Digitaal prentenboek: Taalontwikkeling bij jonge kinderen uit lage SES-gezinnen

Looptijd: februari 2019 – juni 2019 
Betrokken lector: Reint Jan Renes 
Betrokken onderzoekers: Sander Hermsen, Anita Van Essen, Karen Hilhorst en Liedewij Vogelzang
Partner: Onno van der Veen van Service Design Bureau Ideate 
Opdrachtgever: Stichting Vinci Toponderwijs/Oberon

Aanleiding

In 2016 kende Nederland 1,3 miljoen laaggeletterden, mensen tussen 16 en 65 jaar oud die moeite hebben met het dagelijks gebruik van gedrukte en geschreven teksten. Laaggeletterdheid heeft impact op financiële en sociale aspecten van het leven, op de gezondheid en op participatie op de arbeidsmarkt. De achterstand in leesvaardigheid leidt daarmee tot een ongewenste tweedeling in de samenleving, die met name lagere socio-economische (lage SES)  groepen treft.

Laaggeletterdheid wordt over het algemeen van de ene generatie overgedragen op de volgende. Ouders spelen een hoofdrol bij de ontwikkeling van taal- en leesvaardigheden van hun kinderen. Uit onderzoek weten we dat ‘een geletterde thuisomgeving’ (denk aan: voorlezen, gesprekken voeren, krant lezen) daarbij een belangrijke rol speelt.

Vinci Toponderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van interventies rondom een nieuw, bewezen effectief product: een digitaal prentenboek dat door het creëren van kleine interactiemomenten met voorlezende ouders ervoor kan zorgen dat de woordenschat van kinderen groeit. De uitdaging zit echter in het creëren van het benodigde engagement bij ouders van achterstandsleerlingen om de interventie te gaan en blijven gebruiken.

Doel

Vinci wil uiteindelijk interventies rondom het digitale prentenboek dusdanig opzetten zodat ouders uit achterstandsgezinnen voldoende gemotiveerd worden en blijven om het prentenboek te gebruiken.

De onderzoeksvragen voor dit project luiden:

  1. Welke kennis, relevant voor het stimuleren van voorleesgedrag, over de verschillende (sub)doelgroepen is er? Welke aanknopingspunten voor een interventie die voorleesgedrag aan de hand van het digitale prentenboek stimuleert levert deze kennis op?
  2. Welke ontwerptools om voorleesgedrag aan de hand van het digitale prentenboek te bevorderen levert deze kennis op?

Aanpak

Het project bestaat uit de volgende fasen:

  • Fase 1: Inventarisatie & analyse van aanwezige kennis (literatuurstudie) 
    We brengen bestaande kennis in kaart en analyseren deze. Beschikbare kennis wordt dusdanig gestructureerd, dat deze als basis kan dienen voor een ontwerptraject. Deze literatuurstudie vormt ook de basis voor het interviewschema.
  • Fase 2: Verrijking inzichten over doelgroep, gebruikscontext en doelgedrag (interviews) 
    Er worden interviews gehouden in de dagelijkse context van de doelgroep. Daarbij bevragen we hen over de inzichten uit fase 1.
  • Fase 3: Ontwerpend onderzoek naar gereedschappen voor onderliggende thema’s bij de doelgroep 
    We houden twee co-creatiesessies, waarin we 1) persona’s ontwikkelen, en 2) deze persona’s toetsen aan inzichten uit fase 1.

Voorbeeld: samenvatting van dieper inzicht in gedrag van de doelgroep a.d.h.v. gedragslezen. VVN project 2018.
Samenvatting van dieper inzicht in gedrag van de doelgroep a.d.h.v. gedragslezen. VVN project 2018.

Dit onderzoek wordt afgesloten met een creative-pressure-cooker-bijeenkomst met experts en designers op het gebied van interventies voor deze doelgroep.

De eindresultaten worden samengevat in een presentatie aan de opdrachtgever.

Tevens wordt verkend of een vervolgtraject – een uitgebreidere studie- tot de mogelijkheden behoort. Daarvoor zijn de gesprekken in maart reeds gestart.

Meer weten?

Geïnteresseerd in het onderzoek of toekomstige samenwerking? Neem contact op met projectleider karen.hilhorst@hu.nl.