De rol van docenten in het basisonderwijs bij self-disclosures van kindermishandeling: het benutten van een krachtig signaal om kindermishandeling vroegtijdiger te stoppen

Looptijd: 1-6-2017 tot 31-5-2019 
Betrokken lector: Dr. Saskia Wijsbroek
Betrokken onderzoekers: Cees Hoefnagels, Susan Oosterwijk, Hanske Douwenga, Mirjam Gademan

Aanleiding

De meeste kindermishandeling wordt niet bij Veilig Thuis gemeld en als dat wel gebeurt, duurt de mishandeling meestal al langer dan 1 jaar. Een belangrijke reden is dat signalen niet als zodanig herkend worden. Een signaal dat weinig aan duidelijkheid te wensen over laat is de onthulling van kindermishandeling door het kind (‘self-disclosure’). De meest waarschijnlijke verklaring voor zo’n onthulling is dat kindermishandeling inderdaad plaatsvindt. In de Nederlandse aanpak van kindermishandeling is er echter nauwelijks systematische aandacht voor praktijk- en kennisontwikkeling voor deze invalshoek. Om tal van redenen kunnen docenten in het basisonderwijs optimale ‘disclosees’ zijn, vertrouwenspersonen aan wie het kind dergelijke persoonlijke informatie onthult. De heersende praktijk is echter dat docenten meestal lesgeven aan een klas met kinderen terwijl zij niet weten dat daar meestal een mishandeld kind bij is. Ook zijn docenten bij wet verplicht de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling uit te voeren.
In dit onderzoek wordt voorgesteld om inzicht te krijgen in de belangrijke basisvaardigheden van docenten in de bovenbouw van het basisonderwijs als zij geconfronteerd worden met de onthulling van kindermishandeling door een kind uit hun klas. De praktijk laat zien dat de kans op een dergelijke onthulling reëel is als kinderen hiertoe met een methodische aanpak uitgenodigd worden. Deze uitnodiging wordt gedaan aan kinderen die deelnemen aan een weerbaarheidstraining in het basisonderwijs, het Marietje Kessels Project (MKP). 

Doel

De hoofdvraag luidt:

Welke (basis-)vaardigheden en tekorten daaraan rapporteren docenten in het hanteren van de instrumentele en sociaal-emotionele gevolgen bij kinderen die kindermishandeling onthullen bij het deelnemen aan een weerbaarheidstraining in de klas? Tevens wordt vastgesteld of er een toename is van het aantal onthullingen van kindermishandeling door kinderen die aan de weerbaarheidstraining deelnemen?

Methode

Dit onderzoek wordt uitgevoerd met enerzijds een quasi-experiment waarin wordt vastgesteld of een weerbaarheidstraining aan kinderen in het basisonderwijs leidt tot een toename van deze onthullingen. Anderzijds worden vragenlijsten en interviews afgenomen bij docenten die deelgenoot waren van een dergelijke onthulling. Met een inhoudsanalyse worden de gerapporteerde basisvaardigheden of tekorten daaraan bestudeerd in verband met de instrumentele en sociaal-emotionele gevolgen van deze onthullingen van kindermishandeling. 

Dit onderzoek leidt tot aanbevelingen om beleid en praktijk gericht op de aanpak van kindermishandeling in Nederland te verbeteren. Aanbevelingen zullen worden gedaan over de mogelijkheid het onderdeel kindermishandeling in deze training ook separaat van de training aan te bieden, en over de bruikbaarheid van dit onderdeel voor andere trainingen en lessenseries in het Nederlands onderwijs met vergelijkbaar oogmerk. Tevens worden aanbevelingen gedaan voor de opleiding van docenten in het primair onderwijs en worden aanbevelingen geformuleerd over het gebruik en de toepassing van de Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling door het basisonderwijs en de onderwijsondersteuning.

Dit onderzoek wordt mede mogelijk gemaakt door ZonMw en de Gemeente Tilburg.