Gedrag en onderzoek in de educatieve praxis

In dit lectoraat werd de wederkerigheid tussen gedrag van de leraar en gedrag van de leerling onderzocht. Uitgangspunt was dat de wijze waarop die wederkerigheid gestalte krijgt, afhankelijk is van de institutionele, culturele en maatschappelijke context. Dit uitgangspunt leidde tot onderstaande aandachtspunten in het onderzoeksprogramma

Petra PonteIn de eerste plaats richtte het onderzoek zich op het vergroten en benutten van de handelingsruimte van zowel de leerkrachtleraar als de leerling bij het realiseren van productieve relaties met elkaar. Er was in het bijzonder aandacht voor leerlingen die een extra appèl op de leraar doen.

In de tweede plaats werd ervan uitgegaan dat bij het vergroten en benutten van de handelingsruimte niet alleen instrumentele, maar ook morele overwegingen een rol spelen. Om aan te tonen hoe opvattingen en theorieën over gedrag zichtbaar worden in de realiteit, en hoe de realiteit zichtbaar wordt in opvattingen en theorieën, richtte het onderzoek zich op gedrag in de educatieve praxis. Het begrip ‘praxis’ verwijst naar zowel morele intenties als morele consequenties van gedrag, c.q. het handelen in de praktijk.

In de derde plaats wilde het lectoraat de uitbreiding van de handelingsruimte realiseren door leraren ook zelf te laten zoeken naar werkzame en haalbare mogelijkheden in de eigen praktijk. Dat deden zij door gedrag van henzelf en van de leerling te onderzoeken. Het is belangrijk ook leerlingen een stem te geven en daarom was het lectoraatonderzoek ook gericht op leerlingen als (mede)onderzoekers.

In lijn met deze uitgangspunten hadden de onderzoeksprojecten kenmerken van participatory action research, waarin academische onderzoekers (leden van de kenniskring) nauw samenwerken met docenten en studenten in opleidingen en met leraren en leerlingen in scholen. Ook was er samenwerking met instellingen buiten de school, zoals musea en een bibliotheek. Op deze wijze waren leraar-leerling relaties te bestuderen vanuit verschillende perspectieven, in verschillende levensechte situaties en in samenhang met institutionele, culturele en maatschappelijke contexten. Daarbij werd een relatie gelegd tussen de Angelsaksische actieonderzoekstraditie en de continentaal Europese pedagogiektraditie, onder andere via de samenwerking in het uitgebreide internationale netwerk van het lectoraat.

Het programma van het Lectoraat Gedrag en onderzoek kende drie onderzoekslijnen

Beëindigde lectoraten

Onderzoekslijn ‘Conversation of traditions’

  • Pedagogy, Education & Praxis project
  • Education for All project 

Onderzoekslijn ‘Perspectief van leraren’

  • Het denken van leraren en hun interacties met leerlingen die zij als gedragsmoeilijk ervaren (promotie)
  • Pedagogische opvattingen van leraren bij het interpreteren van hun interacties met leerlingen (promotie)
  • Repertory interview als opleidingsmethodiek voor leraren-in-opleiding  

Onderzoekslijn ‘Perspectief van leerlingen’

  • Leerling als medeonderzoekers 
  • Leerling-leraar relaties en de leerling als medeonderzoeker binnen en buiten de school (promotie)

Conversation of traditions

Beëindigde lectoraten

Binnen de onderzoekslijn ‘Conversations of Traditions’ vonden twee projecten plaats: het Pedagogy, Education & Praxis (PEP) project en het Education for All project.

PEP-project
Pedagogy, Education & Praxis (PEP), waarvan Petra Ponte ėėn van de initiators en coördinatoren was, is gedefinieerd als:

‘a cross-institutional, collaborative research programme which brings together researchers from Charles Sturt University (Australia), Utrecht University of Applied Sciences and the Universities of Leiden and Amsterdam (the Netherlands), Göteborg (Sweden), Åbo Akademi University (Finland), University of Tromsø (Norway), and Sheffield (United Kingdom), who are investigating the nature and condition of praxis and pedagogy in education and how it may be developed in different national contexts and various educational settings as well as different intellectual traditions.’

Education for All project
Het Education for All project was één van de initiatieven binnen het PEP-project. In het kader van dit project werden verschillende internationale studies uitgevoerd door Petra Ponte, Nicolien Montesano Montessori en een groot aantal collega’s in Australia, Canada, Finland en Zweden. Het Nederlandse onderzoek binnen deze samenwerking was gericht op inclusie en social justice in de reguliere school. 

Perspectief van leerlingen

Leerlingen als medeonderzoekers
Het perspectief van leerlingen kwam aan bod in het project Leerlingen als medeonderzoekers, onder leiding van Ben Smit, in samenwerking met Gijs Verbeek en Renny Beers. In dit project onderzochten actieonderzoeksteams (gevormd door leerlingen, hun leraar en een educatiemedewerker van een museum of bibliotheek) de vraag hoe zij in een buitenschoolse leeromgeving willen en kunnen leren.

Pedagogische relaties en leerlingen als onderzoekers
Het project Leerlingen als medeonderzoekers vormt het onderzoeksdomein voor het promotieonderzoek van Leon Plomp, die zich vooral richt op de relatie tussen de participatie van leerlingen als medeonderzoekers en pedagogische relatie tussen de docent of leraar en de leerlingen. De promotie van Leon Plomp wordt mede gefinancierd door de HU en vindt plaats aan de University of Göteborg, Zweden. Promotor is prof. dr. Karin Rönnerman, copromotor is prof. dr. Petra Ponte.

Perspectief van leraren

Denken van leraren en hun interacties met leerlingen
Hanne Touw richt zich in haar nog af te ronden promotie op het denken van leraren en hun interacties met leerlingen die door hen als gedragsmoeilijk worden ervaren. Daarvoor maakt ze onder andere gebruik van het mede door haar ontwikkeld instrument ‘Professional in de spiegel’. Hanne Touw promoveert met een voucher van de HU aan de Universiteit Utrecht. Prof. dr. Theo Wubbels is haar promotor, dr. Pauline Meijer haar dagelijkse begeleider.

Interpretaties van leraar-leerlinginteracties
Carlos van Kan richt zich in zijn binnenkort af te ronden promotieonderzoek op de vraag welke pedagogische interpretaties leraren verlenen aan de interacties met hun leerlingen in de dagelijkse lespraktijk. Voor de beantwoording van deze vraag wordt gebruik gemaakt van zogenaamde repertory interviews. Carlos van Kan promoveert aan de Universiteit Leiden, zijn promotor is prof. dr. Nico Verloop en zijn copromotor is prof. dr. Petra Ponte.

Pedagogische oriëntaties
Als derde project binnen deze onderzoekslijn is door Carlos van Kan en Joke Alink onderzocht hoe ‘repertory interviews’ gebruikt kunnen worden binnen lerarenopleidingen. Het doel van dit onderzoek was een vertaling te maken van het – door Carlos van Kan ontwikkelde - repertory interview, naar een strategie waarmee leraren hun pedagogische oriëntaties kunnen onderzoeken. 

Belangrijkste publicaties

Algemeen

  • Groundwater-Smith, S., Mitchell, J., Mockler, N., Ponte, P. & Rönnerman, K. (2012). Facilitating Practitioner Research: Developing transformational partnerships London: Routledge.
  • Ponte, P. (2012). Onderzoek met en door leraren. Onderwijs en onderzoek van eigen makelij. Den Haag: Boom Lemma. 

Oratie

Afscheidsbundel

  • Verbeek, G. & Smit, B.H.J. (2012). Rechtvaardig onderwijs. Slotakkoord lectoraat Petra Ponte ‘Gedrag en onderzoek in de educatieve praxis’. Den Haag: Boom Lemma. Download de Engelse versie. De Nederlandse versie is te verkijgen bij Boom Lemma.

PEP-project

  • Ax, J., & Ponte, P. (Eds.) (2008). Critiquing Praxis: Conceptual and empirical trends in the teaching profession. Rotterdam: Sense. (Met reflectie-hoofdstuk van Stephen Kemmis & Tracey Smith en van Karin Rönnerman, Eli Moksnes Furu & Petri Salo)
  • Kemmis, S., & Smith, T. (Eds.) (2008). Enabling Praxis: Challenges for Education. Rotterdam: Sense. (Met reflectie-hoofdstuk van Jan Ax & Petra Ponte en van Karin Rönnerman, Eli Moksnes Furu & Petri Salo)
  • Rönnerman, K., Moksnes Furu, E., & Salo, P. (Eds.) (2008). Nurturing Praxis: Action research and school-university partnerships in a Nordic light.  Rotterdam: Sense. (Met reflectie-hoofdstuk van Stephen Kemmis & Tracey Smith en van Jan Ax & Petra Ponte) 

Education for All project

  • Montesano Montessori, N., Schuman, H. & Ponte, P. (2011). Orthopedagogiek: onderzoek en praktijk, 50, 147- 159.
  • Montesano Montessori, N. & Ponte, P. (2012, in press). Researching classroom communications and relations in the light of social justice. Educational Action Research, 20(2), in press.

Leerlingen als onderzoekers

  • Smit, B.H.J., Verbeek, G., & Ponte, P. (2012,in voorbereiding). Leerlingen als medeonderzoekers: participatie binnen en buiten de school..Den Haag: Boom Lemma Uitgevers.
  • Van Bommel, D. & Rijnbeek, F. (2011). Leerlingen als medeonderzoekers. Een motiverende werkwijze voor hoogbegaafde leerlingen. Nieuwmeesterschap, 1(4), 3-9.
  • Wijk, J. van (2011) Leerlingen als medeonderzoekers. Wat kun je leren in een museum? Kunstzone, (12 december 2011), 14-15.
  • De documentaire over Leerlingen als medeonderzoekers. De Nederlandse versie. De Engelse versie.  

Pedagogische relaties en leerlingen als onderzoekers

  • Smit, B.H.J., Plomp, L., & Ponte, P. (2010, 29 November -2 December). Pupils and teachers as co-researchers: conditions for equal voices. Paper presented at the international symposium Consulting young people: why student voice matters. AARE conference, Melbourne, Australia. 

Denken van leraren en hun interacties met leerlingen

  • Touw, H. & Beukering, T. van (2009). Professional in de Spiegel: achtergronden. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 11, 453-460. Utrecht: Agiel.
  • Touw, H. & Beukering, T. van (2009). Professional in de Spiegel: werkwijze. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 11, 461-467. Utrecht: Agiel. 

Interpretaties van leraar-leerlinginteracties

  • Van Kan, C.A., Ponte, P., & Verloop, N. (2013, work in progress). Teachers’ interpretations of their classroom interactions in terms of their pupils’ best interest. Journal of Professional Development, Special Issue, July 2013
  • Van Kan, C. A., Ponte, P., & Verloop, N. (2012, submitted for publication). How do teachers legitimize their classroom interactions in terms of educational values and ideals?
  • Van Kan, C. A., Ponte, P., & Verloop, N. (2010). How to conduct research on the inherent moral significance of teaching: A phenomenological elaboration of the standard repertory grid application. Teaching and Teacher Education, 26(8), 1553-1562.
  • Van Kan, C.A., Ponte, P., & Verloop, N. (2010). Developing a descriptive framework for comprehending the inherent moral significance of teaching. Pedagogy Culture & Society. Vol. 18, No. 3, October 2010, 331-352. 

Pedagogische oriëntaties

  • Van Kan, C.A., Alink, J. & Ponte, P. (2012, in voorbereiding). Pedagogische oriëntaties van leraren in woord en beeld. Den Haag: Boom Lemma Uitgevers  

Lector en onderzoekers

Lectoraatsleden lectoraat Gedrag en Onderzoek in de Educatieve Praxis

Prof. dr. Petra Ponte
Honorary Professor, Faculty of Education and social work, University of  Sydney en Adjunct Professor, Ripple, Charles Sturt University, Wagga Wagga (beide in Australië) en zelfstandig consultant.

Drs. Joke Alink
Docent Hogeschool Utrecht, Faculteit Educatie. 

Drs. Leon Plomp
Leon Plomp M.Ed.
Leon Plomp, PhD candidate University of Gothenburg
Docent Hogeschool Utrecht, Seminarium voor Orthopedagogiek Regio Zuid West Nederland  

Drs. Ben Smit
Adviseur onderwijskundig onderzoek, ICLON, Leiden University, Graduate School of Teaching.

Drs. Hanne Touw
Hoofddocent, trainer en ontwikkelaar bij het Seminarium voor Orthopedagogiek, Hogeschool Utrecht, Faculteit Educatie. Als promovendus verbonden aan de Universiteit Utrecht.

Drs. Carlos van Kan
Onderzoeker bij het Expertisecentrum Beroepsonderwijs 

Gijs Verbeek, BEd

Mocht u contact willen opnemen met een van deze personen dan kan dat via het secretariaat van het kenniscentrum. U kunt het secretariaat bereiken op het volgende mailadres kenniscentrum.educatie@hu.nl.

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten