Lectoraat Normatieve Professionalisering

Het Lectoraat Normatieve Professionalisering bestaat sinds juni 2012 en is opgericht met het doel bij te dragen aan de vorming van de professionele identiteit van leraren.

Belangrijke vragen voor de identiteit van leraren

De leraar-in-opleiding wordt een professionele leraar en ook de professional met een baan ontwikkelt zich voortdurend. Het is het belangrijk om daar een aantal belangrijke vragen bij te stellen, zoals:

  • Wanneer is een professional een goede professional?
  • En wie mag dat eigenlijk bepalen? En op basis waarvan?
  • Hoe speelt de persoon van de professional mee in het professioneel handelen?  Hoe spelen ‘subjectieve factoren’ daarin mee en welke ruimte is daarvoor in het proces van professionaliseren?
  • Hoe werkt de relatie tussen de ‘grondovertuiging’ (de ultimate concerns) van een professional en de alledaagse beroepsuitoefening? 

Deze vragen houden verband met de professionele identiteit van de leraar, waarbij het zowel gaat om de kleine, alledaagse afwegingen bij een praktisch probleem als om mensbeelden en een wereldbeschouwing die daarbij van invloed zijn. Het lectoraat verricht onderzoek naar de vorming van deze professionele identiteit. Ook gaat het lectoraat aandacht voor persoonsvorming en zingeving meer inbedden in de opleidingen tot leerkracht.

De normatieve dimensie vertaald in deelonderzoeken

Centraal staat ‘de normatieve dimensie’ van het professioneel handelen van de leraar. In de eerste termijn van het lectoraat (2013-2016) is dit uitgewerkt in een groot aantal deelonderzoeken met onderwerpen als: het omgaan met morele dilemma's, levensbeschouwelijke achtergronden van de leraar en het veranderend beroepsbeeld van studenten tijdens de opleiding tot leerkracht, burgerschapsonderwijs, ‘Bildung’ in het Hoger Onderwijs en visieontwikkeling in onderwijsteams. Vanuit het lectoraat is gezamenlijk aan een boek gewerkt: Complexity in Education: From Horror to Passion (Bakker & Montessori 2016). In 2016 is het lectoraat verlengd met een tweede termijn (2016-2020) met de nadrukkelijke opdracht en ambitie onderzoek op te zetten naar Normatieve Professionalisering binnen andere beroepsgroepen, zoals onder meer taxateurs van onroerend goed, accountants en woningbouw.

Samenstelling onderzoeksgroep vanuit HU en Universiteit Utrecht (UU)

Het lectoraat bestaat uit een multi-disciplinaire groep promovendi en postdoctorale wetenschappers verbonden aan de HU en maakt deel uit van een grotere groep universitaire onderzoekers die valt onder de leerstoel van de lector 'Levensbeschouwelijke Vorming' van de Faculteit Geesteswetenschappen van de UU.

Onderzoek op drie niveaus

Het algemeen doel van het lectoraat is om de kwaliteit van de beroepsopleidingen van de Hogeschool Utrecht te helpen verbeteren. Het onderzoek naar Normatieve Professionalisering speelt zich af op drie te onderscheiden niveaus:

  1. Niveau 1 is beschrijvend: Expliciete aandacht voor normatieve professionalisering vraagt op het meest basale niveau om inzichtelijk te maken op welke manier en met welke inhouden normativiteit een rol speelt in het professionaliseringsproces van een leraar. Inhouden worden beschreven, zoals ze empirisch kunnen worden vastgesteld, door opleiders en onderzoekers. Dat is een belangrijke invalshoek omdat de waardeoriëntatie van professioneel gedrag veelal impliciet blijft.
  2. Op niveau twee richt normatieve professionalisering zich op het opleidingskader, de opleiding tot professional. De kwestie is hoe we studenten en leraren idealiter kunnen uitdagen, verleiden en begeleiden in het verkennen en expliciteren van hun eigen normativiteit en waardeoriëntaties.
  3. En pas op niveau drie is de aandacht voor normatieve professionalisering ook in haar eigen uitspraken zelf normatief en wordt uitgesproken wat goed professioneel handelen is, wat eventueel ook béter zou kunnen, maar ook wat als ‘slecht’ beoordeeld zou moeten worden en dat in die zin dan ook onwenselijk is. Op dit derde niveau wil het lectoraat terughoudend zijn en worden vooral in het kader van de afzonderlijke onderzoeksprojecten explicietere stappen verkend en gewaagd (Bakker & Wassink 2015, 38).