"Sociaal werk moet gericht zijn op inclusie en welzijn"

09-02-2018

Nederland gaat het economisch weer voor de wind, maar hoe staat het er in sociaal opzicht voor? Prof. dr. Jean Pierre Wilken ging in op deze vraag in een bijzondere openbare les op 8 februari, ter gelegenheid van het vijftienjarig jubileum van het lectoraat Participatie, Zorg en Ondersteuning van Hogeschool Utrecht. Ook keek hij terug op de ontwikkeling van praktijkgericht onderzoek bij de Nederlandse hogescholen.

Met de hervorming van de verzorgingsstaat raakten termen als ‘eigen kracht’ en ‘burgerkracht’ in zwang. Maar voor veel mensen zijn eigen regie en eigen kracht niet zo vanzelfsprekend, constateert Wilken. Bijvoorbeeld omdat ze een psychische, verstandelijke of lichamelijke beperking hebben of laaggeletterd zijn. Wilken gaat in op de betekenis van sociaal werk en gezondheidszorg voor de vijf procent van de bevolking die aan de andere kant staat van de lijn die hen scheidt van de Nederlanders die hun levenssituatie als ‘goed’ beoordelen.

Realistisch perspectief op redzaamheid

Jean Pierre Wilken: “Sociaal werkers krijgen bij uitstek te maken met ‘kwetsbare mensen’, ‘kwetsbare situaties’ en ‘kwetsbare wijken’. Daar is ‘eigen kracht’ meestal niet zo duidelijk, of soms duidelijk afwezig, en hebben mensen meestal weinig aanpassingsvermogen. Juist bij deze groep moeten we niet te veel meegaan in het discours van vanzelfsprekende participatie en zelfredzaamheid. We hebben een realistischer perspectief nodig op redzaamheid. Dé grote maatschappelijke opgave is hoe we de meest kwetsbaren kunnen laten delen in welvaart en hen ontplooiingsmogelijkheden kunnen bieden. Hoe kunnen we werken aan sociale inclusie? En hoe kan sociaal werk hieraan bijdragen?”

Maatwerk moet de standaard zijn

Wilken pleit ervoor sociaal werk te zien als ‘welzijnszorg’, bestaande uit drie dimensies die met elkaar verbonden zijn: persoonsgerichte, samenlevingsgerichte en systeemgerichte zorg: “Tussen lichamelijk, psychisch en sociaal functioneren bestaat een constante wisselwerking. Nauwe banden, veilige en ondersteunende sociale relaties zijn het allerbelangrijkst voor onze gezondheid, levensduur en psychologisch welzijn. Dat blijkt uit heel veel onderzoek. Daarom moeten sociaal werk en gezondheidszorg goed op elkaar aansluiten. Welzijnszorg kan ook onnodige medicalisering terugdringen en zo kosten besparen.” Wilken pleit voor maatwerk in plaats van standaardwerk: “Wat er in de zorg verkeerd is gegaan is dat we een niet-bestaande gemiddelde mens tot norm hebben verheven, om daar vervolgens regels, protocollen en interventies aan te koppelen. Dat heeft veel ineffectieve mismatches tot gevolg. Maar juist de uitzondering moet de regel zijn. De standaard moet maatwerk zijn.”

Geslaagde ontwikkeling tot kennisinstelling

Het lectoraat Participatie, Zorg en Ondersteuning behoorde in 2002 tot een van de eerste lectoraten van Hogeschool Utrecht en in Nederland. Inmiddels zijn er landelijk ongeveer zevenhonderd lectoren. Hogeschool Utrecht heeft bijna vijftig lectoren. Wilken: “De transitie van hogescholen tot kennisinstituten is na vijftien jaar aardig geslaagd te noemen. Kennisontwikkeling is intussen niet meer weg te denken op hogescholen en er bestaat een doorlopende wisselwerking met de professionele praktijk en het onderwijs. Kennis uit onderzoek komt steeds beter in het onderwijs terecht.”

De titel van de bijzondere openbare les van Jean Pierre Wilken is: “Ertoe doen. Over verbinding, inclusie en het (eigen)aardige van sociaal werk.” De publicatie is te bestellen via kus@hu.nl. Het lectoraat Participatie, Zorg en Ondersteuning is onderdeel van het Kenniscentrum Sociale Innovatie van Hogeschool Utrecht.

Tekst: Mariek Hilhorst