Onderzoekslijn Borgen van inclusief werk

De technologische ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de veranderingen op het gebied van arbeidsverhoudingen vragen om nieuwe vaardigheden bij burgers. Niet alle burgers zullen en kunnen echter in gelijke mate over deze vaardigheden beschikken, waardoor zich een tweedeling tussen haves en have nots aan het aftekenen is. Op de arbeidsmarkt kan dit leiden tot een toenemend risico op werkloosheid en werk van lage kwaliteit onder de have nots. Ook de haves ervaren echter door baanonzekerheid en toenemende werkdruk problemen. Hoe zorgen we er in een door digitalisering, robotisering en flexibilisering veranderende wereld van werk voor dat beide groepen (betekenisvol) werk blijven houden? Hiermee houdt de lijn borgen van inclusief werk zich bezig.

Bestaansrecht van organisaties

Het blijvend aanbieden van inclusief werk aan (toekomstige) werknemers vergt een investering van organisaties. Door bovengenoemde ontwikkelingen zullen er functies gaan verdwijnen en zullen er tegelijk nieuwe beroepen ontstaan, waarbij mens en machine steeds vaker samen zullen gaan werken. En door de toenemende flexibiliteit van de arbeidsmarkt zullen burgers zelfredzamer en ondernemender moeten worden. Niet alle burgers zullen echter in gelijke mate over deze vaardigheden beschikken. Al deze veranderingen vergen nieuwe organisatiestructuren, het herontwerpen van functies en het blijvend updaten van vaardigheden. Voor organisaties is het hierbij van belang dat zij hogere prestaties kunnen blijven leveren en goede resultaten blijven behalen. Voor non-profitorganisaties is productiviteitsverhoging cruciaal voor hun bestaansrecht en voor commerciële bedrijven is deze verhoging een voorwaarde voor groei.

Die groei is niet alleen goed voor de bedrijven zelf, maar ook voor de economie en de welvaart in onze samenleving. Bij een sterkere economie kan er immers meer geld besteed worden aan waarde creatie en impact. Hoe kan er in deze veranderende wereld van werk voor gezorgd worden dat werknemers ‘bij blijven’, bijvoorbeeld als het gaat om vaardigheden die nodig zijn om het werk en de complexe problemen van de toekomst aan te kunnen? Dat is een belangrijk aandachtspunt binnen deze lijn.

Sociale innovatie als middel

Om de productiviteit te verhogen is sociale innovatie essentieel. Sociale innovatie richt zich in de eerste plaats op de vernieuwing van de organisatie en het arbeidsproces: Hoe richt je dat proces efficiënt in? Welke organisatievorm en veranderaanpak kies je? Waar plaats je welke medewerker? En welke leiderschapsstijl is het meest effectief? Daarnaast richt sociale innovatie zich op de talentontplooiing van medewerkers: Hoe komen zij het best tot hun recht? Hoe kunnen zij zich verder ontwikkelen? Hoe kunnen zij hun kennis vergroten? En hoe zorg je dat die kennis ook leidt tot een hogere productie? Dit vraagt om een gericht HR-beleid en om goed geëquipeerde HR-professionals die strategisch kunnen denken en tegelijkertijd praktische interventies kunnen ontwikkelen en inzetten.

Gezonde werkdruk

De Wereld Gezondheid Organisatie noemt werk stress niet voor niks de epidemie van de 21ste eeuw; grote delen van de beroepsbevolking ervaren in toenemende mate werkdruk en werk stress. Er is vanuit overheden en organisaties de laatste decennia echter vooral veel aandacht geweest voor fysieke gezondheid en de afwezigheid van ziekte. Mentaal welbevinden is echter minstens zo belangrijk in tijden van toenemende werkdruk als gevolg van digitalisering, robotisering en globalisering. Onderzoekers in deze lijn houden zich dus ook bezig met het ondersteunen van werkgevers en werknemers in het zodanig (her)inrichten van werk dat werkdruk op een gezond niveau blijft en niet in werk stress uitmondt.