IntervenTOS: Effectiviteit van interventie bij kleuters met taalontwikkelingsstoornissen

Looptijd: 2015 - verwachte einddatum is in december 2018
Betrokkenen: Ellen Gerrits, Hogeschool Utrecht, dr. Frank Wijnen, Universiteit Utrecht, prof. dr. Paul Leseman, Universiteit Utrecht, Gerda Bruinsma, Hogeschool Utrecht

Relevantie voor de beroepspraktijk en het onderwijs

Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis hebben veel moeite met begrijpen en spreken van taal. Dit heeft gevolgen voor hun totale functioneren en hun prestaties op school. Het onderzoek van Gerda Bruinsma richt zich op de groep kinderen waarbij de taalontwikkelingsstoornis zo ernstig is dat zij extra onderwijsondersteuning krijgen in het speciaal onderwijs of op de reguliere basisschool. De extra hulp op school wordt gecombineerd met logopedie. Het onderzoek is erop gericht het effect van deze ondersteuning te bepalen. Ook brengt het voorspellers van het effect in kaart. Verder wordt onderzocht of een gestructureerde en geprotocolleerde aanpak volgens de Communicatieve Taaltherapie (Van den Dungen, 2007) leidt tot een verhoging van effectiviteit van logopedie. Communicatieve Taaltherapie is theoretisch onderbouwd en gebaseerd op internationale effectstudies. In de klinische praktijk wordt deze methode niet altijd toegepast. Deze studie vergelijkt de effectiviteit van deze geprotocolleerde aanpak met gebruikelijke logopedie.

Doel

Het uiteindelijke doel van de studie is het vergroten van de communicatieve redzaamheid van kleuters met een taalontwikkelingsstoornis. Met de resultaten van het onderzoek kan de effectiviteit van de logopedische behandeling in combinatie met onderwijsondersteuning verder verbeteren. Meer inzicht in beïnvloedende factoren zal leiden tot een betere afstemming van de behandeling op de behoefte van de leerlingen. Op basis van de studie schrijft de onderzoeker een advies voor de praktijk over monitoring van taalvaardigheid. Met dat advies kunnen logopedisten de individuele en de algehele zorg voor kinderen met taalontwikkelingsstoornissen evalueren.

Vraagstelling

Wat is het effect van logopedische behandeling in combinatie met onderwijsondersteuning op de taalvaardigheid van jonge leerlingen met een ernstige specifieke taalontwikkelingsstoornis en welke factoren beïnvloeden het effect?
Wat is de effectiviteit van een wetenschappelijk onderbouwde, geprotocolleerde behandelmethode?
Om de vragen te beantwoorden worden twee deelstudies uitgevoerd: een cohortstudie en een effectstudie.

Cohortstudie

Gedurende één schooljaar wordt het effect van logopedie en onderwijsondersteuning op de vooruitgang in taalvaardigheid gemeten. Daarvoor wordt een onderbouwd en efficiënt monitorsysteem ontworpen om gegevens over taalvaardigheid en beïnvloedende factoren te verzamelen.
Uit dossiers van 200 kinderen van 4 en 5 jaar met een taalontwikkelingsstoornis worden kind-, therapie- en onderwijsfactoren verzameld. Voorbeelden zijn: ernst van de stoornis, intelligentie, één- of meertalige achtergrond, frequentie van de logopedie, ouderbetrokkenheid en de extra ondersteuning die het kind krijgt binnen het onderwijs.
Vervolgens wordt bepaald welke factoren invloed hebben op de vooruitgang in taalvaardigheid.

Effectstudie

Voor de effectstudie naar Communicatieve Taaltherapie worden 24 kleuters random toegewezen aan een interventiegroep en een controlegroep. Gedurende één schooljaar wordt elke 4 weken het niveau van grammaticale ontwikkeling en zinsbouw in de gesproken taal bepaald. In de eerste periode krijgen alle kinderen logopedie zoals gebruikelijk. Daarna krijgt de interventiegroep gedurende 12 weken Communicatieve Taaltherapie volgens protocol, terwijl de controlegroep logopedie zoals gebruikelijk krijgt. Voor elk kind in de interventiegroep wordt de groeicurve van de ontwikkeling in zinsbouw en grammatica bepaald. De periode waarin gebruikelijke logopedie werd gegeven wordt vergeleken met de periode waarin Communicatieve Taaltherapie werd gegeven. Daarnaast wordt de groei in grammatica en zinsbouw van de interventiegroep en de controlegroep vergeleken.

Samenwerking

Het onderzoeksproject wordt uitgevoerd in samenwerking met de Koninklijke Aurisgroep, een grote instelling voor zorg en onderwijs voor kinderen met een taalontwikkelingsstoornis.
Voor het werven van proefpersonen in de cohortstudie wordt ook samengewerkt met Kentalis.

Begeleiding

Prof. dr. Frank Wijnen, 1e promotor, Universiteit Utrecht, Faculteit Geesteswetenschappen, Utrecht Institute of Linguistics OTS
Prof. dr. Paul Leseman, 2e promotor, Universiteit Utrecht, Faculteit Sociale Wetenschappen, Departement Educatie en Pedagogiek
Dr. Ellen Gerrits, copromotor, Hogeschool Utrecht, Faculteit Gezondheidszorg, Lectoraat Logopedie: Participatie door Communicatie

Financiering

Het promotieonderzoek wordt gefinancierd met de promotiebeurs voor leraren van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk onderzoek (NWO).

Logopedie: Participatie door Communicatie

Logopedie

Over het lectoraat

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten