Impact

Column Huib de Jong, lid CvB

Internationalisering bestaat bij de gratie van persoonlijke verhoudingen. Voor beleidsmakers is dit een reden om over internationalisation at home of afgekort IaH te beginnen. Het is slecht als een instelling afhankelijk wordt van individuele personen, dus internationalisering moet in de haarvaten oftewel ‘at home’ van de instelling gaan zitten. Dit is een terechte reactie, maar ook het persoonlijke contact blijft heel belangrijk. Vertrouwen tussen personen vormt de enige juiste basis die nodig is om te kunnen bouwen. Je valt erop terug als organisaties elkaar over specifieke knelpunten in de haren dreigen te vliegen.

Ook Hogeschool Utrecht heeft ‘Internationalisation at home’ hoog in het vaandel staan, maar persoonlijke contacten zijn nodig om de ‘internationalisation’ een plaats te geven. Een bijzondere vertrouwensband heb ik gekregen met Juha Kettunen, rector van Turku UAS. Binnenkort ga ik zal ik hem weer zien. Ik ben uitgenodigd om in Turku de jaarlijkse vergadering van Finse rectoren toe te spreken over de mogelijkheden en onmogelijkheden om te kunnen voldoen aan de wens van de Finse regering om te verdienen aan onderwijs en onderzoek.

Finland kiest voor een radicaal beleid, waarin kennis als een verhandelbaar product wordt gezien. Achtergrond hiervan is de bewezen kwaliteit van research & development van Finse bedrijven als Nokia: de producten hebben een zo krachtige reputatie dat kennisinstellingen daarvan mee moeten profiteren. Dat zijn immers de bronnen waaruit ook bedrijven als Nokia putten. Onderwijs en onderzoek zijn daarmee onderdeel van het economische beleid van het land en kennisinstellingen worden geacht bij te dragen aan de buitenlandse handel. Daartoe zijn dan ook doelstellingen geformuleerd. Vraag voor de kennisinstellingen is: met welk verdienmodel gaan we de doelstellingen halen?

Ik ga hier (en ook daar) geen antwoord geven op de vraag waar onze Finse collega's mee worstelen. Mij gaat het om onze positie als HBO instelling op een internationaal speelveld. De belangen van Turku en HU blijken dan al snel samen te vallen, hoe verschillend in schaal de instellingen ook zijn. De vraag voor beide is namelijk: hoe word ik over de nationale grenzen heen zichtbaar als kwalitatief sterke speler?

Met Juha heb ik bij verschillende gelegenheden intensief over deze vraag gesproken. Resultaat van onze gesprekken is  de totstandkoming van het Consortium of Applied Research And Professional Education (Carpe). Een uniek samenwerkingsverband van instellingen voor hoger onderwijs. Echter, het is een samenwerkingsverband dat in de aangesloten landen op de tweede rang worden gezet. In het (Europees) hoger onderwijs is concreet en praktijkgericht bezig zijn minder prestigieus dan abstract en funderend. Kijk bijvoorbeeld naar Nederland. Ons stelsel wordt als 'binair' aangeduid. Het hoger onderwijs bestaat uit twee formeel gelijkwaardige compartimenten, WO en HBO.  Maar op de schema's die het ministerie gebruikt zijn de bekende woorden van Orwell van toepassing: 'All animals are equal, but some animals are more equal than others'. Instellingen voor HBO worden echter ook met de handen op de rug gebonden de grens over gestuurd. Ik denk dan aan de titulatuur van onze alumni , de aanduiding 'Lector' en meer van dit soort schijnbaar kleine zaken. Zaken die in het buitenland uitleg behoeven en daarmee onnodige energie kosten en een onnodige drempel vormen.

Door in Carpe samen te werken met partners uit verschillende landen maken we duidelijk waar we in Europees perspectief staan. Samen zijn we beter zichtbaar dan alleen. Samen met Turku, Hamburg, Valencia en Manchester zijn we een groep van 'universities' in Europees perspectief. Instellingen voor hoger onderwijs die op een vanzelfsprekende manier naast onderwijs ook onderzoek als kerntaak hebben. Samen werken maakt dat het beeld van ons wordt verrijkt met de beelden van onze partners: Universität für angewandte Wissenschaften, New University of Politechnica. Samen is het beter mogelijk impact te genereren.

Uiteraard zijn we hard aan het werk het beeld van Carpe in Brussel verder uit te bouwen.  Dat proces is begonnen met de startconferentie die we in het najaar van 2011 in Utrecht hebben gehouden. Een aantal papers zijn gebundeld tot een boek, waarmee we ons karakter als praktijkgerichte, ondernemende instellingen neer zetten.

Vervolgens hebben we besloten een keer per jaar in Brussel te vergaderen en daar vertegenwoordigers van ambtelijke diensten uit te nodigen voor een gesprek. Dit voorjaar gaan we voor de tweede keer in gesprek. Daarbij laten we dan ook het eerste grote project van Carpe zien. Het betreft een gemeenschappelijk project op het terrein van de sociale innovatie, dat wordt getrokken door onze collega’s uit Manchester. Vorige week stuurde Robert Grundemann, onze lector Organisatieconfiguraties en Arbeidsrelaties bij de FMR, mij onze propositie toe. Bij dit soort projecten moet  al snel worden gedacht aan een omvang van enkele miljoenen aan subsidie, dus het is echt de moeite waard. De aanvraag is ingediend in het kader van het 7e Framework Programme van de Europese Unie en moet gaan deelnemen aan een zware competitie. Ik vind de aanvraag goed in elkaar zitten en heb alle vertrouwen in de afloop. Dit doet niet af aan het feit dat ik ontzettend benieuwd ben of het plan gaat slagen en naar de ervaringen die gedurende het selectieproces worden opgedaan.

Impact met Carpe in Europa. Zichtbaar zijn in Brussel om zo de middelen te verwerven die nodig zijn om onze rol als regionale kennisinstelling beter te spelen. Wij in Utrecht, Juha in Finland.

Vertrek

Huib de Jong gaat per 1 maart 2013 Jet Bussemaker opvolgen als rector van de Hogeschool van Amsterdam en lid van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam/Hogeschool van Amsterdam. Het afscheid van Huib van de HU vindt plaats op donderdagmiddag 14 februari a.s. U bent van harte welkom en kunt zich hier aanmelden.

Huib de Jong, februari ’13