Studie naar moreel kader voor inzet robots in basisonderwijs

18-01-2018

De robot-assistent is een nieuwe, veelbelovende technologie om docenten in het basisonderwijs te ondersteunen en leerprestaties te verbeteren. Er ontbreekt echter nog een moreel kader om robots op een gerechtvaardigde manier in te zetten. Daarom gaat HU-onderzoeker Matthijs Smakman in zijn promotieonderzoek een morele richtlijn voor de inzet van robots in het onderwijs ontwikkelen.

Matthijs SmakmanVoorbeelden van ethische kwesties rondom robots in het onderwijs kent Smakman genoeg. "Denk aan privacy, hechting, misleiding, verlies van menselijk contact, controle en verantwoordelijkheid. Hechting klinkt misschien raar, maar eerdere studies tonen aan dat met name jonge kinderen spreken over een vriendschapsband tussen robot en kind. Hierdoor vertellen deze kinderen ook zeer persoonlijke dingen aan de robot. Van wie zijn deze data dan? Andere vragen die spelen: is er supervisie wanneer het kind les krijgt van een robot en wie is er verantwoordelijk wanneer er iets misgaat: is dat de school, de programmeur, de IT-leverancier?"
 

Ethische waarden

Er is nog maar weinig empirisch onderzoek gedaan naar de ethische kant van robots in het onderwijs. Daarom zal Smakman eerst de ethische waarden in kaart brengen. Daarvoor gaat hij de waarden van betrokken ouders, leerkrachten en kinderen onderzoeken. Smakman, onderzoeker bij het HU-lectoraat Digital Smart Services, start met een literatuurstudie. Daarna wordt in focusgroepen de mening gepeild van ouders, leerkrachten en kinderen over de robot-assistent. Vervolgens zal hij de morele waarden wegen via een survey die uiteindelijk moet leiden tot een richtlijn voor de inzet van robots in het onderwijs.
 

HBO-ICT studenten betrokken

Verschillende HBO-ICT studenten worden betrokken bij zijn onderzoek, tijdens de literatuurstudie en de focusgroepen. Veel van de thema’s van deze studie komen al terug tijdens de hele studie ICT, zoals concepten als privacy by design en Ethical Engineering. Smakman heeft vijf jaar om aan zijn proefschrift te werken, dat hij zal verdedigen bij de VU in Amsterdam. De promovendus ontving voor zijn onderzoek een promotiebeurs van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).