Lectoraat Co-Design

Co-design biedt een aanpak die inzichten in de context van mensen verbindt met technologische mogelijkheden. De Co- is een afkorting van ‘collaborative’ of ‘cooperative’: Co-design brengt partijen met verschillende gezichtspunten, input en competenties bij elkaar om een specifiek probleem aan te pakken. Hierdoor kunnen deze betrokkenen hun kennis inzetten op een manier die het mogelijk maakt om gemeenschappelijk tot (technologische) innovaties te komen.

Het lectoraat Co-design richt zich vooral op de wijze waarop ontwerpinterventies kunnen bijdragen aan maatschappelijke veranderingen, met name op het gebied van gezondheid en duurzaamheid. Het lectoraat draagt de ontwerpende manier van denken, onderzoek doen en innoveren, ook wel aangeduid als ‘design thinking’ uit binnen en buiten de HU, en zet zich in om deze aanpak te borgen in het onderwijs en onderzoek, en de kwaliteit daarvan te bewaken en verbeteren. De aanpak van het lectoraat co-design is een vorm van actieonderzoek (‘research-through-design’), waarbij het ontwerpen van interventies die bijdragen aan kwaliteit van samenleven in een stedelijke omgeving centraal staat. Systematische reflectie op het ontwerpproces levert zowel kennis over (nieuwe) tools en methoden als kennis over het onderwerp zelf. Daartoe heeft het lectoraat drie kennislijnen benoemd:

Kennislijn 1: Co-design tools en methoden voor systemisch innoveren

Ontwerpers nemen in toenemende mate een rol bij complexe veranderprocessen. Zij zetten hun ontwerpexpertise in om op creatieve wijze invulling te geven aan een gedeeld veranderproces, waarbij co-creatie een grote rol speelt. Co-designers gebruiken hun ontwerpkennis en –ervaring om een systeem (een organisatie, een wijk, een collectief, etcetera.) te ondersteunen in haar veranderbeweging. Enerzijds ligt de rol van de co-designer dus in het inzetten van ontwerptools- en vaardigheden om veranderingen bij mensen en organisaties te faciliteren. Anderzijds ligt de rol in het scheppen van concrete toekomstige mogelijkheden door het inzetten van zijn technisch inzicht, creativiteit en voeling met het gehele systeem, in de vorm van ervaarbare (gepersonaliseerde en gecontextualiseerde) prototypes, die de opmaat vormen tot interventies. 

Leidend daarin is een systemische benadering: de bewustwording dat complexe problemen slechts vanuit een bewustzijn van de werking van het systeem als geheel benaderd kunnen worden. Daarbij is het de uitdaging (en de kracht van ontwerpers) om tot concrete handelingsperspectieven en interventies te komen, zonder te verdwalen in de veelheid en verwevenheid van aspecten. Het werkveld heeft sterke behoefte aan meer theoretische houvast en methodieken die helpen gestructureerd om te gaan met de systemische aspecten van het ontwerpen rondom complexe vraagstukken.

Kennislijn 2: Ontwerpinterventies voor kwaliteit van samenleven in een stedelijke omgeving

Maatschappelijke veranderingen vragen beweging van het gehele spectrum aan mensen in de samenleving. Enerzijds wordt de samenleving steeds complexer, anderzijds wordt van burgers juist meer zelfredzaamheid en participatie verwacht. Loketten sluiten, nutsvoorzieningen privatiseren, ouderen moeten langer thuis blijven wonen en op maatschappelijk werk en thuiszorg wordt bezuinigd. Omgaan met technologie is steeds vaker een noodzakelijke voorwaarde voor zelfredzaamheid en participatie. Hierbij kan een grote rol voor de co-designer weggelegd zijn. Slimme technologische oplossingen kunnen mensen ondersteunen bij zelfredzaamheid, empowerment en maatschappelijke participatie, mits deze op de juiste wijze wordt ingezet.

In deze lijn worden daadwerkelijk potentiële interventies ontworpen die de kwaliteit van samenleven in een stedelijke omgeving beïnvloeden. Doel is om mogelijke oplossingsrichtingen concreet en ervaarbaar te maken middels interactieve prototypes en kleinschalige pilots. Dit levert best practice voorbeelden op van zowel de interventies als het proces dat daartoe leidde, die anderen weer kunnen helpen in hun veranderproces.

Kennislijn 3: Richtlijnen voor gepersonaliseerde en gecontextualiseerde interactie met technologie.

Technologie is in toenemende mate overal aanwezig en bevindt zich steeds dichter op, en zelfs onder de huid van de mens. Dit biedt uitgelezen mogelijkheden om deze technologie voor iedereen toegankelijk, bruikbaar en ervaarbaar te maken. Informatie over kennis, vaardigheden, voorkeuren, het sociale netwerk, de actuele locatie en de fysieke en emotionele toestand van de gebruiker kunnen worden verzameld. Op basis hiervan kan de gepersonaliseerde en gecontextualiseerde interactie met systemen worden ontworpen. Dezelfde informatie (bv. over resultaten van een gevolgde therapie) zal aan de ene gebruiker (bv. een patiënt) heel anders worden gepresenteerd dan aan de andere gebruiker (bv. de zorgverlener). Intelligente, lerende systemen kunnen zich in de loop van de interactie met de gebruiker aanpassen en daarbij inspelen op veranderingen bij de persoon of in de omgeving, of deze informatie juist gebruiken om gewenst gedrag te stimuleren.

Dit biedt geweldige mogelijkheden voor ‘empowerment’ van de gebruiker, maar ook enorme uitdagingen. Het is bijvoorbeeld niet vanzelfsprekend dat mensen technologie gaan en blijven dragen die gegevens over het leven bijhoudt. Dit vraagt om een vertrouwensband met deze technologie. Daarbij is het interessant om te zien op welke wijze de verzamelde data zowel voor organisaties als voor individuen betekenisvolle feedback kan geven. 

Deze kennislijn richt zich daarom op de mogelijkheden die technologie biedt om interactie aan te passen aan de context en individuele mogelijkheden van de gebruiker, en heeft de ambitie om hier richtlijnen voor te ontwikkelen.