Onderzoeksresultaten breed beschikbaar voor praktijk en onderwijs

Deze column wil ik graag beginnen met felicitaties aan lectoren Raymond Pieters, Cyrille Krul en Harriët Wittink en de collega’s in hun kenniskringen. Zij zijn de winnaars van de eerste (Raymond en Cyrille) en derde (Harriët) prijzen bij de RAAK Awards, de jaarlijkse competitie voor de beste praktijkgerichte hbo-onderzoeken. Een maatstaf voor kwaliteit! Ik ben trots op deze lectoren. Net als op Erik Puik, die bijna lector van het jaar 2013 werd.

Anton FrankenEssentieel vind ik dat deze lectoren hun onderzoek in nauwe samenwerking verrichten met partners in de beroepspraktijk en ze er ook studenten uit de opleidingen bij betrekken. Voor de jury van SIA Raak was dit ook doorslaggevend. In beide prijswinnende projecten gaat het volgens de jury om “open innovatieve samenwerkingen, waarbij de resultaten daarna breed verspreid worden en ten goede komen aan partijen in de praktijk en in het onderwijs.” En dat is precies wat we als hogeschool willen.

We streven ernaar dat ons onderzoek brede impact heeft, we willen onze kennis delen met ons werkveld en ons onderwijs. Daarom organiseren we congressen en studiebijeenkomsten en zorgen we dat publicaties van onze lectoren en docent-onderzoekers zoveel mogelijk in open databanken op internet te vinden zijn. Onze eigen publicatiedatabank op www.hu.nl is gekoppeld aan de HBO Kennisbank en aan Narcis.

Ik ben het helemaal eens met staatssecretaris Sander Dekker, dat resultaten van wetenschappelijk en hbo onderzoek snel vrij beschikbaar moeten zijn. In zijn brief van 15 november geeft hij aan welke stappen hij wil ondernemen om ‘open access’ van alle wetenschappelijke publicaties mogelijk te maken, waarbij het auteursrecht bij de onderzoekers en/of de kennisinstelling blijft en niet wordt overgedragen aan uitgeverijen van wetenschappelijke tijdschriften.

Ik wil daar wel een kanttekening bij maken, want ik ben ook zo reëel, dat ik stel dat ‘open’ niet hetzelfde kan zijn als ‘gratis’. Om te zorgen dat je publicaties als onderzoeker kwalitatief goed zijn, blijft een vorm van kwaliteitscontrole (peer review) noodzakelijk. Je ‘peers’ oftewel vakgenoten ‘valideren’ je onderzoeksmethode en de waarde van je resultaten, vooraf of achteraf. Peer review wordt nu nog grotendeels door of namens de uitgeverijen van de wetenschappelijke tijdschriften georganiseerd. De tijdschriften doen verder de verkoop en marketing. En mede daardoor kosten tijdschrift abonnementen geld en zijn er diverse beperkingen rondom hergebruik van het materiaal. Hogeschool Utrecht wil het door onze onderzoekers gepubliceerde materiaal open en gratis beschikbaar maken voor hergebruik in onderwijs en daarbuiten (open access). Als we dat willen, moeten we wel andere systemen voor de financiering van publicaties vinden, want ‘peer review’ als vorm van validatie kost nu eenmaal tijd en geld.

Voor validatie zijn diverse methoden denkbaar en daartoe kunnen hogescholen en universiteiten samen nieuwe strategieën ontwikkelen. Ik zie dan in de toekomst een veel gevarieerder ‘landschap’ ontstaan van vormen van publiceren en van vormen van validatie en impactmeting van de waarde van onderzoek. Toegankelijkheid van onderzoeksresultaten voor het onderwijs en het aantrekkelijker (rijker aan informatie) maken van publicaties zijn daarbij belangrijke factoren. In het huidige systeem zijn dat zeker geen vanzelfsprekendheden, en ook dat is een reden om naar nieuwe vormen van open access te streven. Hogeschool Utrecht participeert in initiatieven om de juiste vormen van open access te vinden. We hopen de komende jaren nieuwe stappen op dit terrein te kunnen zetten.

Anton Franken, lid CvB
December 2013

Cv Anton Franken

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten