PGO naar veiligheidsbeleving

In de onderzoekslijn ‘veiligheidsbeleving’ zijn we op zoek gegaan naar de verdieping in de dynamieken van veiligheidsbeleving.

Verschillende projecten brachten samen meer zicht op de achtergronden van dit ingewikkelde vraagstuk. Daarbij was de doelstelling om met de nieuwe inzichten professionals direct verder te helpen in hun werk. Het onderzoek had met name aan de start een sterk academische inslag, maar we zochten ook nadrukkelijk naar handelingsperspectief voor hen die er in hun dagelijks werk mee in de weer zijn. Want waar begin je met het aanpakken van subjectieve veiligheid?

Een voorstudie (Een terughoudende praktijk) uit 2014 wees uit dat een rijk palet aan professionals ook zoekend was. Zij bleken overtuigd van de noodzaak ‘iets’ tegen onveiligheidsgevoelens onder burgers te doen, maar verder dan het bestrijden van criminaliteit en overlast kwam men niet. Dat is ook niet vreemd. Het ‘onveiligheidsgevoel’ is een vraagstuk waar niet zomaar een pasklare oplossing voor is. In hun zoektocht hadden verschillende professionals het een en ander geprobeerd, maar zonder direct te oogsten of verwachtte effecten. De praktijk bleek even zoekend naar achtergronden als de wetenschap. Want alleen als je weet hoe iets werkt, kan je het aanpakken.

Van fundamenteel naar praktijkgericht onderzoek

Gedreven door inzichten uit deze fundamenteel wetenschappelijke studie, is besloten met de onderzoekslijn ‘veiligheidsbeleving’ de praktijk en wetenschap in samenhang een stap verder te helpen. Duidelijk was dat er een noodzaak is om het zicht op de aard en achtergronden van onveiligheidsbeleving te verscherpen. Deze aanscherping is voor de praktijk gevonden in het concept van ‘verstoorde veiligheidsbeleving’. Dat staat voor ‘een significant negatievere – en problematisch  ervaren – veiligheidsbeleving’ ‘vergeleken met eerdere metingen of dan op basis van meer objectieve gegevens passend lijkt. Onder de kwalitatieve signalen vallen meer of minder duidelijke meldingen, telefoongesprekken of e-mails over onveiligheidsgevoelens van buurtbewoners aan het adres van verschillende professionals. Onder kwantitatieve signalen vallen buurtscores op basis van enquêteonderzoek, waarbij buurten op (dezelfde) vragen rondom gevoelens van onveiligheid worden vergeleken met dezelfde buurt op een eerder tijdstip.

Dit bleek een zinvolle lens om in de praktijk op een gerichtere wijze onveiligheidsbeleving te benaderen. In plaats van het hele fenomeen van “onveiligheidsbeleving” als probleem te bestempelen, filtert de lens van verstoorde veiligheidsbeleving de wijken en buurten eruit waarin er sprake is van een negatieve ontwikkeling van de beleving van veiligheid op buurtniveau. Daarmee wordt een ongericht, groot probleem meer gefocust en kleiner.

Een eerste stap in de praktijk: de wijk Kerckebosch te Zeist

Een eerste proef (Verstoorde veiligheidsbeleving, 2017) met deze benadering deden wij in de wijk Kerckebosch, gemeente Zeist. Onderzoek van Dimensus wees uit dat in 2013 22% van de respondenten uit de wijk aangaf zich wel eens in de eigen buurt onveilig te voelen, waar dit in 2011 nog 7% was. Het beeld op basis van de enquêtes was duidelijk: er was iets aan de hand in Kerckebosch. Het was op voorhand duidelijk dat deze ontwikkeling van het onveiligheidsgevoel met de herstructurering van de wijk te maken had, maar wat? 

Om dit uit te zoeken interviewden wij 25 buurtbewoners die samen een mooie afspiegeling van de wijk vormden. Uit de analyse van de interviews bleek de ‘verstoorde veiligheidsbeleving’ in Kerckebosch te drijven op (I) donkerte in de wijk, (II) incidenten uit het verleden waarbij intimidatie en woninginbraak de boventoon voerden en (III) de aanwezigheid van hangjongeren die leken op de groep die voor deze problemen had gezorgd. Maar bovenal leek de ‘verstoorde veiligheidsbeleving’ – blijkens de verhalen van onze respondenten - veroorzaakt door  (IV) een verminderde sociale binding onder buurtbewoners. Een relatief stabiel woonbestand had in de ogen van de respondenten in korte tijd plaats gemaakt voor een diffuse woonsituatie met veel tijdelijke bewoning. Doorgaans is het voor buurtbewoners – zelfs in de flats – onduidelijk of andere mensen nu wel of geen buren zijn. Als gevolg van deze ‘publieke anonimiteit’ ervaart men een basaal wantrouwen ten opzichte van de onbekenden die zij dagelijks treffen. Met deze opgedane inzichten kon een gericht advies voor de aanpak van onveiligheidsbeleving worden opgesteld.

Contact

Hoofdonderzoeker dr. Remco Spithoven is - na het afronden van de onderzoekslijn veiligheidsbeleving - lector Maatschappelijke Veiligheid geworden aan de Academie Bestuur, Recht & Ruimte van Hogeschool Saxion. Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met Remco Spithoven, lector Maatschappelijke Veiligheid bij Saxion of Andrea Donker, lector Kennisanalyse Sociale Veiligheid, bij het HU-Kenniscentrum Sociale Innovatie. In de toekomst zullen de lectoraten van Andrea en Remco nauw blijven samenwerken aan praktijkgericht onderzoek rondom sociale veiligheid.