Onderzoeksproject Werken voor jeugd, ja!?

"Zij komen nooit in het nieuws als ze iets goeds doen. Maar zij voorkomen wel tien keer per week zo’n incident. De brandweer is in elk verhaal de held, altijd. De medewerkers in de jeugdzorg zijn de helden van vele kinderen in de stad, maar zij komen nooit in het nieuws terwijl incidenten levensgroot worden uitgemeten."

Dit is een uitspraak van de huidige minister van VWS, Hugo de Jonge, die hij deed toen hij nog wethouder in Rotterdam was. De uitspraak wordt geciteerd in een brandbrief aan de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport die Jeugdzorg Nederland, Het FNV en CNV en de Federatie van beroepsorganisaties in de zorg gestuurd hebben. In deze brief stellen zij dat er dringend aandacht nodig is voor een aantal knelpunten die het werkplezier van professionals in het jeugddomein bedreigen. Vanuit onder andere de gemeente Utrecht en organisaties als het NIP en NVO komen geluiden dat professionals vaker dan voor de transitie in de jeugdzorg van baan wisselen en zelfs de jeugdzorg verlaten. Ook dat laat zien dat het werkplezier van jeugdprofessionals afneemt. 
Minder werkplezier en veel wisselingen kan de kwaliteit van de begeleiding van gezinnen in gevaar brengen. Zo beïnvloedt het de relatie met gezinnen en de duurzame samenwerking tussen professionals uit verschillende organisaties. Daarmee komen belangrijke transitiedoelen mogelijk in gevaar. 

Er zijn allerlei ideeën over de oorzaken hiervan. Eén daarvan is een toename van de werkdruk, maar ook lijken jeugdzorgprofessionals vaker alleen zware problemen tegenkomen en daardoor minder succeservaringen hebben. Een andere suggestie is dat professionals het gevoel hebben dat ze meer met veranderingen bezig zijn dan met de kern van hun werk. Ook blijkt uit onderzoek dat er verwarring is over wie welke rol heeft en dat professionals steeds vaker ethische dilemma’s tegenkomen die te maken hebben met lange wachtlijsten of financiële afwegingen. De vele tijdelijke contracten lijken eveneens een rol  te spelen bij het grote verloop. Vele mogelijke factoren, maar eigenlijk weten we niet goed wat er aan de hand is. 

Waarom zoeken steeds meer professionals een andere baan? Jeugdprofessionals werken over het algemeen vanuit een grote intrinsieke motivatie, maar het lijkt erop dat dit niet meer voldoende is. Is hun motivatie om voor jeugdigen en hun gezin te werken verminderd? Hoe komt dit dan? Wat zijn andere mogelijke overwegingen? Wat zou er in hun ogen moeten gebeuren om hen te behouden voor dit belangrijke werk? Dit zijn een aantal vragen die naar voren komen en die aanleiding vormen voor ons onderzoeksproject. 

Wat willen we in dit project bereiken?
Met dit project willen we inzicht krijgen in de redenen van professionals om hun werk te blijven doen of om er mee te stoppen. Met dit inzicht willen we bijdragen aan het verminderen van het grote verloop binnen het jeugddomein door bijvoorbeeld adviezen te geven aan organisaties of aan (begeleiders van) professionals. Opleidingen kunnen op basis van deze inzichten hun aankomende professionals beter voorbereiden op het complexe en steeds veranderde werkveld.

Wat is het globale plan?
In dit onderzoeksproject willen we professionals van meerdere organisaties interviewen over hun drijfveren om het werk te doen; over wat hen daarin motiveert en wat hun motivatie belemmert. Daarbij willen we professionals van zoveel mogelijk verschillende organisaties spreken. Zo zal ook een organisatie meedoen die het werkplezier van de medewerkers expliciet als aandachtspunt heeft. 

Organisatie van het project
Het lectoraat is de opdrachtgever voor dit project dat gelijk loopt met de afstudeerfase van de opleiding. Het bestaat uit meerdere deelonderzoeken. Jij doet een eigen deelonderzoek waarbij je professionals interviewt binnen één organisatie, die de opdrachtgever zal aanleveren. We proberen met alle studenten die aan dit project meedoen een specifiek leerteam te vormen dat door een leerteamcoach van de opleiding begeleid wordt en waar de opdrachtgever regelmatig bij zal aansluiten. Met elkaar formuleren we een doel- en vraagstelling zodat uiteindelijk de data vanuit jullie deelonderzoeken bij elkaar gevoegd kunnen worden. Ook ontwikkelen we gezamenlijk de interviewvragen. Je werkt je eigen theorie uit en levert input aan de ontwikkeling van het analysekader. De analyse van je eigen data doe je weer zelfstandig, waarbij je een medestudent als critical friend mee laat kijken om zo tot een voldoende (interbeoordelaars)betrouwbaarheid te komen. 

Wat levert het jou op?
Het project biedt je de kans om je afstudeeronderzoek te doen. Het is een pedagogisch onderzoek omdat we uiteindelijk bijdragen aan een betere begeleiding van gezinnen. In de uitvoering van het onderzoek zullen we zorgdragen voor een ecologische benadering van de thematiek bijvoorbeeld door het onderzoek samen met de professionals te doen. Verdiepen in het thema van professionaliteit en hoe professionals hun motivatie blijven voeden helpt je te reflecteren op je eigen (aankomende) professionele leven. 

Meer weten?
Overweeg je om met dit project mee te doen, maar heb je nog vragen? Neem contact op met Loes Houweling. Wil je je gelijk opgeven? Ook dat kan natuurlijk. We maken dan een afspraak om kennis te maken en te bekijken of de wederzijdse verwachtingen overeen komen. 

De brief aan de vaste commissie is hier te vinden.

Eerste resultaten van een enquête naar de stem van de professional bij de evaluatie van de Jeugdwet. 

 

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten