Vragenlijst-vervanger voor laaggeletterden

05-11-2019

In de fysiotherapie wordt veel gebruik gemaakt van vragenlijsten. Maar niet iedereen is in staat om die vragenlijsten helemaal in te vullen: laaggeletterden en mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden bijvoorbeeld stuiten op problemen. Marlies Welbie, onderzoeker aan Hogeschool Utrecht, ontwikkelde een prototype van een app om een vragenlijst op een andere manier aan te bieden. Op 5 november promoveerde zij.

Welbie

De kaft van het proefschrift van Marlies Welbie kan een aantal malen uitgevouwen worden. Dat levert een beeldverhaal op in vijf tekeningen, dat het onderzoek van Welbie verbeeldt. “De eerste afbeelding toont de aanleiding”, licht de kersverse doctor toe. “Fysiotherapeuten gebruiken vragenlijsten om een beeld te krijgen van de percepties van de patiënt over ziekte, gezondheid en zorg.” Zulke vragenlijsten nemen een steeds belangrijkere rol in. Ze worden ontwikkeld voor en door de beroepsgroep en omarmd door zorgverzekeraars. Die stimuleren dat er alsmaar meer worden ingezet, om de kwaliteit en efficiëntie van de behandeling te monitoren.

Dat kan ook anders

Maar niet iedereen is zomaar in staat om vragenlijsten in te vullen. Een grote groep fysiotherapeuten uit achterstandswijken stapte in 2009 naar het lectoraat Leefstijl en Gezondheid van Hogeschool Utrecht. Zij gaven aan dat zij vaak veel tijd kwijt waren aan ondersteuning bij het invullen van de vragenlijsten, ten koste van de behandeltijd. Zo schoot het middel dus het doel voorbij. En als ze van tevoren of na afloop een vragenlijst meegaven, kwam die vaak niet terug, of was die niet helemaal ingevuld. Zo kregen behandelaars en zorgverzekeraars dus antwoorden waarvan niet te zeggen is of ze betrouwbaar en valide zijn.” En dus benaderden zij het lectoraat om te kijken of dat niet anders kon.

Wat wil de patiënt vertellen?

Na voorlopig onderzoek besloten lector Harriët Wittink en Marlies om niet te pleiten voor afschaffing van de vragenlijsten, maar om een oplossing te ontwikkelen, gericht op mensen die moeite hebben om informatie over gezondheid te verkrijgen, te begrijpen en toe te passen. “Deze groep heeft moeite met communiceren over de klachten en de zorgvraag met de behandelaar. Er moest dus een middel komen waarmee zij de klachten en de zorgvraag op een passende manier kunnen communiceren.” Welbie schreef mee aan een onderzoeksvoorstel en ontving subsidie. In 2011 ging het onderzoek van start. “We hebben onderzocht welke problemen mensen ervaren met de vragenlijsten. Dat bleken er veel verschillende, en zeker niet alleen onder laaggeletterden. We keken bovendien naar de inhoud, en stelden onszelf de vraag: wat wil de patiënt vertellen? Daaruit bleek dat de vragen vaak niet aansluiten, omdat die uitgaan van wat de zorgverlener wil weten.”

Niet meer lezen of schrijven

Welbie betrok laaggeletterde deelnemers aan de cursus Nederlands Lezen en Schrijven van ROC Amersfoort. Met het lectoraat Co-Design van de HU werden zij in de rol van designer gezet om mee te ontwikkelen. Dat leverde een prototype op: de Talking Touch Screen Questionnaire. Dat is een iPad-app waarin een veelgebruikte vragenlijst in de Nederlandse fysiotherapie in aangepaste vorm wordt aangeboden. De app spreekt de vragen uit, antwoorden geven kan door het scherm aan te raken. “Je hoeft dus niet te lezen en schrijven”, zegt Welbie. “Ook de inhoud hebben we aangepast, vanuit de vraag wat patiënten willen vertellen.” Het prototype werd eerst buiten de praktijk getest met mensen die laaggeletterd waren, daarna ook in de praktijk met alle doelgroepen. “We hebben net zo lang ontwikkeld tot het prototype gebruiksvriendelijk was voor mensen die laaggeletterd zijn, maar ook voor mensen die dat niet zijn. We hebben breed geëvalueerd, ook met een variant in het Turks. Vrijwel alle patiënten waren erg tevreden. Aan die kant hebben we dus raak geschoten.” 

Nooit vermoed

Plaatje vijf in de kaft van het proefschrift van Welbie toont dat er ook een andere kant is aan het project. “Uiteindelijk was er geen business case voor het product”, zegt Welbie. “Het kostte veel tijd en energie om tot een tool te komen die volledig, betrouwbaar, valide én gebruiksvriendelijk is. Zo’n intensief traject moet met publiek geld, dat kan een commerciële partij niet opbrengen. De markt is namelijk beperkt: er is maar een beperkt aantal fysiotherapeuten, en er zijn nog veel meer vragenlijsten die elk weer zo’n intensief traject vereisen.” Er mag dan dus geen commercieel product zijn, het onderzoek heeft wel degelijk veel opgeleverd, aldus Welbie: “We hebben veel geleerd van het proces, bijvoorbeeld over hoe je laaggeletterden in de rol van designer kunt zetten en kunt betrekken in het ontwikkelen van een product dat aansluit bij hun wensen, behoeften en mogelijkheden. Ook hebben we veel geleerd over de eisen die aan zo’n product moeten worden gesteld. We hebben zo ook bijgedragen aan de bewustwording rond mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden. En we hebben inzicht gekregen in hoe belangrijk het is om vanaf dag één na te denken over de valorisatie en de doorwerking van het product. Al die kennis delen we, vanuit het lectoraat Leefstijl en Gezondheid, maar inmiddels ook vanuit het lectoraat Methodologie van Praktijkgericht Onderzoek (MPO). Al voor het afronden van mijn promotieonderzoek werkte ik daar aan het ondersteunen van onderzoekers in het doen van kwalitatief onderzoek. Ook werk ik mee aan het verder ontwikkelen van een visie op doorwerking van praktijkgericht onderzoek waar het lectoraat MPO aan werkt. Allemaal vormen van doorwerking van mijn eigen promotieonderzoek waarvan ik het bestaan bij aanvang nooit had vermoed.” 

Marlies Welbie promoveerde op 5 november om 12 uur aan de Universiteit van Amsterdam (Agnietenkapel). Promotor is prof. dr. W.L.J.M. Devillé, hoogleraar Antropologie van gezondheid, zorg en het lichaam aan de UvA; co-promotor is dr. Harriët Wittink, lector Leefstijl en Gezondheid aan Hogeschool Utrecht. Op HU Ontwikkelt lees je meer over hoe het promotieonderzoek van Marlies een expert maakte op gebied van kwalitatief praktijkgericht onderzoek.

Je kunt het proefschrift van Marlies Welbie hier downloaden.