De 3 V’s

Een van de belangrijkste spin-offs van ons huidige onderzoek is dat we methoden ontwikkelen die in de toekomst mogelijk het gebruik van proefdieren in het biologisch onderzoek kunnen vervangen of reduceren. In de wetenschap zijn dierproeven noodzakelijk om een mechanistisch inzicht te krijgen in biologische processen, om het gevaar (of het risico daarop) van potentieel schadelijke effecten van chemicaliën en geneesmiddelen voor mensen en dieren te testen en om de werking en veiligheid van biologische geneesmiddelen en vaccins te kunnen beoordelen. In Nederland worden alle dierproeven uitgevoerd volgens de regels en voorschriften uit de Wet op de Dierproeven en het Dierproevenbesluit. Momenteel wordt de nationale wetgeving van alle lidstaten van de Europese Unie herzien en aangepast aan de nieuwe EU-Richtlijn betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt.

Sinds 1986 bestaat er specifieke Nederlandse en Europese wetgeving inzake het gebruik van dieren voor wetenschappelijke doeleinden. Op 22 september 2010 heeft de EU Richtlijn 2010/63/EU aangenomen die in de plaats komt van Richtlijn 86/609/EEC uit 1986, betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt. De nieuwe richtlijn heeft als doel de wetgeving aan te scherpen en het welzijn van proefdieren die nog noodzakelijk zijn te verbeteren. Daarnaast beoogt de richtlijn het 3 V-beleid (in het Engels '3R': Replace, Reduce en Refine) stevig te verankeren in EU-wetgeving en dierproeven te vervangen, te verminderen en te verfijnen. Richtlijn 2010/63/EU is op 1 januari 2013 volledig in werking getreden maar tot op heden nog niet geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. De politiek laat op zich wachten maar het uitzicht is dat het in het eerste kwartaal van dit jaar toch komt tot landelijke invoering.

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten