‘Urban Tour’, een rondreizend sportevenement dat jeugdigen liet kennismaken met de urban/street varianten van de EYOF-sporten. Ook de ‘Sportdagen’ zijn onder de loep genomen, waar de jongeren sporten beoefenden als tennis, atletiek en volleybal, handbal, basketbal en judo. Die dagen vonden plaats op het Utrechtse sportcomplex Olympos. Leerlingen van 70 basisscholen en 29 scholen in het voortgezet onderwijs deden daaraan mee.

Niet actieve jongeren

De organisatoren van de events sloten met succes aan bij de belevingswereld van jeugdigen, zo blijkt uit de studie. Volgens de onderzoekers zorgde de opzet van de side-events ervoor dat ‘niet actieve’ jeugdigen in beweging kwamen en plezier beleefden aan de activiteiten. Het gaat om jongeren die niet lid zijn van een sportvereniging en überhaupt niet sporten en bewegen. De helft van deze groep ontdekte behoorlijk wat talent te hebben voor een tak van sport.

Afstemming met buurtprofessionals

De acties om jongeren betrokken te houden bij de sport kwamen minder uit de verf. Professionals in de buurt - zoals buurtsportcoaches, beweegmakelaars en jongerenwerkers - hadden daaraan een bijdrage kunnen leveren. Maar de samenwerking met hen kwam nauwelijks van de grond. Volgens de onderzoekers had een betere afstemming met deze professionals, net als met vrijwilligers van sportverenigingen, kunnen leiden tot duurzamere effecten van de events.

Het lectoraat concludeert dat veel jeugd met plezier meedeed aan de sportactiviteiten. Maar het benadrukt in het rapport ook dat het belangrijk is om duurzaam te blijven investeren in het motiveren van jongeren voor sport. De rapportage besluit met zes aanbevelingen om de stap te maken naar behoud van een positieve sportbeleving van jongeren via side-events.

Het onderzoek is uitgevoerd met partners van het netwerk Sport & Society. Dit innovatie- en expertisenetwerk op het vlak van Sport en Samenleving in Nederland is een initiatief van Hogeschool Utrecht en de Universiteit Utrecht. Het Mulier Instituut werkt hier nauw mee samen.

Diverse media berichten over het eindrapport, waaronder De Telegraaf, het AD/UN en de site van RTV Utrecht.

Participatie en Stedelijke Ontwikkeling

Streetdance

Over het lectoraat