Zorg in balans

In de transitie van het zorgbestel wordt fors ingezet op het aanboren van informele zorg. Het gaat om meer zorg en ondersteuning van naasten en vrijwilligers in de thuissituatie. 

Er wordt in toenemende mate een appèl gedaan op de inzet van mensen voor elkaar (als mantelzorger, vrijwilliger of buur). In deze programmalijn gaat onze aandacht uit naar wat dit betekent voor mensen met langdurige en/of complexe zorgbehoeften. We richten ons met name op situaties rond mensen met cognitieve aandoeningen zoals mensen met dementie, LVB en niet-aangeboren hersenletsel. Wat betekent kwaliteit van leven als het gaat om thuis wonen, werken, zingeving, sociale contacten, etc.? Wat vraagt dat van het sociale netwerk, professionals en overheid om te zorgen dat mensen een eigen huishouden kunnen blijven voeren zonder in sociaal isolement of overbelast te raken? Wat betekent kwaliteit van leven voor naasten met een zorgtaak? Hoe kan zorg met andere aspecten van het leven gecombineerd worden? Wat vraagt dat van professionals en overheid? Welke rol kan technologie hierbij spelen? We zoeken wat er nodig is om een optimale balans te bereiken en te behouden tussen zelfzorg, eigen regie, inzet van naasten, buren, vrijwilligers en professionals.

Deze beweging vraagt een andere rol, taak en andere competenties van de sociale professionals. Niet de professional bepaalt naar eigen inzicht en deskundigheid hoe de zorg verleend wordt maar de nadruk ligt nu op het afstemmen en het delen van de zorg. Dit alles zou moeten leiden tot meer autonomie en zelfredzaamheid.

Een actuele praktijkvraag is nog steeds hoe een goede afstemming kan plaatsvinden tussen de sociale professionals en de mantelzorgers. De mantelzorger vervulde tot voor kort vanuit het perspectief van veel professionals nog grotendeels een bijrol. Hij/zij werd vooral gebruikt als informatiebron. Nu wil de overheid dat mantelzorgers meer een regierol krijgen. Sociale professionals hebben de taak om mantelzorgers te faciliteren bij die zorgtaak. Tegelijkertijd is de opdracht zoveel mogelijk over te laten aan burgers zelf, en waar nodig ‘burgerkracht’ te organiseren, zoals de inzet van vrijwilligers. Voor een (langdurige) samenwerking proberen sociale professionals vrijwilligers te matchen. Daarbij is persoonlijke motivatie, continuïteit en binding belangrijk maar ook inwerken, ondersteunen en begeleiden. 

Soms wordt de zorg uitgevoerd vanuit de Wet langdurige zorg, terwijl de ondersteuning van de mantelzorg vanuit de Wmo plaatsvindt. Dit vraagt om goede inhoudelijke afstemming.

Het samenwerken en het samenspel van professionals met informele zorgers vraagt, met name waar het gaat om langdurende ondersteuningsvragen (dementie, NAH, LVB) om een goede afstemming. Daarbij is de vraag is hoe de balans is tussen het oppakken van zware zorgtaken als er ook een appèl wordt gedaan op arbeidsparticipatie, als er tegenstrijdige financiële regelingen zijn en mensen daardoor in de problemen komen, als de groep mensen kleiner wordt als gevolg van de lastige situatie en wanneer vrijwilligers afhaken. Welke competenties vraagt dit alles van de sociale professionals en kan het onderwijs hier inhoudelijk op aansluiten? 

Programma coördinator: Ellen Witteveen
Medewerkers: Ellen Witteveen, Mariet Brandts, Sascha van Gijzel, Wilco Kruijswijk , Amanda Siteur

Onderzoeksprojecten
Profiel en E-learning module Samenwerking met Informele Zorg bij mensen met een verstandelijke beperking
Profiel en E-learning module Samenwerking met Informele Zorg bij mensen met een niet-aangeboren hersenletsel
Ervaringsdeskundigheid in de revalidatiesector
Onderzoek Boogh dagbesteding