Ethiek in de praktijk van bijstandsprofessionals

Looptijd: 2010-2019
Betrokken lector: Lia van Doorn
Promotoren: Dian Marie Hosking en Hugo Letiche (copromotor)
Betrokken opleidingen: Sociaal Juridische Dienstverlening
Promotietraject bij: Universiteit Utrecht (USBO), afgesloten met een openbare verdediging in Utrecht op 8 maart 2019.

Beschrijving

Hoe gaan bijstandsprofessionals - klantmanagers - om met enerzijds uitvoering van de wet en anderzijds zorg voor de klant? Door het bijwonen van casusbesprekingen onderzocht Lizet van Donkersgoed-van Zwet het basisdilemma tussen rechtenethiek en zorgethiek: wanneer horen de regels te gelden en wanneer ga je over tot maatwerk?
Dat laatste blijkt extra risico’s voor de klantmanager met zich mee te brengen. Het kost meer tijd en moeite om maatwerk te leveren. In de verantwoording van maatwerk kun je geen beroep doen op de wet om je ruggensteun te geven. Bovendien levert het altijd een dilemma op met gelijke behandeling. De afweging valt zo heel gemakkelijk de kant op van de regels.
Hoe kun je de lastige route van maatwerk toch openhouden en tot ethisch verantwoorde besluitvorming uitnodigen? Een mogelijk antwoord lijkt een structurele dialoog van professionals, zoals casusbesprekingen, vanuit relationele verantwoordelijkheid. Een dergelijke dialoog benadrukt:

  • open zijn naar de ander/het andere
  • luisterend aanwezig zijn
  • oordelen (even) opschorten
  • reflexieve aandacht voor de relationele processen
  • macht naar of met de ander, in plaats van over de ander.

Deze combinatie van factoren wordt “zacht zelf-ander onderscheid” genoemd (Hosking’s “soft self-other differentiation”). Onderzoek naar Wittgenstein’s “absolute ethische waarde” en Varela’s “ethische know-how” bracht meer inzicht in zacht zelf-ander onderscheid als een vorm van (praktische) ethiek. Een praktische uitwerking biedt McCown’s co-creatie van een “ethische ruimte” van relationele sensitiviteit. De kwaliteiten van die ethische ruimte wijzen er m.i. op dat het oefenen in ethiek als zacht zelf-ander onderscheid ten goede kan komen aan casusbesprekingen van (bijstands)professionals.

Relevantie voor de beroepspraktijk/maatschappelijke relevantie

De resultaten van dit proefschrift zijn allereerst relevant voor de beroepspraktijk van sociaal juridische dienstverleners, maar daarnaast ook voor andere beroepspraktijken die werken met mensen en regels. Centraal staat de vraag hoe ethisch verantwoorde besluitvorming (integriteit) uit te nodigen is in elke beroepspraktijk waar maatwerk en gelijke behandeling met elkaar wedijveren. 


Mijn conclusie past in de actuele trend van een meer faciliterend dan controlerend management en van meer vertrouwen in professionals. Die democratisering van professionals vraagt van hen om te leren omgaan met een vrije beslissingsruimte. Dat kan in structureel georganiseerde praktijkdialogen van professionals—zoals casusbesprekingen, die professionals de (ethische) ruimte bieden om hun authentieke inspiratie te kunnen afstemmen met elkaar. Deze praktische ethiek wordt zacht zelf-ander onderscheid genoemd (Hosking’s “soft self-other differentiation”).

Relevantie voor het onderwijs

Als voorbereiding voor elke vorm van werk met mensen en regels is het beoefenen van deze vorm van praktische ethiek—d.m.v. praktijkdialogen met aandacht voor de vijf genoemde orientaties—een manier om studenten te helpen in hun ontwikkeling tot kritische en ethisch verantwoorde professionals.

Implementatie:

  • workshops Integriteit door Intervisie bij gemeente Utrecht;
  • moreel beraad/integriteitsgesprekken bij teams van de HU.

Meer informatie

Proefschrift: Exploring Ethics in the Practice of Public Welfare Professionals, een verkennend onderzoek naar ethiek in de praktijk van bijstandsprofessionals {pdf}.

Innovatieve Maatschappelijke Dienstverlening

Over het lectoraat