Impulsen voor hbo-onderzoek

De extra dertien miljoen van minister Bussemaker voor onderzoek in het hbo is goed nieuws. Maar het geeft me ook de kriebels…

Onlangs maakte minister Jet Bussemaker bekend, dat zij extra geld voor onderzoek aan het hbo gaat vrijmaken. Dertien miljoen euro komt er dit jaar bij. Ongeveer omstreeks dezelfde tijd hoorden we dat onderzoek in het hbo voortaan gefinancierd wordt via een regie-orgaan dat ondergebracht wordt bij de NWO, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek.  De NWO is de instelling die tweedegeldstroomonderzoek in de wetenschap financiert. De activiteiten van SIA-Raak – tot nu toe dé subsidieverstrekker voor hbo-onderzoek - worden nu ondergebracht bij deze instelling. Deze twee gebeurtenissen zijn natuurlijk goed nieuws voor het hbo-onderzoek. We krijgen er extra geld bij en we krijgen een instituut dat ervoor zorgt dat er nog meer continuïteit en nog meer kwaliteit komt in de financiering van ons toegepast onderzoek.

Toch geven deze gebeurtenissen me ook een beetje de kriebels. Hogeschool Utrecht loopt als grote en brede instelling voorop met het ontwikkelen van hbo-onderzoek, onze docenten behoren tot de hoogst opgeleide in het land en we hebben landelijk gezien veel lectoren. Noblesse oblige: als er geld beschikbaar komt, moeten wij er als zichtbare hogeschool iets goeds mee doen. Deze extra middelen stimuleren ons om nog beter, nog massiever te gaan opereren. Want wat de minister eigenlijk zegt met dit geld, is: ‘De beroepspraktijk kan niet zonder het toegepast onderzoek.’  Verpleegkundigen, maatschappelijk werkers, ingenieurs, analisten, leraren: wij kunnen hun beroep een stap verder brengen. Dat is uitdagend en eervol. En ze zegt ook: ‘Het onderzoek stelt de student in staat vertrouwd te raken met de vragen uit het veld.’ Iedere afgestudeerde moet in staat zijn om met de vragen uit de beroepspraktijk om te gaan. Op die weg zitten wij al een tijdje.

Ik zie vooral kansen in het hechter vervlechten van onderwijs en onderzoek. Relevante onderzoeksvragen uit de beroepspraktijk ophalen en die kennis naar het onderwijs brengen. Onze lectoren en de medewerkers in de kenniskringen hebben daarin een heel belangrijke taak.

Het geld van de minister en het instellen van het regie-orgaan geven me niet alleen de kriebels. Het voelt ook als erkenning voor het feit dat ons onderzoek daadwerkelijk een bijdrage levert, een erkenning voor tien jaar pionieren. Het was al eerder duidelijk, maar hiermee is weer eens bewezen: hbo-onderzoek is here to stay. 

mei/juni '13
Portefeuillehouder Onderzoek College van Bestuur