"Zonder juridische zelfredzaamheid is toegang tot recht ver weg"

09-02-2017

De overheid en bedrijven moeten veel meer in begrijpelijke juridische termen gaan praten, zegt lector Quirine Eijkman van Hogeschool Utrecht. Het alledaagse recht is volgens haar best complex voor veel mensen. “Zonder juridische zelfredzaamheid van burgers is toegang tot recht nog ver weg.” Als lector Toegang tot Recht hield zij donderdag 9 februari haar openbare les ‘Toegang tot het Recht gaat glocal’ bij Hogeschool Utrecht.

Quirine EijkmanIedereen in Nederland kan via het recht een probleem aan de kaak stellen, zegt Eijkman. Maar de praktijk van toegang tot het recht in Nederland is volgens haar weerbarstig. “Begrijpen de mensen de online informatie? Als je bijvoorbeeld minder zorgtoeslag krijgt vanuit de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), kan je dan omschrijven wat je probleem is? De overheid denkt dat iedere burger goed in staat is om de procedures te snappen. Maar dat is niet zo.”

De juridische zelfredzaamheid van de burgers is dus voor verbetering vatbaar?
“Dit geldt vooral voor kwetsbare mensen. Hun juridische zelfredzaamheid is nog ver weg. Een klacht indienen moet vaak schriftelijk. Laaggeletterden en mensen met een andere taalachtergrond hebben daar grote problemen mee. Zo doet mijn lectoraat onderzoek naar nieuwe Nederlanders en de taaleis in de Participatiewet, die een bepaalde mate van taalbeheersing eist. Sommige nieuwe Nederlanders hebben de lagere school niet afgemaakt en hebben moeite met die taaleis. Daar houdt de overheid onvoldoende rekening mee. Op basis van die taaleis kan worden gekort op de uitkering. Je kunt je hierbij afvragen: in hoeverre kunnen mensen zich verweren tegen een dwingende overheid, die het recht aan zijn kant heeft maar tegelijk niet altijd rechtvaardig handelt?”

Schriftelijke klacht

“Bijna voor alles is een schriftelijke klacht nodig waarin je duidelijk moet uitleggen wat het probleem is. Maar als regels niet begrijpelijk zijn, is er ruimte voor willekeur. We streven in de participatiesamenleving naar de zelfredzaamheid van burgers, dat ze het heft in eigen hand nemen en hun eigen problemen oplossen. Dan moeten ze ook de digitale tools en procedures aangereikt krijgen om zelfredzaam te zijn. Die spanningen wil ik in mijn lectoraat onderzoeken.”

Je spreekt in je openbare les over de lokale professional 3.0. Wat bedoel je daarmee?
“Veel sociale professionals moeten tegenwoordig verschillende rollen aannemen en out of the box denken en doen. Bijvoorbeeld: er komt iemand bij jouw wijkteam en die zegt: ‘ik heb geen eten’. De professional moet er eerst achter komen wat het werkelijke probleem is en niet alleen het eetprobleem willen oplossen. Het kan zijn: de persoon is zijn pasje kwijt of heeft ggz-problematiek. Je moet dan in één keer doorhebben welke netwerken je moet aanleggen om deze persoon te helpen. Dat bedoel ik met 3.0: je moet niet alleen vanuit je eigen specialisatie werken maar heel veel verschillende dingen tegelijk kunnen. Je moet ook kijken of mensen in zijn of haar omgeving kunnen helpen, bijvoorbeeld of iemand kan adviseren over een toeslag aanvragen. Dat kan best ingewikkeld zijn.”

“Daarom ben ik er groot voorstander van om de functie van het recht aan bod te laten komen bij hbo-opleidingen: niet alleen van Recht of Sociaal Juridische Dienstverlening, maar ook van Social Work. Dat onderwerp moet veel meer aandacht krijgen. Sociaal werkers moeten een soort hoeders worden van mensenrechten op lokaal niveau. Dat vereist een meer activistische rol dan eerder gangbaar was in de hulpverlening.”

Je spreekt in je openbare les over glocalisering. Wat betekent dat?
“Dit betekent dat er globale en lokale ontwikkelingen zijn die elkaar over en weer beïnvloeden. De strafrechtmediation, waar wij samen met het lectoraat Werken in een Justitieel Kader onderzoek naar doen, is een goed voorbeeld daarvan. Bij (online) mediation wordt op een andere manier dan via het recht een oplossing gezocht, die aan beide partijen recht doet. Denk bijvoorbeeld aan een scheiding. Het was gewoon dat echtelieden hun scheiding uitvochten bij een rechtbank, bijvoorbeeld waar het gaat over het gezag over het kind. Bij mediation wordt gekeken of het gezag over de kinderen kan worden gedeeld. Deze werkwijze is op internationaal niveau ontwikkeld en wordt nu door het hele land steeds vaker ingezet. Maar wel op een manier die past bij de mensen en hun eigen buurt: dat is het glocale aspect.”

Je treed in de media vaak op als veiligheid- en rechtsstaat-deskundige. Heeft dit onderwerp ook een plek in jouw lectoraat?
“Deels wel. Ik werk één dag per week bij het Institute of Security and Global Affairs (ISGA) van de Universiteit Leiden. Ik doe daar onderzoek naar de neveneffecten van veiligheidsbeleid voor de rechtstaat en mensenrechten. En ik begeleid onderzoek, zoals een promotie over veiligheid en de waarde van privacy. Ook doceer ik aan Masterstudenten het vak ‘Security & the Rule Law’. Bij de HU doen wij dit jaar  ook een onderzoek naar de rol van jongerenwerkers bij de lokale, geïntegreerde aanpak van gewelddadig extremisme. Zo verbind ik het praktijkgericht onderzoek van de hogeschool met het wetenschappelijk debat, waar het meer over theorievorming gaat. In het algemeen denk ik dat onderzoekers een actievere bijdrage aan het publieke debat kunnen leveren. Als lector kun je je kennis delen, en ik zie dat als een vorm van publiekseducatie.”

De publicatie van de openbare les is te lezen op issuu.com.

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten