Circulaire gebouwinstallaties

Resultaten

Het project heeft de volgende kennis van de processen, techniek en economie gegeven:

  • 95% van de materialen wordt al gerecycled. Hoogwaardiger hergebruik zou beter zijn.
  • Hergebruik van onderdelen is beter realiseerbaar dan van hele installaties.
  • Er zijn criteria opgesteld waar onderdelen aan moeten voldoen (bijv schoon, recht, zonder aftakkingen, dikte in mm). Criteria moeten wel per onderdeel opgesteld worden.
  • Voorbeelden van radiatoren en leidingen zijn onderzocht. Radiatoren lijken eerder haalbaar voor circulair hergebruik. Hergebruik van leidingen lijkt niet haalbaar door de complexiteit van demontage, bewerking en transport hetgeen leidt tot hogere kosten en milieu impact dan nieuwe producten.
  • Wetgeving, richtlijnen en eisen t.a.v. moderne klimaatinstallaties zijn ook van invloed zijn op hergebruik van installaties. Verouderde installaties kunnen veelal niet voldoen aan de nieuwe eisen/ richtlijnen.
  • Bestaande systeemcomponenten, producten en processen zijn niet ontwikkeld voor hergebruik. Het lijkt effectiever om in te zetten op circulair design. Juist op dit gebied lijken er wel concrete resultaten te komen (oa voorbeeld BAM Modulaire fabriek en Design for Disassembly Nederland Circulair!)
  • Een positieve business case is niet gevonden. Een lange termijn visie en de wil om de circulaire economie te realiseren is nog steeds van belang om hergebruik op termijn haalbaar te maken.

Vraag en aanbod koppeling

Daarnaast is het cruciaal dat er een systeem bestaat/ontstaat voor de koppeling van vraag en aanbod in hergebruikte materiaal- en productstromen. Er zijn verschillende initiatieven die dat proberen te realiseren zoals Bouwmarkt plaats, Repurpose. Het doel van de Bouwmarktplaats is om vraag en aanbod van bouwmaterialen online te faciliteren tussen aanbieder en afnemer. Het aanbod vullen zij aan door vroegtijdig in kaart te brengen welke materialen uit sloop meegenomen kunnen worden in het ontwerp van de nieuwbouw. De opschaling van dit soort initiatieven komt nog moeizaam van de grond.

Opdrachtgevers moeten beter nadenken over de timing van sloop aanbesteden. Nu is er vaak sprake van 3-4 jaar ontwikkeltijd voor nieuw gebouw terwijl de sloop pas 1-2 maanden voor sloop wordt aanbesteed. Dat is vaak te kort om vraag en aanbod stromen bij elkaar te brengen. Als er snel  gesloopt moet worden wordt het zoeken naar afzet lastig. De kans is laag dat alle materialen direct verkocht kunnen worden. Er moeten maar net op het juiste moment in Nederland vraag zijn naar de verschillende bouwproducten.

Ketensamenwerking

Het project heeft een aantal inzichten opgeleverd over het belang van ketensamenwerking en de rol van de verschillende partners. Zo zijn er verschillende momenten om in te stappen in de circulaire economie. Kijk je bijvoorbeeld naar ontwerp, om producten zo in elkaar te zetten dat ze het langst meegaan en na levensduur het beste weer uit elkaar te halen zijn? Of naar innovaties die de levensduur van een product verlengen? Ook kan je focussen op de end-of-life fase, het terugnemen van producten om ze zo hoogwaardig mogelijk te hergebruiken.

Citaat: ‘Maar ik hoef als kabelleverancier zelf geen recycler te worden, daar ben ik niet goed in. Daarvoor wil ik dus graag samenwerken met andere partijen. Als producent kan ik bijvoorbeeld weer helpen door een grondstoffenpaspoort te verzorgen’ (Klimaat voor verandering)

BAM produceert zelf bijna geen systeemcomponenten voor klimaatinstallaties (alleen distributie onderdeel). De samenwerking met leveranciers is daarom van groot belang. Bijvoorbeeld de bereidheid van leveranciers om hun producten aan het einde van de levenscyclus terug te nemen. Design for dissassembly vereenvoudigt dan de demontage en hergebruik grondstoffen. Het is niet eenvoudig om afstemming te realiseren binnen alle partijen in de keten.

Ketensamenwerking als belemmering wordt ook genoemd in het Rijksbrede programma Circulaire Economie. Partijen in de keten moeten gezamenlijk materiaalstromen aanpakken, beginnend bij productontwerp en grondstoffenkeuze en eindigend bij het terugwinnen van de gebruikte materialen. Dit gebeurt nu nog onvoldoende.
Klimaat kan als een ‘service’ worden aangeboden door een servicebedrijf dat alle relevante partijen bij elkaar brengt. In deze constructie komt het klimaatsysteem niet in het bezit van de gebouweigenaar of ontwikkelaar. Net zoals Philips licht as a service verkoopt. In plaats daarvan kunnen meerdere partijen in de keten - zoals de producent, het servicebedrijf, installateurs en onderhoudsbedrijven - mede-eigenaar blijven van het klimaatsysteem.

Voorwaarde is wel dat voor elk van hen een meerwaarde bestaat om deel te nemen, die bijvoorbeeld door de restwaarde van de onderdelen en hun componenten kan worden gegenereerd. De meerwaarde kan ook worden gevonden door middel van activiteiten als revisie en remanufacturing van componenten, doorexterne partijen of door producenten zelf. Op deze manier kunnen delen van het klimaatsysteem hoogwaardig worden hergebruikt.

Om deze nieuwe vormen van meerwaarde te creëren voor de spelers in de keten, zijn nieuwe financieringsmodellen nodig, om veranderingen in cash flows en beschikbaar werkkapitaal te kunnen opvangen. Ook leidt een verandering in eigendom tot juridische vraagstukken, denk bijvoorbeeld aan componenten die ‘nagelvast’ zitten en bij faillissement van de gebouweigenaar niet gemakkelijk bij de producent terug kunnen komen.

Verdienmodel

Bij een circulaire aanpak veranderen de processen en daarmee ook de verdienmodellen van betrokken partijen. Afstemming tussen partijen in de ketens hierover is niet eenvoudig. Iedereen redeneert al snel vanuit zijn eigen positie: what’s in it for me? De sloper is al snel (te)veel tijd kwijt met demontage, heeft geen goed afzetkanaal en verdient zo niks bij hergebruik. Hergebruik van radiatoren kan an sich wel lonend zijn maar voor de BAM is dit een kleine categorie. Een andere aanpak verdient zich misschien niet snel terug.

In de fase van sloop zien we dat bedrijven verschillende business modellen hanteren. Zo werkt BOOT ingenieurs op uren basis bij een sloop project. New Horizon neemt een (deel) van de sloop aan en al het materiaal dat uit het gebouw komt is van hen (urban mining). Daarmee worden ze een handelaar in grondstoffen / hergebruikte bouwmaterialen. Ook hierbij is samenwerking tussen de verschillende partijen belangrijk. De demonterende partij is gebaat bij systemen die goed en snel gedemonteerd kunnen worden en wat opleveren bij verkoop. Een partij die hergebruikte materialen of systemen opnieuw inzet is gebaat bij goede kwaliteit en prijs.

Daarnaast wordt ook genoemd dat milieukosten  nog onvoldoende worden verrekend in de prijs van grondstoffen (externe effecten zijn niet geïnternaliseerd). En ook de huidige regelgeving is nog onvoldoende gericht op de transitie. Dit komt omdat de focus nog te veel ligt op het tegengaan van de schadelijke effecten van afval en emissies en nog te weinig op het benutten van de waarde van grondstoffen. 

Rol van de opdrachtgever

De opdrachtgever dient ruim van te voren de sloop aan te besteden. Alleen dan kan de markt van vraag en aanbod optimaal functioneren. De opdrachtgever moet selecteren op sloopbedrijven, die bereid zijn de vraag van hergebruik te beantwoorden. Ook is het van belang dat de opdrachtgever in de contractvorming een circulair proces vooropstelt waarbij ook aandacht wordt geschonken aan aspecten die minder goed financieel onderbouwd kunnen worden zoals bijvoorbeeld milieu impact en de inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Circulaire gebouwinstallaties

Building Future Cities

Nieuwe Cultuur in de Bouwketen

Over het lectoraat