Lectoraat Geletterdheid

Veertigduizend kinderen verlaten jaarlijks de basisschool met het leesniveau van groep zes. In het speciaal basisonderwijs bereikt de gemiddelde leerling een leesniveau tussen groep vier en vijf van het basisonderwijs. Leesachterstand blijkt zeer moeilijk in te lopen en heeft geleid tot 250.000 volwassen functioneel analfabeten. Niet goed leren lezen aan het begin van de schoolloopbaan gaat op termijn gepaard met ernstige problemen bij het verloop van de schoolloopbaan en bij het maatschappelijk functioneren.

Veel leesproblemen kunnen worden voorkomen door vroegtijdig interveniëren en het geven van intensieve instructie. Lezen is geen natuurlijk proces. De meeste kinderen hebben systematische en expliciete instructie nodig. Hoe expliciet en intensief die moet zijn en hoeveel tijd nodig is voor de ontwikkeling van een goede leesvaardigheid, varieert sterk tussen kinderen.

Bij het voorkomen van leesproblemen is de leraar in beeld. Het is gebleken dat de kwaliteit en intensiteit van de instructie en de houding van de leraar tegenover zijn leerlingen meer invloed heeft op de leerlingprestaties dan de gebruikte methoden of de schoolleiding. Tegelijkertijd is inhoudelijke vernieuwing niet blijvend succesvol als op schoolniveau de voorwaarden daarvoor niet zijn gerealiseerd (zoals planmatig invoeren en aansturen, permanente professionele ontwikkeling, aansluiten bij opvattingen van betrokkenen, gerichtheid op verbetering van leren blijven stimuleren vanaf buiten school).

Het lectoraat is gericht op het vertalen van genoemde kennis naar lerarenopleidingen in onderwijspraktijk, met als doel functionele geletterdheid van alle leerlingen. Dit kan bereikt worden wanneer:

  • Dat wat we weten over het proces van leren lezen direct gekoppeld wordt aan de instructie die dit van de leerkracht vraagt.
  • Het verbeteren van het gewenste instructiegedrag geplaatst wordt binnen een schoolverbeteringscontext.
  • Het schoolverbeteringsproces wordt geplaatst binnen een beleidscontext.

In het onderzoeksprogramma onderscheiden we een aantal lijnen:

  1. Institutionalisering van effectief gebleken aanpakken in het onderwijs- en nascholingsaanbod van de Faculteit Educatie;
  2. Onderzoek naar de mogelijkheden voor preventie van leesproblemen in minder programmagestuurde en begeleide situaties;
  3. Onderzoek naar verbetering van de leesresultaten binnen het speciaal onderwijs;
  4. Onderzoek naar de effecten van data driven teaching en data driven decisionmaking.

De afgelopen vijftien jaar is grote vooruitgang geboekt in kennis van het leesproces en de oorzaken van het ontstaan van leesproblemen. Uit dit onderzoek blijkt dat vrijwel alle kinderen vlot kunnen leren lezen, mits ze daarvoor voldoende tijd en instructie ontvangen. Waar het leesproces niet voldoende vordert, is vrijwel steeds sprake van didactische verwaarlozing.

In het onderzoeksprogramma voor de periode 2007/2011 worden twee lijnen onderscheiden:

  • Is preventie van leesproblemen ook in een minder programmagestuurde en begeleide situatie realiseerbaar?
  • Is het mogelijk de leesprestaties van de kinderen uit het Speciaal Onderwijs te vergroten?

De opbrengst van het onderzoek in deze periode bestaat uit a. het naar buiten brengen van de bevindingen voor zowel practici als beleidsmensen als wetenschappers, als b. uit het doordenken van de consequenties van de bevindingen voor de Faculteit Educatie.

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten